Overheid hoeft energieleveranciers niet te compenseren voor vervroegde sluiting van kolencentrales

rechtszaak Energieleveranciers klaagden de staat aan, omdat die hen wil dwingen in 2030 vroegtijdig twee steenkoolcentrales te sluiten.

De Eemshavencentrale van RWE gebruikt nu nog steenkool en biomassa als brandstof. RWE eiste van de staat een vergoeding van ruim 1,4 miljard euro.
De Eemshavencentrale van RWE gebruikt nu nog steenkool en biomassa als brandstof. RWE eiste van de staat een vergoeding van ruim 1,4 miljard euro. Foto Kees van de Veen/ANP

Energieleveranciers RWE en Uniper hebben geen recht op compensatie omdat ze worden gedwongen in 2030 hun kolencentrales vroegtijdig te sluiten. Die uitspraak deed de rechtbank van Den Haag woensdag in de zaak die beide bedrijven vorig jaar aanspanden tegen de Nederlandse staat. RWE eiste van de staat een vergoeding van ruim 1,4 miljard euro, Uniper wilde een miljard aan schade vergoed krijgen.

Aanleiding voor de rechtszaak is het besluit van het kabinet-Rutte III in 2017 om vanaf 2030 het opwekken van energie via kolen te verbieden. Die wet moet Nederland helpen de klimaatdoelen te halen. Op het moment van aankondigen waren de centrales van RWE en Uniper net geopend: de centrale in de Eemshaven (RWE) werd in 2015 in gebruik genomen, de centrale op de Tweede Maasvlakte (Uniper) een jaar later.

De twee Duitse energiebedrijven claimden dat de sluiting inbreuk maakte op hun eigendomsrecht. Volgens hen is de zogeheten Wet verbod op kolen (Wvk) onrechtmatig omdat niet is voorzien in „een adequate financiële compensatie” voor de schade die zij erdoor lijden. Zonder ingrijpen van de overheid zouden beide centrales nog tientallen jaren kunnen draaien: de levensduur van een centrale is zo’n veertig jaar.

De rechtbank in Den Haag vindt compensatie voor die toekomstige verliezen echter niet nodig. Volgens de rechter maakt de Wvk weliswaar inbreuk op het eigendomsrecht, maar is dat niet onrechtmatig. „De maatregelen die de staat met de wet heeft getroffen om de CO2-uitstoot terug te dringen zijn proportioneel. De belangen van de eigenaren zijn daarbij voldoende in aanmerking genomen.”

Wat meeweegt in het besluit is dat RWE en Uniper al voor ze begonnen met de bouw van hun centrales konden voorzien dat ze „gedurende de levensduur” te maken konden krijgen met „CO2-emissie reducerende overheidsmaatregelen”. Daarop hadden ze kunnen anticiperen door al veel eerder zelf maatregelen te nemen: door de uitstoot af te vangen of over te stappen op biomassa.

Ook na het kabinetsbesluit hebben beide bedrijven daar volgens de rechter nog alle gelegenheid toe: het verbod is namelijk niet meteen ingegaan toen de wet werd aangenomen, maar er was een „overbruggingsperiode”. In die termijn kunnen RWE en Uniper „nog opbrengsten realiseren en hun schade beperken”. Bovendien kunnen zij de tijd tot 2030 gebruiken om „andere gebruiksmogelijkheden voor de centrales te onderzoeken”.

Uniper en RWE laten in een reactie aan persbureau ANP weten teleurgesteld te zijn in de uitspraak. „Wij geloven dat inmenging in ons eigendom zonder compensatie niet acceptabel is. We blijven de uitspraak bestuderen en zullen overwegen of we in beroep gaan”, aldus een RWE-woordvoerder.

„Wanneer een bedrijf langetermijninvesteringen doet, mogen de regels niet onderweg worden veranderd”, aldus een zegsman van Uniper. „We moeten hiermee rekening houden bij toekomstige investeringen.”

Naast de centrales van de twee Duitse producenten in de Eemshaven en op de Tweede Maasvlakte kent Nederland nog twee kolencentrales: een centrale van Onyx op de Maasvlakte en een centrale van RWE in Geertruidenberg. Die eerste zou aanvankelijk vervroegd sluiten, maar op dat besluit keerde de eigenaar later terug. De centrale in Geertruidenberg stookt op een mix van kolen en biomassa en moet over ruim twee jaar volledig over zijn op hernieuwbare brandstof.