Hoe Frenkie de Jong kijkt

Frenkie de Jong Voor het Nederlands elftal, dat deze zaterdag de achtste finale van het WK speelt, is Frenkie de Jong cruciaal. Dat komt vooral door één specifiek talent. Hij ziet meer dan anderen. Hoe werkt dat?

Illustratie Bart Nijstad

Zijn blonde haren deinen lichtjes door de kleine bewegingen. Links, rechts, links, rechts. Hij doet het negentig minuten lang, zijn hoofd zoekend als een radar. Soms zijn het alleen zijn ogen die heen en weer gaan. Nauwelijks zichtbaar is het vanaf de tribune, of voor de tv. Toch is kijken naar Frenkie de Jong kijken naar een voetballer die ziet. Die méér ziet dan anderen, en zo onmisbaar kan zijn voor zijn team.

Bij de eerste goal die Nederland dit WK maakt wordt het al duidelijk. Het gebeurt in de wedstrijd tegen Senegal, het staat nog 0-0. Frenkie de Jong heeft de bal op de helft van de tegenstander. Hij speelt Daley Blind vrij aan de linkerkant. De Jong kijkt achterom, en daarna richting het strafschopgebied, terwijl hij zijwaarts beweegt om zich weer vrij te maken. Na zijn eigen pass kijkt hij helemaal niet meer naar de bal, maar alleen om zich heen.

De blik richting strafschopgebied blijkt doorslaggevend. Als Frenkie de Jong de bal weer terugkrijgt van Blind wéét hij al waar hij zijn voorzet wil neerleggen. Hij neemt de bal rustig aan en krult hem met de binnenkant van zijn rechtervoet richting het doel. Precies zes seconden nadat hij naar die plek keek, rond de penaltystip, komt zijn voorzet er aan en kopt Cody Gakpo de bal binnen. Gakpo kijkt meteen achterom. Hij wijst naar Frenkie de Jong. Bedankt.

„Heel belangrijk” vindt bondscoach Louis van Gaal hem voor zijn elftal. Zonder Frenkie de Jong was het middenveld van Oranje, dat deze zaterdag in de achtste finales van het WK speelt tegen de Verenigde Staten, volgens de bondscoach veel minder gevaarlijk. Minder dynamisch, minder creatief. Tegenstanders zouden Nederland makkelijker onder druk kunnen zetten en kunnen voorkomen dat Oranje aan aanvallen toekomt. Maar vlekkeloos gaat het nog niet tijdens dit toernooi. Om De Jong beter tot zijn recht te laten komen, heeft Van Gaal al drie verschillende spelers naast hem gezet. De bondscoach weet: alleen als De Jong rendeert, kan Nederland succes behalen in Qatar.

Waarom is Frenkie de Jong zo belangrijk? Wat kan hij dat anderen niet kunnen, zelfs op het allerhoogste niveau? Het antwoord: kijken. Of, in moderne voetbaltermen: scannen.

De bondscoach weet: alleen als De Jong rendeert, kan Nederland succes behalen in Qatar

In de jeugdelftallen waar hij speelde viel het al op. Bij de lichting jonger dan elf jaar kijken kinderen vaak alleen maar naar de bal, rennen er soms ook met z’n allen op af. Als ze de bal eenmaal hebben, moeten ze nog bedenken wat ze er eigenlijk mee willen doen.

Frenkie de Jong deed daar niet aan mee, in de jeugdopleiding van Willem II, in Tilburg. Zijn oud-trainer Rob Hendriks: „Hij was toen al in staat om twintig meter verder te kijken en oplossingen te bedenken in het veld. Hij was fysiek niet zo sterk, dus hij moest uit de duels blijven. Daardoor is hij zich op een natuurlijke manier heel bewust geworden van tijd en ruimte in het veld.”

Hendriks bedacht weleens oefeningen om De Jong en zijn teamgenoten uit te dagen hun blik van de bal af te richten. Het waren oefeningen in balvaardigheid, waarbij hij werkte met nummers, kleuren en getallen – spelers moesten denken en doen tegelijk. Hij stak dan bijvoorbeeld aan de zijlijn drie vingers in de lucht. Moesten spelers plots alles met hun linkervoet doen. Sommigen zagen die drie vingers pas heel laat. Frenkie de Jong niet. Die schakelde direct over op links.

