Andrea Wulf: „Geschiedenis bestaat niet uit een berg abstracte ideeën.”

Foto Roger Cremers

Interview

‘Wij danken onze vrijheid aan een handjevol rebelse genieën’

Andrea Wulf De Duits-Britse historica schreef over een groep romantici die twee eeuwen terug op een radicaal nieuwe wijze begonnen na te denken over vrijheid. „Het ‘ik’ is de enige manier waarop we onze plek in de wereld begrijpen. Maar welk gevecht is daar aan vooraf gegaan?”

Wie schrijft, is niet alleen. Tot die ontdekking kwam de Duits-Britse historica Andrea Wulf toen ze in maart 2020 in lockdown zat. Terwijl de straten uitgestorven waren, bevond zij zich in een klein dorpje op het platteland in Noord-Duitsland tussen de paperassen, brieven, boeken en uitgeprinte documenten en reisde zo ruim twee eeuwen terug in de tijd. Daar ontmoette ze schrijvers, dichters en filosofen. „Het was alsof ik ineens nieuwe vrienden had”, zegt Wulf die in Amsterdam is om haar boek Rebelse genieën te promoten. Zo diep was ze gedoken in de levens van de dichters en schrijvers Goethe, Novalis en Schiller, de filosofen Fichte, Schelling en Hegel, de gebroeders Schlegel en avonturier Alexander von Humboldt dat ze de buitenwereld volledig kon vergeten. Onderwerp van haar onderzoek was Jena, een klein Duits universiteitsstadje zo’n 250 kilometer ten zuiden van Berlijn, waar aan het einde van de achttiende eeuw een bont gezelschap van radicale denkers was neergestreken.

Lees ook de recensie over Rebelse genieën: Dit boek is een adembenemend verslag van de geboorte van de romantiek

Deze groep, door Wulf omgedoopt tot de ‘Jena-kring’, werd geïnspireerd door de idealen van de Franse Revolutie en begon op een radicaal nieuwe wijze na te denken over vrijheid, individualisme en zelfbeschikking. Begrippen die nu centraal staan in onze westerse samenleving maar destijds geenszins vanzelfsprekend werden gevonden. „Geschiedenis bestaat niet uit een berg abstracte ideeën,” zegt Wulf, eerder doorgebroken met De uitvinder van de natuur, een bestseller over het leven van Alexander von Humboldt. „Op school leerde ik over verheven schrijvers en filosofen, ze werden op een voetstuk geplaatst, maar ik vind het belangrijk ze ook als mensen af te schilderen. Iemand als Schiller wordt in Duitsland altijd voorgesteld als ‘de geweldige toneelschrijver’. Maar de Schiller die ik tegenkwam tijdens mijn onderzoek was altijd bezig met geld en kon heel rancuneus zijn. Daar hoor je nooit iets over. Goethe daarentegen was een liefdevolle vader. Hoe hij beschrijft hoe hij samen met zijn zoon kikkers vangt, daarin schuilt zoveel liefde en tederheid. Dat soort details kom je maar weinig tegen in de grote biografieën.”

Rebelse genieën, dat zich afspeelt tussen 1794 tot aan de slag bij Jena in 1806, leest wat dat betreft als een vermakelijke soap: er wordt gedronken, geruzied, overspel gepleegd en gefilosofeerd over het belang van ‘het ik’, ‘vrijheid’ en ‘de eenheid van de mens met de natuur’.

In het hart van dit gezelschap bevindt zich Caroline Böhmer-Schlegel-Schelling, een schrijfster, literair criticus en vertaler die de naam van haar opeenvolgende echtgenoten droeg. „Dat Caroline de kern van het boek zou worden, was voor mij de grote verrassing”, zegt Wulf. „Ik wist dat ze de vrouw was van literair criticus August Wilhelm Schlegel, maar naarmate mijn onderzoek vorderde, kwam ik erachter dat ze de spil van deze groep was. Ze was een uiterst avontuurlijke, onafhankelijke vrouw.”

Als aanhangster van de Franse Revolutie was Caroline op jonge leeftijd met haar dochter door het Pruisische leger opgepakt en in de gevangenis beland. Zwanger van een Franse luitenant wist ze zich uit die situatie te redden en in 1796 hertrouwde ze met Schlegel. „Samen vestigden ze zich in Jena waar ze toneelstukken van Shakespeare vertaalde, actief deelnam aan het intellectuele debat en stukken schreef en redigeerde voor Athenaeum, het literaire tijdschrift dat haar man met zijn broer Friedrich in 1798 oprichtte. Iedereen, van Goethe tot Schiller, kwam bij hen aan huis.”

