Circulair de dag doorkomen in Rotterdam

Participatie

Bij Pluspunt in Rotterdam kunnen mensen meedraaien die te veel problemen hebben om te werken of zelfs zelfstandig te wonen.
Aan het binnenterrein achter het blok Hooidrift, Opzoomerstraat, Gerrit-Jan Mulderstraat en Samuel Mullerplein in Rotterdam-West werken de 20 tot 25 mensen die hun dag bij Pluspunt doorbrengen in de verschillende, zelfgeschilderde ateliers.
Aan het binnenterrein achter het blok Hooidrift, Opzoomerstraat, Gerrit-Jan Mulderstraat en Samuel Mullerplein in Rotterdam-West werken de 20 tot 25 mensen die hun dag bij Pluspunt doorbrengen in de verschillende, zelfgeschilderde ateliers. Foto Sanne Donders

Woensdag rond het middaguur. Langzaam schuifelt de kantine vol vanuit de werkplaatsen en ateliers die verspreid staan over het binnenterrein achter het blok Hooidrift, Opzoomerstraat, Gerrit-Jan Mulderstraat en Samuel Mullerplein in Rotterdam-West. De 20 tot 25 mensen die hun dag bij Pluspunt doorbrengen komen op de gezamenlijke maaltijd af.

Tiko heeft vandaag frites gebakken, een andere keer scheppen hij en Marcel nasi op de borden of beloven de geuren uit de open keuken weer iets héél anders. Het hangt af van wat er geleverd wordt door Shareaty, dat voedselproducten die tegen de houdbaarheidsdatum aan schuren van supermarkten en groothandels krijgt en ze weer verspreidt over sociale restaurants, opvang voor thuislozen en dagbestedingscentra zoals Pluspunt.

Pluspunt zit op twee locaties: hier in West en in Blijdorp aan de Noorderhavenkade, en hier komen mensen voor dagbesteding – niet om ze ‘klaar te stomen’ voor de arbeidsmarkt. De deelnemers hebben grote afstand tot de arbeidsmarkt, veelal als gevolg van complexe sociale, psychische, financiële, huisvestings- en/of verslavingsproblemen. De meeste deelnemers hebben een WMO indicatie dagbesteding, en een externe behandelaar of begeleider – het gaat om honderden mensen in Rotterdam.

Mijn moeder was geen fraudeur, ze was alleen niet op de hoogte van de meldplicht voor gokken

Marcel (57) is elke dag aanwezig in West, bij Pluspunt heeft hij zijn draai gevonden. „Ja, ik ben degene die het meest in de keuken doet”, zegt hij. Hij opent de vrieskist in de linkerhoek: „Ik houd de voorraad in de gaten. Vandaag dus patatjes. Als er vlees is, haal ik dat op tijd uit de diepvries. Of ik rekening houd met de schijf van vijf? Ik zorg altijd voor groenten. Spinazie, witlof, sla – zowel van Shareaty als van de Voedseltuin. Ik loop hier nu drie jaar rond en kan het redelijk inschatten: zijn er genoeg aardappelen, dat soort dingen. Tot 2014 deed ik beheer bij een welzijnsorganisatie, maar daar werd ik ‘bedrijfs-economisch’ ontslagen.”

Deelnemers, zoals de man die zich voorstelt als Mal Mallen, kunnen ook in een metaalwerkplaats werken. Foto Sanne Donders

Wie het terrein via de poort aan de Aelbrechtskade betreedt, wordt getroffen door het kleurrijke beeld dat de houten bouwsels en hun dagelijkse gebruikers opleveren. De bouwwerken zijn geschilderd in lila, groen, blauw en geel. Meteen links is de metaalwerkplaats, de voorkant gaat deels schuil achter een opgeschoten bananenboom. Achterin is de fietsenmakerij van Mo, daarnaast wordt uit eerder gebruikt bouwmateriaal een nieuwe kantine opgetrokken. Bij Pluspunt is circulariteit het sleutelwoord.

Aad van der Kooy (54) gebruikt het woord met zekere regelmaat. Hij noemt zich werkplaats-ontwikkelaar. Waar zo op het oog anarchie heerst, is hij de man die op de achtergrond de boel gesmeerd laat lopen. In het bescheiden kantoortje terzijde van de kantine vertelt hij hoe Pluspunt in 2005 werd opgericht door de door omstandigheden dakloos geworden John Bergenhenegouwen. Hij kwam in opvang terecht waar de dagen werden gevuld met zitten, roken en slapen – dat moet anders, dacht hij. Op het binnenterrein aan de Noorderhavenkade ontstond zo Pluspunt, een werkcentrum. Bergenhenegouwen bedacht de naam.

Vooruit struikelend werken aan een beter leven, dat doen we hier.

„Daar ben ik in 2010 begonnen, John was toen al overleden”, zegt Van der Kooy. „Ik zocht een bijbaantje, ik was beeldend kunstenaar en net vader geworden. Er was een fietsenwerkplaats en een kringloopwinkel. Er stonden wat afgetrapte schuurtjes zonder verwarming. Toch was het een groot succes, maar de buren in Blijdorp vonden ons een beetje eng. Er werd wel eens geschreeuwd, voor de poort stonden wel eens mensen te blowen. Toen kwam dit in zicht.” Hij wijst met een weids gebaar om zich heen. „We zitten hier sinds 2014. De gebouwtjes stonden er al. We hebben de daken waterdicht gemaakt, hebben alles met kleur opgevrolijkt en alle onbruikbare rommel verzameld en afgevoerd. Sindsdien loopt het vanzelf.”

