Recensie

Recensie Podcast

In De Zaak Ramadan verkent Stine Jensen waarom ze een fundamentalist verdedigde

Podcast Filosoof Stine Jensen nam het voor de omstreden ‘bruggenbouwer’ Tariq Ramadan op. Maar waarop baseerde ze zich? In De Zaak Ramadan doet ze iets wijs: ze laat omstanders uitspreken.

De Coolsingel in Rotterdam.
De Coolsingel in Rotterdam. Foto ANP / Ronald van den Heerik

In 2007 zocht de Rotterdamse gemeente een bruggenbouwer. Iemand die de islamitische en seculiere gemeenschappen in de stad dichter bij elkaar zou kunnen brengen. Tariq Ramadan, een welbespraakte islamitische theoloog met zowel aanhang in het Midden-Oosten als het Westen, leek de ideale kandidaat. Met zijn charmante voorkomen en vernieuwende ideeën over Europees moslimschap had hij in heel Europa de aandacht getrokken. Dat jaar wordt hij aangesteld als gasthoogleraar aan de Erasmus Universiteit.

Maar in de jaren die volgen groeit de kritiek op Ramadan. Hij zou zichzelf vaak tegenspreken, conservatieve ideeën hebben over homoseksualiteit en zelfs jihadisme promoten. In 2009 ontslaat de Rotterdamse universiteit Ramadan om het maken van een tv-programma dat door de Iraanse regering gefinancierd zou worden - al oordeelde de rechter later dat de universiteit hem hierbij onzorgvuldig heeft behandeld. Nadat in 2017 ook nog meldingen van seksueel misbruik naar buiten komen, kijkt filosoof, schrijver en podcastmaker Stine Jensen - die Ramadan gedurende zijn tijd in Rotterdam bewonderde en hem na zijn ontslag verdedigde - met ongemak terug.

Wie is deze Tariq Ramadan? Een progressieve islamitische hervormer of een conservatieve salafist? Wat was zijn doel, en wie bediende hij nu eigenlijk echt? Het zijn vragen die als een spiegel werken. Want waarom ziet de één hem zo anders dan de ander? Wat zegt dat over de bril waardoor we zelf kijken?

Reflectie; daarin blinkt De Zaak Ramadan uit. Vooral Jensens eigen positie draagt bij aan het beschouwende karakter van deze podcast. In de media nam zij het destijds voor hem op. Maar waarop baseerde Jensen haar oordeel? Om daarachter te komen doet ze iets wijs: ze laat zo’n twintig omstanders van de opgehemelde spreker daadwerkelijk uitpraten.

Xenofobie

Mohammed Benzakour, met wie Jensen in 2009 een artikel ter verdediging van Ramadan publiceerde, doet haar inzien dat de linkse denktank waar beiden onderdeel van waren van invloed is geweest op hun overtuigingen. De twee reageerden op de xenofobie waarmee zij Ramadan in Rotterdam onthaald zagen worden. Hadden Ramadans tegenstanders destijds wel goed genoeg naar zijn boodschap geluisterd, of was het voor hen makkelijker om hem meteen als extremist te bestempelen?

Ondanks de aantijgingen tegen Ramadan blijkt Benzakours standpunt weinig te zijn veranderd. Terwijl Jensen haar zoektocht voortzet, vertrekt Benzakour naar de jungle om uitstervende vogelsoorten te onderzoeken. Hij is polarisatiemoe.

Dat is Jensen allerminst. Zij brengt met schijnbaar gemak begrip op voor alle voor- en tegenstanders die ze spreekt. Zelfs bij Geerten Waling, de journalist die in 2018 met de pen de aanval op haar inzette. Waling ziet Ramadan als een sluwe oplichter en vergelijkt hem, kijkend naar zijn patroon van radicalisering, met Thierry Baudet.

Maar pas na het gesprek met de Franse feministe Caroline Fourest zegt Jensen haar eigen haren wel uit haar hoofd te kunnen trekken. Fourest werd na het schrijven van een boek over Ramadan door hem zijn grootste vijand genoemd, een titel die ze met trots draagt. Voor rechts is Tariq Ramadan „a living gift” geweest, meent Fourest; hij heeft het linkse veld gebroken. Na het interview filosofeert Jensen verder. Het Nederlands feminisme, waar zij zich altijd heeft toegerekend, lijkt eerder multicultureel dan seculier. Toen ze het wilde opnemen voor minderheden, heeft ze onbedoeld een fundamentalist verdedigd.

Om erachter te komen of er in een gepolariseerde samenleving überhaupt wel een brug te slaan is, schakelt Jensen in de laatste aflevering een team van kritische moslima’s in. Uit hun krachtige betogen blijkt dat een goede bruggenbouwer geen spreker is, maar een luisteraar. Het voorbeeld had Jensen eigenlijk al gegeven.