Opinie

De macht van de dictator is óók de macht van de straat

In Europa

In Europa

Sinds september gaan in heel Hongarije docenten de straat op om te protesteren tegen de lage lonen. Hoewel velen daardoor zijn ontslagen, vormden ze vorige week in Boedapest nog een ketting van tien kilometer. Intussen gaan ook de demonstraties tegen het regime in Iran stug door, ook al zijn er tientallen demonstranten doodgeschoten en ruim 1.400 gearresteerd. Zelfs in China protesteren mensen nu tegen de draconische, hopeloos ineffectieve coronamaatregelen van de regering.

„Autoritaire regimes zijn onverslaanbaar, totdat ze dat ineens niet meer zijn. De geschiedenis is bezaaid met afgezette keizers en tsaren”, schreef oud-Financial Times-commentator Philip Stephens deze week in een blog onder de hoopvolle titel ‘Een slecht jaar voor autocraten. Xi en Poetin zijn de grote verliezers van 2022’.

Stephens heeft gelijk: we moeten de kop niet laten hangen. Toch moeten we ons evenmin illusies maken over volksprotesten en wat die anno 2022 kunnen uitrichten. Moderne autocraten laten zich minder makkelijk uit het pluche jagen dan de generaties voor hen.

De tijd is voorbij dat dictators aan de macht kwamen door coups en vervolgens een schrikbewind vestigden op twee steunpilaren, gehaat onder het volk: veiligheidsdiensten en het leger. Als je deze dictators weg wilde hebben, moest je zorgen dat je de legerleiding en veiligheidsbonzen aan je kant kreeg. Als dat lukte, hadden de dictators geen machtsbasis meer. De dictators van nu zijn gelikter. Ze proberen populair te blijven onder de bevolking. Ze doen amper nog aan massamoorden en maaien demonstranten niet meer voor CNN-camera’s neer, maar lichten hen achteraf stilletjes van het bed of produceren ‘bewijs’ van een zedendelict. En ze houden referenda en opiniepeilingen, en chatten met burgers. Door die democratische façade rennen buitenlandse investeerders niet weg, waardoor de economie blijft draaien en burgers brood op de plank houden.

Dit zie je in China, maar ook in Europa: het Poolse conflict over de rechtsstaat met Brussel liep hoog op, maar toch bleven Europese bedrijven in het land investeren. Hongarije, dat net 7,5 miljard aan Europese subsidie misliep omdat het geen rechtsstaat meer is maar – volgens Europarlementariërs – een „electorale autocratie”, heeft er geen enkele Duitse autofabriek minder om. Omdat dictators de meeste media dankzij moderne technologie compleet in hun zak hebben, bepalen ze goeddeels wat mensen lezen of zien. Orbán zegt dat George Soros de onderwijzers opstookt – en zijn zakenvriendjes, die veel media hebben opgekocht, zorgen dat dit de teneur is van de (schaarse) berichtgeving erover. De Chinese tv knipte zelfs supporters zonder mondkapjes uit beelden van Qatar.

Moderne dictators hebben lang gewerkt aan draagvlak onder de bevolking. Daarom raakten allerlei landen compleet gepolariseerd – Brazilië onder Bolsonaro, de VS onder Trump, Hongarije onder Orbán. Ook al gaat de helft van het land de straat op, de andere helft steunt de dictator.

Volgens onderzoekers aan Harvard is de kans van slagen van straatopstanden onder dit nieuwe type machthebber zesmaal kleiner dan in 2000. Ook werd volksprotest vroeger langzaam, vanaf de grond, opgebouwd. Dat bevorderde cohesie en solidariteit. Nu worden demonstranten via sociale media gemobiliseerd. De clubgeest is zwakker. Straatprotest verpietert sneller. Bovendien gebruiken de autoriteiten tegenwoordig óók geavanceerde technologie voor propaganda, infiltratie en intimidatie. Niet alleen Polen en Hongarije bespioneren opponenten met Pegasus-software, maar zelfs Griekenland en Spanje – al zeggen ze stug dat ze van niets weten. We leven in een tijd van „digitaal autoritarisme”, aldus het Harvard-onderzoek.

Vroeger had massaal en langdurig straatprotest de meeste kans van slagen. Nu niet meer – kijk maar naar Iran. Als je moderne dictators weg wilt hebben, moet je ook hun ‘volkse’ machtsbasis afbreken. En dat, zo zien we dagelijks in Hongarije, is nog niet zo eenvoudig. Het vereist, behalve goede argumenten, ook geduld, organisatievermogen en een even lange adem als de autocraat zelf bezat toen hij aan zijn opmars begon.