Opinie

Officiële excuses zijn iets voor de koning

Sjoerd de Jong

In dorpen van Surinaamse marrons, nazaten van gevluchte slaven, kon je haar portret soms nog zien hangen: de vorstin der Nederlanden. Wilhelmina zegde de kolonie zelfbestuur toe, Juliana bracht er herhaaldelijk een bezoek. Het staatshoofd is voor marrons extra bijzonder, omdat hun gemeenschappen, soms na bloedige strijd, eigen verdragen sloten met de Nederlanders, lang voordat er zoiets bestond als de nationale staat Suriname.

Nu zal de koning kennelijk niet degene zijn die straks excuses maakt voor het slavernijverleden. Zijn betrokkenheid zou onwenselijk zijn, aldus premier Rutte, omdat het onderwerp „niet helemaal ontdaan is van controversialiteit”.

Een vreemde redenering. Natuurlijk moet juist het staatshoofd Suriname die excuses aanbieden, het liefst daar. Hij deed het eerder in Indonesië – ook geen onomstreden dossier – dus waarom zou dit opeens te controversieel zijn?

Omdat Angela de Jong niet begrijpt dat het gaat om institutionele excuses en niet om persoonlijk sorry zeggen?

In het programma Vandaag Inside vond de tv-coryfee het eigenlijk maar onzin, net als haar gastheren. Wil ik soms excuses van de Duitsers, vroeg ze zich retorisch af. Veiligheidshalve volgde wel meteen de empathische disclaimer dat zij natuurlijk niet weet wat Surinamers „voelen”.

Wat „de Duitsers” betreft: in het rijtje landen dat Duitsland zijn wandaden niet makkelijk liet vergeten, stond Nederland („eerst mijn fiets terug!”) niet bepaald achteraan. En dan hebben we het nog niet over de Wiedergutmachung-miljarden die de Bondsrepubliek betaalde. Ook aan Nederland. In Suriname kregen na afschaffing van de slavernij de eigenaren compensatie, niet de slaven van wie ook naderhand „gehoorzaamheid aan Uwe meesters” werd verwacht.

Suriname is een Nederlandse creatie, een feit waarvan veel Surinamers zich maar al te bewust zijn. Nederland vestigde er een plantage-economie, richtte het bestuur in en importeerde voorouders van de huidige bevolking: enkele honderdduizenden slaven uit vooral West-Afrika, daarna contractarbeiders uit Indië en Brits-India. Tegen marrons werd oorlog gevoerd. Surinamers kennen de namen van Kodjo, Mentor en Present, drie veroordeelde slaven die in 1833 in Paramaribo in het openbaar op de brandstapel werden gezet, een gruwelijke doodstraf die in Nederland al in de zeventiende eeuw in onbruik was geraakt. Afschaffing van de slavernij (1863) kwam zo laat, dat tal van Surinamers nu nog via overgrootouders met dat verleden verbonden zijn. Alles sinds 1815 in naam van de koning, die het uiteindelijk had „behaagd” de slavernij te beëindigen.

Nee, niet alles is de schuld van Nederland en ‘neokoloniaal’ Den Haag zit ook niet ‘overal achter’, zoals je onder Surinamers wel hoort. Maar dat neemt de verantwoordelijkheid voor het ontstaan en de gebroken geschiedenis van Suriname niet weg. Die schept verplichtingen – ook koninklijke.

Sjoerd de Jong schrijft elke donderdag op deze plek een -column.