Hoe kon een vrouw in die tijd zo eigengereid en onafhankelijk zijn?

„Dat had te maken met haar achtergrond. Caroline groeide op in Göttingen, destijds een belangrijke universiteitsstad. Haar vader was een bekende professor, het gezin woonde in een groot huis waar ook studenten kamers huurden. Aan tafel sprak men over politiek, literatuur en poëzie. Bovendien had Caroline toegang tot de universiteitsbibliotheek, waar vrouwen in die tijd niet kwamen. Ze sprak een aantal talen vloeiend. Die omgeving is dus van invloed geweest. Maar het kwam ook door haar karakter. Toen ze een jaar of 15 of 16 was zei ze al: ‘Ik wil niets anders dan vrij zijn’.”

Filosofen als Fichte of Kant vonden in die tijd dat een vrouw zich volledig aan haar man moest onderwerpen.

„Dat klopt. Alleen Friedrich Schlegel geloofde in de gelijkheid van man en vrouw. Maar Caroline kon zich vrij uiten. Ze had een ruimdenkende echtgenoot en publiceerde werk, ook al was het onder de naam van haar man. Ik heb in haar brieven of geschriften geen tekenen van frustratie hierover aangetroffen. Een reden kan zijn dat ze zich bewust koest hield vanwege haar slechte reputatie: ze werd ‘een revolutionaire hoer’ genoemd. Het kan ook een opportunistische beslissing zijn geweest, het bracht gewoon meer geld in het laatje als ze onder de naam van August Wilhelm publiceerde.”

In het begin van uw boek beschrijft u hoe u als alleenstaande moeder op jonge leeftijd uw studie afbrak en Duitsland verliet om met uw 6-jarige dochter in Londen te gaan wonen. Bent u een soort Caroline?

„Nee. Ik wilde dit keer iets over mijzelf vertellen vanwege het thema van dit boek: de ontdekking van ‘het ik’. Toen ik jong was leek mijn nietsontziende hang naar onafhankelijkheid soms erg op egocentrisme. Mijn dochter, nu 32 en zelf moeder, heeft me erop gewezen dat het leuk was zo’n vrijgevochten moeder te hebben, maar soms was het ook een beetje te veel. Dat confronteerde mij met vragen als: wanneer vinden we dat we het recht hebben om over ons eigen leven te beschikken? Wanneer slaat zelfbeschikking over in egoïsme?”

En die vragen begonnen in Jena?

„Ja, en wel met de filosoof Johann Fichte. Geïnspireerd door de filosofie van Kant gaf hij vanaf 1794 les aan de universiteit in Jena. In een tijd dat Europa nog steeds in de greep was het absolutisme, kwam hij met een radicaal nieuwe visie: ons begrip van de wereld kwam niet voort uit absolute waarheden of door God gegeven wetten. Er was alleen ‘het ik’. Vrijheid en zelfbeschikking vormden de fundamenten van zijn filosofie. Hoe wij de wereld om ons heen begrijpen, was volgens hem alleen mogelijk vanuit het perspectief van het individu.”

Maar was het niet Kant die vlak daarvoor een filosofische revolutie had ontketend?

„Kant hield zich bezig met de vraag hoe wij duiding geven aan de natuur. De natuurwetten zoals wij die begrijpen, bestonden volgens hem alleen omdat ons verstand ze ontwerpt. Met dit inzicht werd het ‘ik’ een soort wetgever voor de natuur, tegelijkertijd hield dit in dat we dus nooit ‘ware’ kennis kunnen hebben over die buitenwereld. Dat inzicht was revolutionair: we begrijpen de wereld alleen door de lens van onze zintuigen. Het ‘ik’ was ineens niet meer slechts een radertje in het universum, maar had zeggenschap.

„Fichte, geïnspireerd door Kant, ging een stap verder. De enige zekerheid die we hebben, zei hij, was dat de wereld werd ervaren door het ‘ik’. Hij hief het dualisme van Kant op en zei dat we alleen vanuit ‘het ik’ de buitenwereld kunnen bevatten. Hij veranderde op een fundamentele manier hoe wij de wereld begrijpen.”

Wat had deze denkwijze te maken met de Franse Revolutie?

„Dat was het overweldigende moment waarop filosofen en schrijvers zich realiseerden dat ze met hun woorden daadwerkelijk de wereld konden veranderen. De oproep tot vrijheid, gelijkheid en broederschap beloofde een nieuwe wereld. Een nieuwe sociale orde, gebaseerd op de kracht van ideeën, werd werkelijkheid. De filosofie van Fichte, waarbij het ‘ik’ centraal wordt gesteld, komt direct voort uit de vonk van die Franse Revolutie. De vrije wil werd in praktijk gebracht en bleek niet alleen een idee, het veranderde daadwerkelijk de wereld. Pennen bleken machtiger te zijn dan wapens.”