Een Noor met visie

In de jeugdopleiding van Willem II werd in die periode, ongeveer vijftien jaar geleden, verder niet structureel aandacht besteed aan ‘scanning’. Dat is niet gek, want er was toen nog nauwelijks kennis over het onderwerp. Dat het belangrijk werd, komt doordat een Noorse wetenschapper in 1997 besloot om met een oude camera langs soms ijskoude velden in zijn thuisland wedstrijden te filmen.

Dat was Geir Jordet, die later hoogleraar zou worden aan de Noorse school voor sportwetenschappen. Hij onderzocht als eerste het kijkgedrag van voetballers, aanvankelijk door specifieke spelers een tijdje te filmen en te turven hoe vaak zij om zich heen keken. Monnikenwerk, dat in het begin niet veel opleverde. Pas toen hij de beschikking kreeg over grote hoeveelheden videobeelden uit de hoogste Engelse voetbalcompetitie kwam zijn onderzoek van de grond. Nu, vijfentwintig jaar later, is hij een veelgevraagd adviseur van topclubs in Europa.

Jordets belangrijkste conclusie na het analyseren van het kijkgedrag van honderden spelers en het schrijven van vele wetenschappelijke publicaties: de beste voetballers kijken naar het spel, en niet perse naar de bal. ‘Scannen’ omschrijft Jordet als het tijdelijk wegkijken van de bal om informatie te verzamelen. Een hogere ‘scanfrequentie’ leidt tot meer succesvolle en voorwaartse passes. Middenvelders scannen gemiddeld het meest, aanvallers het minst. De meeste topspelers scannen opvallend vaak, berekende Jordet.

De Spanjaard Xavi Hernández, die wordt gezien als een van de beste middenvelders ooit en die nu coach is van FC Barcelona, springt er in het onderzoek uit met 0,83 scans per seconde. Hij keek bijna voortdurend om zich heen en had zelden zijn blik op de bal. Duits international Ilkay Gündogan (0,66 scans per seconde), Kylian Mbappé van Frankrijk (0,60) en de Belg Kevin De Bruyne (0,56), allemaal deelnemers aan dit WK, scoren ook hoog.

Voor Xavi was scanning een soort tweede natuur, vertelde hij eens in een interview met weblog SoFoot. „Ik hou van controle. Ik wil weten wat er gebeurt. Voetbal is een sport waarbij je moet zien wat er om je heen gebeurt om de beste oplossingen te vinden. Als je niets weet, kan je niets bereiken.”

In zekere zin zijn spelers als Xavi en Frenkie de Jong een product van de evolutie die het voetbal door de jaren heen heeft doorgemaakt. NRC analyseerde gedetailleerde data van het bureau StatsPerform over de speelwijze van het Nederlands elftal en alle andere landen op WK’s sinds 1974. En wat opvalt: er wordt meer gepasst (430 passes per wedstrijd van Oranje in 1974 tegen 575 tijdens de poulefase in Qatar). Ploegen houden de bal ook langer in bezit en schieten minder van afstand en meer van binnen het strafschopgebied. Dat betekent dat ploegen met de bal aan de voet bij het doel van de tegenstander willen komen – een middenvelder die ruimte ziet én kan vinden om dat te bereiken, is dan belangrijk.

In de dode hoek

Geir Jordet heeft beelden van Frenkie de Jong bekeken (al telde hij nooit zijn scanfrequentie) en is enthousiast over de middenvelder van Oranje. „Frenkie scant áltijd als de bal onderweg is van teamgenoot naar teamgenoot. Je kunt er de klok op gelijk zetten.” Hij gebruikt ook verschillende soorten scans, vertelt Jordet. „Lange scans van meer dan een seconde waarmee hij het veld overziet, en korte scans om snel informatie te verzamelen. Altijd heeft hij zijn ogen weer op de bal als die aan zijn voet komt. Zijn exacte scandata zijn nooit verzameld, maar hij behoort duidelijk tot de topgroep.”

Slawomir Morawski, een Poolse voetbaltrainer die het blog Mindfootballness over voetbaltactiek onderhoudt, deelde onlangs een video over Frenkie de Jong. Daarin toont hij aan dat De Jong 0,6 keer scant per seconde. Acht scans in vijftien seconden. Daarmee is niet gezegd dat hij het altijd zo vaak doet, maar Jordet en Morawski twijfelen daar geen moment aan.

