Trimbos: veel meer volwassenen hebben psychische stoornis

Mentale gezondheid Volgens het Trimbos-instituut hebben 3,3 miljoen mensen onlangs een psychische aandoening gehad, flink meer dan twaalf jaar eerder. De coronacrisis lijkt niet de oorzaak.
Het aantal studenten met een psychische aandoening is bijna verdubbeld.
Het aantal studenten met een psychische aandoening is bijna verdubbeld. Foto Getty Images

Ruim een kwart van de volwassenen had tussen november 2019 tot maart 2022 een psychische stoornis ondervonden in het voorafgaande jaar. Dat meldt het Trimbos-instituut op basis van een onderzoek onder 6.194 Nederlanders. Het is een flinke stijging ten opzichte van twaalf jaar eerder, toen 17,4 procent van de volwassenen een psychische aandoening had. Vertaald naar de hele bevolking ging het in de afgelopen drie jaar om 3,3 miljoen mensen.

Het percentage mensen met een paniekstoornis is volgens de cijfers van Trimbos relatief hard gestegen. Bij het vorige onderzoek was dat 1,2 procent, nu ligt dat percentage op 2,5. Angststoornissen, waar paniekstoornissen ook onder vallen, zijn met 15,6 procent de meest voorkomende soort psychische aandoeningen die de onderzoekers maten. Verder meldde bijna een op de tien mensen een depressieve stoornis.

Corona

De ruime zesduizend deelnemers hoefden niet zelf te melden of ze een psychische stoornis hadden, maar kregen een interview van anderhalf uur om dat te bepalen. Ongeveer honderd onderzoekers werden drie dagen getraind om die interviews af te nemen. Het zijn dus geen echte psychologen, maar volgens Annemarie Luik, programmahoofd epidemiologie bij Trimbos, heeft dat geen invloed op de resultaten. „De interviews voldoen aan alle criteria voor een diagnose, ze mogen alleen niet worden gebruikt om iemand te behandelen.”

De coronacrisis lijkt geen invloed te hebben op de toename, schrijven de onderzoekers. Ze zagen bij de mensen die ze interviewden voordat de pandemie uitbrak namelijk evenveel psychische stoornissen als bij de later geïnterviewden.

Prestatiedruk

„We hadden een toename verwacht, maar dit is wel een hele forse stijging”, zegt Luik. In de samenleving wordt de afgelopen jaren ook meer over psychische klachten gepraat, ziet Luik, maar het stond niet vast dat er ook daadwerkelijk meer stoornissen waren. „Wat je terughoorde over klachten in de samenleving, zie je nu ook op stoornisniveau.” Het is volgens Luik mogelijk dat mensen in de interviews ook sneller hun klachten aangeven omdat mentale klachten bespreekbaarder zijn geworden, maar ze verwacht dat de invloed daarvan beperkt is.

Het onderzoek ging niet over oorzaken van de psychische klachten, maar Luik noemt er voorzichtig toch een paar. „Prestatiedruk zou een rol kunnen spelen. Onder studenten zien we een sterkere stijging van het aantal klachten, dat past bij die verwachting.” Twaalf jaar geleden had 22,4 procent van de studenten een psychische aandoening, nu is dat 43,7 procent. „We gaan hier meer onderzoek naar doen.” Verder kunnen inkomensverschillen en de individualisering van de maatschappij de stijging in psychische aandoeningen veroorzaken, denkt Luik.