De leden van de Jena-kring staan bekend als de ‘jonge Romantici.’ Waar bestond die romantiek uit?

„Als je nu vraagt ‘wat is romantiek?’ zullen de meeste mensen denken aan een diner bij kaarslicht of een gedicht over een wanhopige liefde. Men denkt ook nog altijd dat de romantici zich destijds tegen de rede keerden, dat klopt niet, ze probeerden de scheiding tussen de geest en de buitenwereld op te heffen. De mensheid maakte volgens hen deel uit van een groot, levend organisme. In zijn Naturphilosophie stelt Schelling dat het zelf en de natuur identiek zijn: van kikkers tot stenen, van rivieren tot mensen, alles is met elkaar verbonden. Het levende en het niet-levende wordt door dezelfde principes beheerst of gevormd.

„Volgens Descartes waren dieren vergelijkbaar met machines, maar Schelling verzette zich tegen dat soort mechanische opvattingen van de wereld. Ook Alexander von Humboldt zag de mens en natuur als een onderling verbonden geheel. In feite verzetten zij zich tegen de onttovering van de wereld die mede was ingezet door de Verlichting.”

Rationale kennis en wetenschappelijke experimenten hadden de natuur haar magie ontnomen?

„Ja. Maar dat betekende niet dat Goethe, Novalis of Von Humboldt zich ook tegen de rede keerden. Goethe was niet alleen dichter en schrijver maar ook natuuronderzoeker. Wat hij en de anderen probeerden duidelijk te maken was dat we ook fantasie en inlevingsvermogen nodig hebben om de natuur echt te begrijpen.

„Tijdens zijn reizen door Zuid-Amerika verbond Von Humboldt zijn wetenschappelijke analyses bijvoorbeeld met suggestieve poëtische beschrijvingen van het landschap. Of hij schreef over de mathematische precisie waarmee de planeten en sterren ten opzichte van elkaar stonden en verbond dat met het plezier dat we ervaren als we naar de sterrenhemel kijken. Wetenschap hoeft niet alleen droog en abstract te zijn, verwondering is ook belangrijk.”

Wat hebben we nu nog aan deze opvattingen?

„Vraag wetenschappers waarom ze voor dit beroep hebben gekozen en ze zullen vaak zeggen dat ze zich als kind verwonderden over de natuur. Ook een quantum-fysicus kan zonder verbeelding zijn of haar werk niet doen. Maar in het algemeen richt men zich in de wetenschap vooral op analyse, cijfers en feiten. Dat is uiteraard belangrijk, denk aan de huidige klimaatcrisis, maar we hebben ook dichters, kunstenaars en musici nodig om dat deel in ons aan te spreken dat in contact staat met de natuur. In feite zou je kunnen zeggen dat de wetenschap op een meer poëtische manier kan worden geïnterpreteerd. Dat bedoel ik niet als een of ander esoterisch praatje. Net als de vroege romantici sluit ik de ratio niet buiten. Maar het is ook van belang dat we eraan worden herinnerd dat de natuur iets in ons aanspreekt dat niets te maken heeft met een rationeel denken.”

Kunt u een voorbeeld noemen?

„De Deense installatiekunstenaar Ólafur Eliasson plaatste in 2018 dertig enorme ijsblokken uit Groenland op verschillende plekken in Londen. Een zeer tastbare ervaring van de gevolgen van de opwarming van de aarde. Zoiets heeft geen cijfers nodig.

Hoe werkt het denken van de Jena-kring nu nog door?

„Inmiddels vinden we het normaal ons een oordeel over de wereld te vormen door het prisma van het ik: het is de enige manier waarop we onze plek in de wereld begrijpen. Maar welk gevecht is daar aan vooraf gegaan? We verliezen op dit moment iets dat in de achttiende eeuw werd ontwikkeld: de vrije wil. Wij denken dat we zelf ons leven kunnen vormgeven en onze meningen kunnen ontwikkelen. Maar een ‘vrij zelf’ gaat ook over morele verantwoordelijkheid. Onze keuzevrijheid, onze vrijheid van meningsuiting, het staat allemaal onder druk. Denk aan de invloed van fake news op onze meningsvorming, Russische cyberinmenging tijdens verkiezingen, het ongedaan maken van Roe versus Wade. Onze democratieën worden uitgehold. Je bedenken waar die vrije wil vandaan komt, kan een reminder zijn voor de tijden waarin we nu leven.”

Lees ook dit interview met Andrea Wulf uit 2016: Humboldt is de vergeten held die we nu nodig hebben