In het filmpje van Morawski – uit een wedstrijd van zijn club, FC Barcelona – is ook te zien hoe De Jong de informatie gebruikt die hij verzamelt. Hij positioneert zich in de dode hoek van zijn tegenstander, maakt zich daarna vrij en weet onder de druk van de tegenpartij uit te voetballen. Morawski: „Frenkie de Jong gebruikt scanning heel bewust. Het is zijn gereedschap om zichzelf als voetballer uit te drukken.”

Ook zijn WK-goal was het gevolg van goed kijken

De momenten waarop De Jongs tactisch talent, het kijken, een hoofdrol speelt, zijn talrijk. Soms belangrijke momenten, zoals zijn goal in de laatste groepswedstrijd tegen Qatar – een bal waar twee verdedigers dichterbij stonden, maar waarbij híj de snelste route zag naar bal en doel. En zijn assist op Cody Gakpo’s kopgoal tegen Senegal was geen toeval: kort voor het WK gaf De Jong precies zo’n voorzet in een wedstrijd van FC Barcelona. Een aanvaller liep zich vrij, De Jong zag het en verzond een pass over lange afstand. De spits kopte de bal binnen.

Soms ook zijn het kleine momenten. Vorig jaar met FC Barcelona tegen Elche, toen hij een hoge bal schijnbaar zonder te kijken achteruit met de hak aan een medespeler gaf, tegelijkertijd een tegenstander uitspelend. Tegenstanders worden er gek van. De Franse topvoetballer Antoine Griezmann noemde Frenkie de Jong een paar jaar geleden de moeilijkste tegenstander die hij ooit was tegengekomen. „Ik heb geprobeerd om druk op hem te zetten, maar dat is me nooit gelukt”, zei hij.

Dat is precies waarom Louis van Gaal hem onmisbaar vindt: hij kan onder de druk van de tegenstander uitspelen. Tijdens een WK, waar elk land in staat is om vanuit een solide defensieve organisatie te spelen, is dat dé manier om toch kansen te creëren.

Scannen zonder opties

Toch valt dit toernooi op dat Frenkie de Jong het lastig heeft – een van de oorzaken dat het Nederlands elftal niet echt draait. Hij loopt zich regelmatig vast en staat soms vertwijfeld met de armen in de lucht. Na de poulewedstrijd tegen Ecuador, statistisch gezien een van de slechtste WK-wedstrijden van een Nederlands elftal ooit, is het er ook in de spelersgroep over gegaan. Hoe kan het dat Frenkie de Jong niet, zoals Van Gaal dat noemt, „in zijn kracht” speelt?

Marten de Roon, middenvelder van Atalanta Bergamo, had een verklaring: niemand staat bij De Jong in de buurt om hem te helpen. Dan kan hij wel goed scannen, maar zijn er geen opties om het spel voort te zetten. Bovendien heeft De Jong vrijheid nodig, terwijl hij zat opgesloten in verdedigende taken.

Data over de groepsfase onderschrijven die lezing. Van alle Oranje-spelers won Frenkie de Jong de meeste duels, en heroverde hij het vaakst de bal (18 keer). Meer dan verdedigers als Virgil van Dijk en Jurriën Timber, terwijl De Jong geen verdediger is.

In de laatste groepswedstrijd, tegen Qatar, speelde De Roon zelf naast De Jong. Opvallend was dat De Jong toen inderdaad veel meer vooruit speelde en minder verdedigend werk deed. Hij was meer betrokken bij het aanvalsspel van het Nederlands elftal. Dát is precies de taak waarbij zijn bijzondere ‘kijktalent’ van grote waarde is.

Oud-jeugdtrainer Rob Hendriks, nu manager van de jeugdopleiding van Willem II, heeft ook gezien dat De Jong het lastig heeft in Qatar. „Vroeger zagen we al dat Frenkie ruimte nodig heeft. Hij heeft een talent om kansen te creëren. Maar het moderne voetbal is vaak dichtgeorganiseerd. Frenkie moet de kans krijgen om uit de fysieke duels te blijven, om vooruit te voetballen. Als dat lukt, komt zijn talent naar boven en kan hij dit Nederlands elftal verder brengen.”