Necrologie

Kunsthandelaar John Hoogsteder (1931-2022) was een groot kenner van de oude meesters

De laatste bladzijde Kunsthandelaar John Hoogsteder wist bij Tussen kunst en kitsch de spanning op te voeren. Pas aan het einde van zijn verhaal wist je of een item waardeloos was, of een kunstschat.

John Hoogsteder in 2002
John Hoogsteder in 2002 Foto ANP/Kippa

John Hoogsteder kon goed een spannend verhaal vertellen. Bij het televisieprogramma Tussen Kunst en Kitsch, waar de Haagse kunsthandelaar meer dan twintig jaar expert oude schilderkunst was, gaven redacteuren hem de hitchcockiaanse bijnaam ‘The Master of Suspense’.

Collega-expert Ivo Bouwman kan dat beamen. „Op een charmante manier kon John praten over aangeboden schilderijen. Of het een echte oude meester betrof of een waardeloze kopie, wist je pas aan het eind van zijn verhaal. En al die tijd hingen de toehoorders aan zijn lippen.”

Als Hoogsteder iets echt bijzonders in handen had gekregen, begonnen zijn ogen te sprankelen. Kijk de uitzending terug uit 2011, over de nog altijd grootste vondst van het kunstprogramma. Een vrouw had een vermeende Gabriël Metsu meegenomen, de soms met Johannes Vermeer vergeleken kunstenaar. Met zijn bril in de hand hield Hoogsteder een glashelder college. Voor een Metsu was het portret van een kantwerkster „te pasteus” geschilderd, met een „te warm palet”. Vervolgens vertelde de expert gedreven over zijn speurtocht door kunsthistorische archieven. De ontknoping verraste: „Een echte Joost van Geel, een zeldzame meester, een compleet onderschat talent.”

Maar geen Metsu, wreef presentator Nelleke van der Krogt fijntjes zout in de wonden. „Wat is het nog waard?”

Hoogsteder hield zijn adem even in en richtte zich daarna tot de inbrengster. „Ik kijk mevrouw aan. TWEE HONDERD... VIJFTIG... DUIZEND... euro.”

Auto-ongeluk

Dat John Hoogsteder in de kunst een van de mooiste handelshuizen van Nederland opzette en uitgroeide tot een groot kenner van zestiende- en zeventiende-eeuwse schilderkunst lag allerminst voor de hand.

Toen zijn vader een auto-ongeluk kreeg en een halfjaar aan bed gekluisterd raakte, moest hij als zeventienjarige hbs-scholier de leiding overnemen van Hoogsteder’s Meubelbedrijf. Hij had twee linkerhanden, maar beschikte wel over commercieel talent. Samen met zijn vader bouwde hij het bedrijf uit, met fabrieken in Den Haag en Moordrecht, en honderd man personeel. Hij haalde ook een mooie overheidsopdracht binnen: de inrichting van vrijwel alle Nederlandse ambassades in den vreemde, met klassieke Britse interieurs met chippendale-meubelen.

Voor zijn werk reisde hij regelmatig naar Engeland. Op veilingen kocht hij daar met zijn echtgenote, Riek Boode, oude meubelen en schilderijen. Aanvankelijk alleen voor de inrichting van hun eigen huis, maar toen de collectie uitdijde, opende hij in 1967 in de Reinkenstraat in Den Haag de Antique Supermarket. De verkoop van schilderijen deed hij vanuit Galerie Hoogsteder, in zijn huis in de Surinamestraat. De meubelfabrieken verkocht hij later.

Met de toetreding van zijn kinderen Willem Jan (1959) en Edith (1961), beiden kunsthistoricus, ontstond in 1988 een nieuw familiebedrijf: Hoogsteder & Hoogsteder. Drie jaar later verhuisde de kunsthandel naar het monumentale pand aan de Lange Vijverberg in Den Haag, waar het nog altijd is gevestigd.

Zonder zelfs maar de middelbare school te hebben afgemaakt ontwikkelde John Hoogsteder zich tot een groot kenner van oude meesters. Hij organiseerde diverse tentoonstellingen en heeft de nodige publicaties mogelijk gemaakt, zoals Haagse schilders in de Gouden Eeuw. Het Hoogsteder Lexicon van alle schilders werkzaam in Den Haag 1600-1700.

John Hoogsteder omstreeks 1975. Foto Piet de Vries

Op z’n kop

Edwin Buijsen, hoofd collecties bij het Mauritshuis, klopte als student kunstgeschiedenis schoorvoetend bij Hoogsteder aan. Dat resulteerde in 1992 in een baan als onderzoeker bij de kunsthandel. „Hoogsteder was mijn mentor, hij heeft me leren kijken. Hij zette soms een schilderij op zijn kop voor me neer. Had ik geen last van de voorstelling, zei hij, en kon ik de penseelvoering beter bestuderen.”

De kunsthandel verkocht in de loop der jaren aan meer dan vijftig musea in de wereld. Volgens Buijsen ging dat niet alleen om doorsnee bloemstillevens en sfeervolle landschappen. Hij wijst op Het offer van Iphigenia (1690-1700) van Arnold Houbraken, in 1998 verkocht aan het Rijksmuseum. „Dit doek is kenmerkend voor het soort schilderij waar John Hoogsteder oog voor had. Een minder toegankelijk historiestuk van een minder bekende schilder, maar wel van hoge kwaliteit.”

De kunsthandel verkocht in de loop der jaren aan meer dan vijftig musea in de wereld

Rudi Ekkart, oud-directeur van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie in Den Haag, prijst Hoogsteder uitvoerig. „Uit het niets heeft hij een prachtige kunsthandel opgezet. Met zijn vertelkunst populariseerde hij de wereld van de oude meesters. En met zijn tentoonstellingen en publicaties verdiepte hij het vakgebied en toonde hij zich meer dan een kunsthandelaar.”

Een grote persoonlijke verdienste noemt Ekkart Hoogsteders inzet voor het voortbestaan van Museum Bredius. Toen het Haagse museum met de collectie zeventiende-eeuwse schilderkunst van kunstkenner Abraham Bredius (1855-1946) in 1985 gesloten werd, spande Hoogsteder zich met andere verontwaardigde kunstliefhebbers in om het museum te heropenen. Hij kocht het huidige pand van het museum en verhuurde het voor een symbolisch bedrag voor een periode van dertig jaar. Ekkart: „Dankzij Hoogsteders inzet overleefde het museum.”

Hoogsteders zoon Willem Jan, die elf jaar geleden bij Tussen Kunst en Kitsch de rol van zijn vader overnam, zegt nooit een generatiekloof met zijn vader te hebben gevoeld. „Probleemloos deden we samen de inkoop. Hij was aimabel, gemakkelijk en humoristisch. We vlogen eens samen naar Londen. Toen ik al bij de douane stond en mijn vader kwam aanlopen, zei de beambte: ‘Uw broer komt er ook aan, zie ik.’ Zo voelde het ook; gebroederlijk werkten we samen.”

Tot op hoge leeftijd bleef Hoogsteder naar de zaak komen, om in de bibliotheek onderzoek te doen en sigaretten te roken. Dat hield pas op toen hij op zijn 86ste een heup brak, vertelt zijn zoon. „Ik zei weleens: ‘Pap, je bent zo oud, je hoeft niet meer elke dag om negen uur te beginnen.’ Hij was van een taaie generatie, vol overlevingsdrift.”

Hoogsteder overleed op 8 oktober, nog geen half jaar na zijn echtgenote Riek.