Hoe de Sint zijn katholieke karakter verloor, terugkreeg en toen ook voor arbeiders werd

Het Sinterklaasfeest was al vaker omstreden. Hanneke Nap onderzoekt hoe het veranderde onder invloed van emancipatie-bewegingen.

Foto’s David van Dam

‘Ik heb zelf nooit in Sinterklaas geloofd. Of nou ja, niet echt. Ik kom uit een gereformeerd gezin. We vierden wel Sinterklaas, met cadeautjes en later ook met surprises en gedichten, maar er werd wel duidelijk gemaakt dat de cadeautjes niet van hem kwamen. Met mijn zus zong ik wel stiekem graag liedjes die een beetje de spot dreven met Sinterklaas. Tot we op de basisschool een keer ten overstaan van de hele school samen bij hem werden geroepen. Toen gingen we even twijfelen of hij niet toch bestond en ons had gehoord met die liedjes. Ja, je bent een kind dus je gelooft het niet, en ergens misschien toch wel.

„Eigenlijk ben ik min of meer bij toeval op dit onderwerp gekomen. Na mijn studie kunstgeschiedenis in Nijmegen vroeg een vriend me of ik wilde meewerken aan een tentoonstelling over de geschiedenis van het Sinterklaasfeest in Maassluis, waar dat jaar de intocht was. Dat was geslaagd, een jaar later hebben we die expositie herhaald bij de intocht in Dokkum en ook nog een keer in Apeldoorn. Toen dacht ik wel: ik moet hier iets mee. We hadden zoveel materiaal. Ik heb er met drie anderen een artikel over geschreven voor Moderne Tijd, een tijdschrift over de Lage Landen van 1780 tot 1940. Met hen ben ik toen een stichting begonnen voor onderzoek maar maatschappelijke relevante geschiedenis – maar dit was ons enige onderwerp (lacht).

„Rond die tijd zag ik een advertentie van de Open Universiteit voor een promotieplaats, je kon je eigen onderzoeksvoorstel indienen. Dat sprak me enorm aan, ik hou van vrijheid en zelf ergens induiken. Nu zit ik midden in de negentiende eeuw om te onderzoeken hoe het Sinterklaasfeest de vorm van een nationaal feest heeft gekregen. Ik bekijk de verandering van het feest in de context van drie thema’s waarbij emancipatie op verschillende manieren een rol speelt: de katholieke emancipatie, de opkomst van de arbeidersbeweging en het debat over slavernij en kolonialisme. Je ziet dat er een duidelijke wisselwerking is tussen die bewegingen en de sinterklaasviering. Daar is geweldig materiaal over: dagboeken en brieven, kinderboeken, kranten en tijdschriften.”

Nederland Rotterdam 23112022 - Portret Hanneke Nap voor de rubriek Jong Geleerd.Foto: David van Dam
David van Dam
Nederland Rotterdam 23112022 - Portret Hanneke Nap voor de rubriek Jong Geleerd.Foto: David van Dam
David van Dam
Nederland Rotterdam 23112022 - Portret Hanneke Nap voor de rubriek Jong Geleerd.Foto: David van Dam
David van Dam
Nederland Rotterdam 23112022 - Portret Hanneke Nap voor de rubriek Jong Geleerd.Foto: David van Dam
David van Dam
Foto’s David van Dam

Rooms bijgeloof

„Na de reformatie waren dominees tegen het Sinterklaasfeest begonnen te preken, zij zagen het als rooms bijgeloof. Er is een bekend boekje van een dominee Sceperus die tekeer gaat tegen vaders die op het dak voetstappen in de sneeuw zetten, of met een hoefijzer een paard nabootsten, om kinderen te laten geloven dat de Sint er was geweest. Het feest blijft bestaan, maar het katholieke gaat er een beetje af. De Sint is dan ook niet altijd een bisschop, soms een edelman of een boeman, met een zwart gezicht en rammelende kettingen. Door de katholieke emancipatie in de negentiende eeuw komt er weer meer aandacht voor de Sint als bisschop. Anti-papistische en orthodoxe protestanten beginnen dan te pleiten voor afschaffing ervan, ten gunste van het Kerstfeest. Dat had in hun ogen meer betekenis.

„Liberalen grepen het feest aan om aan liefdadigheid te doen voor behoeftige kinderen, onder invloed van de sociale kwestie. Socialisten moesten daar niets van hebben, zulke feestjes van de elite hielden de arbeiders maar afhankelijk en bevestigden de sociale orde. Men gebruikte graag het beeld van het arbeiderskind dat zijn neus tegen een rijk gevulde etalage drukt. Tegelijk werd het feest voor hen ook een kans om arbeiders te mobiliseren. Socialistische verenigingen en de Sociaal-Democratische Bond gingen eigen Sinterklaasfeesten organiseren. Domela Nieuwenhuis gebruikte het feest in een brochure om misstanden aan de kaak te stellen. Pas als iedereen het kon meevieren, zou de maatschappij ten goede zijn veranderd.

„De ontwikkeling van de ‘zwarte knecht’ is complex. Hij werd niet per se gezien als een slaaf, maar hij staat wel in een koloniale context. Het bewustzijn van de koloniën en Nederland als koloniale machtwerd onder meer vergroot door het debat over slavernij en uitbuiting in ‘de Oost’ en ‘de West’ en door boeken als Max Havelaar (1860) en De hut van Oom Tom (1853). In die context hechten zich verschillende betekenissen aan de figuur. Soms is hij een Moorse page in een historisch kostuum, soms een eigentijdse bediende in livrei. In een brief wordt de ondernemer van een stoomvaartmaatschappij gevraagd om „een Javaantje” die de zwarte knecht kan komen spelen.”

Lees ook Alledaagse Wetenschap van 19 november 2021: Wie maakte de knecht zwart?

Afspiegeling én aanjager

„Er is al veel geschreven over het Sinterklaasfeest, maar niet zozeer in de context van de emancipatie en de veranderende verhoudingen in de negentiende eeuw. Daar gaat het mij om, niet om een volkskundige oorsprong van de gebruiken, of om goed of fout. Dat Zwarte Piet nu aan het verdwijnen is, vind ik onvermijdelijk en ook nodig. Zo gaat het. Het Sinterklaasfeest is altijd een afspiegeling én een aanjager geweest van maatschappelijke veranderingen.”

„Mijn proefschrift schrijf ik bewust in het Nederlands, nuances en connotaties vangen lukt toch het best in je eerste taal. Het is ook echt een Nederlands onderwerp. Ik heb nog geen idee wat ik hierna wil gaan doen. Onderzoek doen vind ik heerlijk. Maar misschien wil ik wel iets heel anders. Om de zoveel jaar moet je je leven omgooien. Het Sinterklaasfeest vier ik nu in afgezwakte vorm met mijn schoonfamilie. We trekken lootjes en sturen elkaar een verrassing.”