Recensie

Recensie Boeken

Hoe hou je de democratie gezond? Niet door iemand weg te zetten als dom of fascist

Burgerschap In een gezonde democratie moet je de confrontatie aangaan, zonder het gevoel van loyaliteit aan de tegenstander te verliezen, stelt Ewoud Kieft in zijn essay.

Een demonstratie tegen de coronamaatregelen, de QR-code, 2G en het WEF op het museumplein in Amsterdam, op 16 januari 2022
Een demonstratie tegen de coronamaatregelen, de QR-code, 2G en het WEF op het museumplein in Amsterdam, op 16 januari 2022 Foto ANP / Joris van Gennip

In een mooi uitgegeven en gepassioneerd geschreven essay verdedigt de historicus en schrijver Ewoud Kieft (1977) de democratie als ideeënstrijd. Het wantrouwen dat tegenwoordig door de samenleving giert, zo schrijft hij, had eigenlijk beteugeld moeten worden door de politici van de klassieke middenpartijen. CDA, VVD, PvdA en D66 hadden zich niet collectief moeten overgeven aan het marktdenken.

Nu levert het samenklonterende midden een gebrek aan serieuze meningsverschillen op, waarbij iedereen elkaar napraat over de verantwoordelijkheid die je zelf hebt om succes van je leven te maken. Maar succes hebben lukt natuurlijk lang niet iedereen, betoogt Kieft. Daardoor boeken populisten telkens grote verkiezingswinsten, zonder ooit enige verantwoordelijkheid te accepteren. Het land loopt er langzaam op vast.

Wat te doen? Het verketteren van populisten heeft geen zin, meent Kieft. Want wat je op de ene plek onderdrukt aan afschuwelijke opvattingen, steekt toch elders de kop weer op. Democratie draait volgens hem om polemiek vanuit diepgevoelde overtuigingen. In een gezonde, weerbare democratie moet je ‘vol vuur de confrontatie aangaan, zonder het gevoel van loyaliteit aan de tegenstander te verliezen’. Dus moet je ook de mensen serieus nemen die radicaliseren in hun opvattingen.

De buurvrouw

Kieft illustreert dat helder, aan de hand van zijn ervaringen met een buurvrouw die onder invloed van de coronamaatregelen afdaalt in het konijnenhol van het internet. Daar verdienen complotdenkers immers flink geld met gelikte filmpjes over hoe – niet eens overdreven – de piramide van Gizeh bewijst dat het covidvaccin mensen via een geheime chip op het 5G netwerk aansluit. Kieft gaat zijn buurvrouw steeds meer als een karikaturale wappie zien, waardoor het idee om nog een gesprek met haar te voeren ondenkbaar wordt. Kieft worstelt met zijn eigen dedain, ziet het als een echo van de Amerikaanse presidentskandidate Hillary Clinton die badinerend sprak over ‘deplorables’. Ze verloor mede daardoor de verkiezingen van Donald Trump en gaf zo het populisme ruim baan.

Daar moeten we van leren, meent Kieft. Om het wantrouwen het hoofd te bieden moeten we volgens hem mensen niet zomaar wegzetten als dom of als fascist, dat zijn immers vijandbeelden van vroeger.

In plaats daarvan moeten we meer weerbaarheid putten uit de wereldliteratuur en uit de cultuur. Daaruit leren we dat verhalen en mythen van alle tijden zijn, en hedendaagse complotten er dus bijhoren. Bovendien zijn mensen niet terug te brengen tot een enkele opvatting die ze hebben, ook niet als dat een wonderlijk idee over ‘reptilianen’ betreft die in het geheim de wereld regeren. Vaker de polemiek aangaan met tegenstanders, zonder het eigen gelijk heilig te verklaren: dat is de manier om de band te herstellen met de mensen die menen dat de democratie nu niet voor hen werkt.

Overbekende riedels

Kieft maakt vruchtbaar gebruik van zijn eerdere werk, waaronder een boek over het verbazingwekkende enthousiasme waarmee Duitse soldaten de Eerste Wereldoorlog introkken en een boek over de intellectuele confrontaties tussen Anton van Duinkerken en Menno Ter Braak. Zodat de casuïstiek niet alleen uit de langzamerhand overbekende riedels van Wilders en de zijnen bestaat. Maar wat zich een beetje wreekt is dat Kieft zich er weinig rekenschap van geeft dat democratie ‘het meest promiscue woord’ van de moderne tijd is, in de woorden van de Engelse politicoloog Bernard Crick.

Een goed voorbeeld is hoe Vladimir Poetin referenda organiseert in Oekraïense gebieden die hij net met geweld heeft ingenomen. Dat de uitkomsten vaststaan is minder belangrijk dan dat hij het blijkbaar nodig acht de stem van het volk te bezitten. Ook Poetins paladijnen Thierry Baudet en Gideon van Meijeren beschouwen zichzelf als ware democraten: eerst het parlement aan de kant, dan ontstaat er vanzelf ruimte voor het volk. Kortom, democratie is met een kwartje te lijmen.

De vraag die daaruit voortkomt is: wat doe je met tegenstanders die jouw verdraagzaamheid onzin vinden, sterker, die bereid zijn geweld te gebruiken om hun idee van democratie te verwezenlijken? Denk aan protesterende boeren die met hun trekkers op mensen inrijden of aan de inwoners van Urk die Zwarte Piet-critici bedreigen. Maar zeker ook aan de halfhartige manier waarop politie en justitie omspringen met die ontsporingen van geweld. Dan gaat het niet om mensen wier leven door het neoliberalisme onmogelijk is gemaakt of mensen die hun vrije tijd vullen door van het ene naar het YouTube-filmpje te klikken. Laat staan dat van de door Kieft gehoopte ‘loyaliteit met de tegenstander’ sprake is. Het gaat om agressie en bestuurlijke verlegenheid die agressie te keren, omdat de populisten zo populair zijn. Begrip voor het gedrag maakt het probleem groter.

Democratie heeft inderdaad weerbaarheid van haar eigen burgers nodig, bereidheid of misschien zelfs verlangen om te discussiëren over de richting van de publieke zaak aan de hand van de meest uiteenlopende ideeën. Kieft schetst dat levendig, in een mooi boekje dat uiterst geschikt is voor de decembermaand. Maar het zal eerder sluimerende medestanders wekken, dan tegenstanders overtuigen. Als we ietsje langer stil staan bij wat voor soort democratie we precies bedoelen, dan wordt duidelijk dat ook het strafrecht hard nodig is, alsmede flink wat lange-afstandswapentuig gericht op de minder loyale tegenstanders in het buitenland.

Lees ook: Voor een betere wereld moet je wel weten hoe je ervoor moet vechten