Chantal Akerman maakte volgens filmcritici de beste film aller tijden

Film top-100 Voor het eerst is een film van een vrouwelijke maker verkozen tot beste film aller tijden. Chantal Akerman voert met ‘Jeanne Dielman’ de top-100 aan die internationale filmcritici eens per tien jaar samenstellen.

Scène uit ‘Jeanne Dielman, 23 Quai du Commerce, 1080 Bruxelles’ (1975) van Chantal Akerman, volgens filmkenners de beste film aller tijden.
Scène uit ‘Jeanne Dielman, 23 Quai du Commerce, 1080 Bruxelles’ (1975) van Chantal Akerman, volgens filmkenners de beste film aller tijden. Foto Delphine Seyrig

De beste film aller tijden gaat niet, zoals de afgelopen zestig jaar, over een verknipte man maar over een alleenstaande moeder die bijverdient als prostituee. In de tienjarige peiling onder 1600 filmkenners kwam de film Jeanne Dielman (1975) van de Belgische Chantal Akerman als winnaar uit de bus, voor Alfred Hitchcocks Vertigo en Orson Welles’ Citizen Kane. Tien jaar geleden kwam Akermans film nog uit het niets op plek 35 binnen.

De peiling wordt sinds 1952 elke tien jaar georganiseerd door het blad Sight and Sound van het British Film Institute. Dit jaar deden wereldwijd ruim 1600 filmcritici mee, bijna twee keer zoveel als in 2012. Regisseurs hebben een aparte top 100: daar won Stanley Kubricks 2001: A Space Odyssey en rukte Jeanne Dielman op naar plek vier.

Chantal Akerman (1950-2015) is de eerste vrouwelijke winnaar; voor haar voerden Vittorio De Sica met Fietsendieven (1952), Orson Welles met Citizen Kane (1962-2002) en Alfred Hitchcock met Vertigo (2012) de lijst aan.

De volledige titel van haar minimalistische, drieënhalf uur lange feministische film luidt Jeanne Dielman, 23, Quai du Commerce, 1080, Bruxelles. Akermans statische, afstandelijke camera volgt de vreugdeloze beslommeringen van een ogenschijnlijk ‘respectabele’ alleenstaande moeder: koken, eten met haar doodse zoon, boodschappen doen, heren ontvangen. Elke handeling toont Akerman volledig, zonder commentaar of plot. Wel zijn er steeds vaker hints van emotie op Jeannes stoïcijnse gelaat af te lezen en breken er onheilspellende haarscheurtjes in haar dagbesteding. Jeanne Dielman gaat over de geestdodende hypocrisie van het kleinburgerlijke bestaan voor vrouwen; haar huis is een gevangenis. Een verhaal opnieuw vertellen via de omgeving en subtiel verschuivende routines heeft als filmmethode school gemaakt, al is en blijft Jeanne Dielman te veeleisend om een groot publiek te trekken.

Van en over vrouw

Dat een film van een vrouw over een vrouw wint, hoeft niet te verbazen. Sight and Sound heeft zijn deelnemerspool aanzienlijk uitgebreid om een filmwereld te reflecteren die – vooral vanuit Hollywood – in tien jaar ingrijpend is veranderd. 2012, het jaar van de laatste peiling, was tevens het jaar dat de Los Angeles Times het lidmaatschap van The Academy onder de loep nam, de groep filminsiders die over de Oscars stemmen. Dat bleek een country club te zijn: 94 procent wit, 77 procent man, gemiddeld 62 jaar oud. Sindsdien ploegden meerdere hashtags – #OscarsSoWhite, #MeToo – door de filmindustrie, waar veel meer ruimte kwam voor vrouwelijke, niet-witte en queer-perspectieven en -filmmakers.

Toch heeft ook die poging om meer diversiteit in de lijst aan te brengen zijn grenzen. Een film moet een respectabele laag stof verzamelen voor we weten of het een bonafide klassieker betreft. De top tien blijft om die reden toch ook een stoelendans van ‘usual suspects’: het serene Tokyo Story (1953) van Ozu op vier, Kubricks 2001: A Space Odyssey op zes en Dziga Vertovs avant-gardefilm The Man with a Movie Camera (1929) op negen.

Twee vrij actuele films dringen in de top-tien door: Wong Kar Wai’s broeierige meditatie over liefde, verlangen en verlies In The Mood For Love uit 2000 steeg van plek 24 naar vijf, David Lynch’ Hollywoodnachtmerrie Mulholland Drive uit 2001 van 28 naar acht. De top-tien wordt afgesloten met de enige musical in de lijst: Singing in the Rain uit 1952, over Hollywood en de komst van de geluidsfilm.

Voor de status van klassieker lijkt twintig jaar rijping het minste; om die reden voelt de keuze voor Céline Sciamma’s delicate lesbische romance Portrait de la jeune fille en feu (30) en de Koreaanse thriller Parasite (90), beide uit 2019, nogal prematuur. Dat geldt ook voor Barry Jenkins’ ontroerende portret van een zwarte gay Moonlight (60) uit 2016 en zwarte horrorkomedie Get Out (95) uit 2017. Die keuzes lijkt deels door een verdedigbare behoefte aan betere representatie van zwart en vrouw ingegeven. Het debuut van Spike Lee, Do The Right Thing uit 1989, op plaats 24 voelt daarentegen als een verlate erkenning: een visionaire film over latente etnische spanningen in New York die op een zomernacht uitbarsten in een rel.

Van de honderd titels is een tiental door vrouwen geregisseerd. Op plaats zeven staat nu Beau Travail (1999) van Claire Denis, visueel net zo hard en scherp als de lijven van de vreemdelingenlegionairs in Djibouti die ze portretteert. Er zijn twee films van Chantal Akerman en twee van de onlangs overleden Franse filmlegende Agnès Varda: Cleo de 5 a 7 (1962) en – verrassend – Les glaneurs et la glaneuse (2000), een zelfgeschoten documentaire over mensen die van de restjes van onze consumptiemaatschappij leven. Ook zijn er ‘herontdekkingen’ als Daisies uit 1966 van de Tsjechische Vera Chytilová.

Grote mannen

Toch hoeven grote mannen niet te vrezen. Hitchcock is goed vertegenwoordigd met vier films; naast Vertigo ook Psycho (31), Rear Window (38) en North by Northwest (45). Billy Wilder, Stanley Kubrick, Jean-Luc Godard en Andrej Tarkovski hebben drie films in de lijst. Een opvallende nieuwkomer is de Japanner Hayao Miyazaki met Spirited Away (75) en My Neighbour Totoro (72), tevens de enige animatiefilms. Van de routiniers lijkt Ingmar Bergman uit de gratie te raken. Vorige keer was de Zweedse maestro nog goed voor vier films, nu handhaaft alleen Persona (18) zich.

Licht verrassend is de afwezigheid van Paul Thomas Anderson; op There Will Be Blood, over een toxische olietycoon, was wel een beetje gerekend. Vermoedelijk weerspiegelt zijn afwezigheid een zekere weerzin tegen films over gewelddadige geweldenaars: ten opzichte van tien jaar geleden mochten ook Lawrence of Arabia, bokser Jake LaMotta van Raging Bull, Werner Herzogs Aguirre, Wrath of God en Peckinpah’s The Wild Bunch hun biezen pakken.

Lees ook dit profiel van Chantal Akerman: Vlakbij en ver weg van dingen en mensen