Pluspunt-directeur Erik Sterk vat het zo samen: „Als het structureel tegenzit in het leven, heb je meer aan samenredzaamheid dan aan zelfredzaamheid. Bij Pluspunt werken we zij aan zij aan een beter leven. Werk is bij ons vooral een medicijn, geen doel op zich. Je hoeft bij ons niet perfect te zijn. Sterker nog, dan ben je aan het verkeerde adres. Vooruit struikelend werken aan een beter leven...dat is wat we hier doen.”’

Als ze zijn uitgegeten, zetten de deelnemers van Pluspunt hun borden en bestek in de keuken, waar Ivon (51) als, zegt hijzelf, manusje van alles zich om de afwas bekommert. „Ik kan verven, verbouwen, dingen verplaatsen, het terrein schoonmaken. Ik ben hier op dinsdag en woensdag. Thuis doe ik veel leeswerk: theologische, evangelische boeken. Ik ben christen, ik wil graag snappen hoe ik hoor te leven. Maar ik lees niet alleen theologische boeken, hoor, ik lees ook John Grisham, Stephen King, Kees van Beijnum.”

Guus van Vugt (75), die op zijn 68ste als kunstenaar begon, speelt met een tafelgenoot een potje backgammon voordat hij zich weer terugtrekt in de metaalwerkplaats. Daar vertelt hij aan een tafel vol met spullen die hij in zijn beelden recyclet – „hier, Mark R. als Pinokkio van staal” – hoe hij ooit als acquisiteur bij het Algemeen Dagblad werkte temidden van collega’s die liepen te klagen over de stoelen. „Niemand wilde naar de directie, dus toen ben ik gegaan”, zegt hij. Einde loopbaan als acquisiteur.

Verder was Van Vugt, die kampt met een hartafwijking, epilepsie en het restless-legs-syndrome, taxichauffeur, huisschilder, havenwerker en voorraadbeheerder bij een groothandel. Levensgenieter is hij in zijn bestaan als kunstenaar nog steeds, zegt hij, en zijn succes geeft daar ook alle aanleiding toe. Een van zijn cyborgs (half mens, half robot) werd aangekocht door een Parijse bankdirecteur die voor de marathon in Rotterdam was, het Rotterdamse schoenenmerk Mascolori heeft schoenen met een bonte collage van Van Vugt op de markt gebracht.

Vijf dagen per week werkt hij in zijn atelier. „Kijk”, zegt hij, „dit is een panorama van Rotterdam.” We herkennen de Kuip in een fruitschaal, de kubuswoningen in op een punt balancerende dobbelstenen. „Ik heb ook een atelier aangeboden gekregen van de SKAR (Stichting Kunstenaarsateliers Rotterdam), maar bij Pluspunt is het gezelliger.”

Foto Sanne Donders

„Alle uithoeken van de menselijke geest kom je hier tegen”, zegt Aad van der Kooy. „Als kunstenaar was ikzelf het plezier van het maken kwijtgeraakt. Dat heb ik op een andere manier teruggevonden in het inspireren en enthousiasmeren van mensen. Vroeger was ik erg op mezelf gericht, daar was ik zó klaar mee. De vrijheid van de kunstenaar is maar relatief. Eigenlijk ben ik nu vrijer dan ik ooit was en heeft wat ik doe veel meer impact. Ik geef mensen geen opdrachten, ik weiger te zeggen hoe ze moeten leven. De mensen die hier komen, zijn allemaal outsiders, we hebben hier allemaal dat piratengevoel, die romantiek. Dat is superinteressant, maar het belangrijkste is, dat dit een veilige plek is.”

In een ruimte achter de kantine beheert Wink van Kempen (73) de bibliotheek die bestaat uit boeken die, zoals zoveel hier, een tweede bestaan is gegund. Terwijl zijn hond Chelsea toekijkt, zet hij de meegebrachte boeken in de kast. Hij was fotograaf, kunstenaar en organisator van het performancefestival Perfo dat in de jaren 80 vier succesvolle afleveringen kende in Lantaren/Venster, toen nog in de Gouvernestraat. „Ja, Chelsea heeft meegegeten”, zegt Wink, „hij vindt het lekker, met of zonder mayonaise, maar het lekkerst met.”

Mo (60) runt vijf dagen in de week de fietsenmakerij. „Mensen uit de buurt weten ons te vinden”, zegt hij. „We werken met vaste tarieven, we doen niet aan arbeidskosten want dan zou je al 35 euro per uur moeten rekenen. Bovendien werken we met tweedehands onderdelen.”

„We maken deel uit van het GGZ-zorgsysteem”, zegt Aad van der Kooy, „en we profileren ons op het gebied van kunst, ambachtelijkheid en circulariteit. We zijn altijd circulair geweest. Uit wat voor anderen afval is, halen wij de waarde weer naar boven. Dat doen we ook bij de mensen die hier komen. Dat maakt ons kampioen circulariteit.”