Opinie

Drie voetbalscenario’s

Frits Abrahams

Bij Nederland – Qatar overkwam me iets wat me tijdens belangrijke voetbalwedstrijden nog nooit is overkomen: ik viel in slaap. Even maar, maar lang genoeg om de wisseling van enkele spelers te missen. Daarna vroeg ik me af wie er voor wie in de plaats was gekomen – om vervolgens te moeten constateren dat het niets uitmaakte. Het bleef slaapverwekkend slecht.

Niemand blonk tot dusver uit, ook Cody Gakpo niet, die weliswaar fraai scoorde, maar verder even weinig liet zien als de andere aanvallers. Op het middenveld verzoop Frenkie de Jong tussen spelers die hem niet begrepen, waardoor hij te veel ging soleren. In de achterhoede waren de ‘wingbacks’ onzichtbaar en maakte Jurriën Timber evenveel fouten als de laatste tijd bij Ajax. Alleen bij de nieuwe keeper, Andries Noppert, kon ik – en met mij velen – troost vinden.

Van Gaal heeft als coach in de loop der jaren een wonderlijke metamorfose ondergaan: van aanvallend tot defensief ingesteld. Hij heeft daar ook succes mee gehad, zoals op het WK van 2014 (derde). Maar het is alsof hij zijn team nu in zo’n benauwend tactisch harnas heeft geperst dat alle creativiteit eruit is verdwenen.

Ik moest deze week denken aan de kritiek van Rafael da Silva, een Braziliaanse oud-speler bij Manchester United, die vond dat Van Gaal te weinig aan de intuïtie van zijn spelers overliet; ze mochten alleen volgens zijn instructies handelen. De bal met één aanraking doorspelen, mocht niet, controle stond voorop, waardoor de snelheid uit het spel verdween. Ook het Nederlands elftal speelt in Qatar opvallend traag.

De spelers klagen er nog niet over, maar ze geven wel bezorgde signalen af. Van Dijk laat merken dat hij liever in een ander systeem speelt, Depay heeft een voorkeur voor een andere speler (Bergwijn in plaats van Gakpo) naast zich. Toch kunnen ‘we’ volgens de bondscoach nog steeds wereldkampioen worden. Hij weet ook dat dit een bijna hoogmoedswaanzinnige veronderstelling is, maar hij wil zijn jongens vooral ‘vertrouwen’ geven, voetbaljargon voor ‘zelfvertrouwen’. Zal dat nog op tijd lukken? Ik houd het meest rekening met de volgende drie scenario’s.

1. Nederland wint zaterdag van de Verenigde Staten. Iedereen dolblij, ik ook, en Van Gaal zal zeggen: „Ik heb het toch voorspeld? Jullie zijn in Nederland altijd te negatief, en vooral de media, Valentijn Driessen met zijn krantje voorop.”

2. Nederland verliest van de Verenigde Staten. De Telegraaf juicht onder de kop: „Van Gaal speelde hoog spel, maar faalde”. Commentaar van Van Gaal: „Als de jongens zich niet aan de afspraken en de opdrachten houden, sta ook ik machteloos. We hadden de kwaliteiten om het ver te brengen, maar het komt in het voetbal ook op geestelijke weerbaarheid aan. Wij kennen in Nederland nu eenmaal geen strijdcultuur. So be it.

3. Nederland ontmoet na winst op de Verenigde Staten in de kwartfinale vermoedelijk Argentinië, een ploeg waartegen het niet helemaal kansloos is, maar die toch een maatje te groot zal blijken. Dan zal Van Gaal zeggen: „Toch knap dat ik met dit materiaal de top-acht heb bereikt. Wij hebben weer ons partijtje meegeblazen, we zijn niet afgegaan. Wie er anders over denkt, heeft er geen verstand van. Waar is Truus? Zij is de enige in Nederland die altijd in mij zal blijven geloven.”