Opinie

Het is hoog tijd om de vogelgriep serieus te nemen

Pandemie

Commentaar

De helft van de Britse vrije-uitloopkalkoenen en -ganzen heeft al voor de Kerst zijn einde gevonden. Ze zijn gestorven aan vogelgriep of preventief gedood. Toch zeggen de grote Britse supermarktketens zich geen zorgen te maken over de bevoorrading rond de feestdagen; uit voorzorg hebben zij maanden geleden al extra vogels besteld.

Hoe begrijpelijk dit vanuit de positie van de detailhandelaars ook mag zijn, het is ook illustratief voor de halfslachtige aanpak waarmee Europa de vogelgriepepidemie nu al een jaar laat woekeren. Meer vogels kweken zal het risico op verspreiding van het virus eerder vergroten dan verkleinen.

En de schade is al groot, zowel financieel als qua dierenleed: in een jaar tijd zijn bij zo’n 2.500 uitbraken op Europese pluimveebedrijven al bijna 50 miljoen dieren geruimd. Onder wilde vogels werden 3.500 uitbraken geteld. Het maakt de huidige situatie tot de grootste Europese vogelgriepuitbraak ooit.

Ook in Nederland. In heel het land worden besmette wilde vogels gevonden. Onder pluimvee zijn het afgelopen jaar al meer dan honderd ruimingen geweest, soms van enkele honderden dieren, soms van honderdduizenden kippen per bedrijf.

Burgers krijgen hier meestal weinig van mee. Wandelaars vinden weleens dode vogels, ruimingsoperaties zijn kort in het nieuws, de dierentuin in Berlijn is gesloten. Maar over het algemeen blijft het onderwerp op de achtergrond. De beelden herinneren aan de vorige epidemie in 2003, en krijgen zo iets sleets.

Toch maken experts zich grote zorgen. Zij spreken van „een noodsituatie” en „een tikkende tijdbom”. Het is hoog tijd dat hun roep om urgentie serieus wordt genomen, te meer omdat niet alleen dierziektendeskundigen alarm slaan, maar ook virologen die in de mens zijn gespecialiseerd. Zij waarschuwen dat het virus zo wild woekert dat de kans toeneemt dat het muteert tot een variant die mensen aan elkaar kunnen overdragen of die zich mengt met het seizoensgriepvirus.

Daar is veel voor nodig, en het feit dat het in al die jaren dat dit H5N1-virus circuleert niet is gebeurd doet hopen dat het ook niet zover komt. Maar als de coronapandemie (officieel dodental nu ruim 6,6 miljoen mensen) één ding duidelijk heeft gemaakt, dan is het wel dat de risico’s van zoönosen niet meer mogen worden onderschat. Zeker niet in een land als Nederland, dat bijna zes keer zoveel kippen als mensen telt. Ook hier zijn al zoogdieren gestorven aan het vogelgriepvirus. Besmetting kan eveneens dodelijk zijn voor de mens, al komt dat nauwelijks voor.

Over een mogelijke oplossing, de vaccinatie van kippen, loopt discussie onder wetenschappers. Is het raadzaam om alvast te beginnen met het bestaande vaccin, dat minder effectief is dan de vaccins die nog in ontwikkeling zijn? Gevaccineerde dieren kunnen het virus dan ongemerkt doorgeven, wat als nadeel heeft dat het het zicht op de verspreiding verkleint.

Op één belangrijk punt kunnen al wel stappen worden ondernomen, en dat is werken aan de acceptatie van gevaccineerd pluimvee in de handel. Afnemers zijn huiverig voor gevaccineerde kippen omdat die moeilijker te onderscheiden zijn van geïnfecteerde dieren.

Brussel werkt aan monitoringsregels waardoor het verschil duidelijker moet worden. Daar haast mee maken kan helpen om de situatie vlot te trekken. Het is een kans voor de Europese Unie om te laten zien dat zij zich niet meer onnodig door virussen laat overvallen.

Lees ook: Vogelgriep waart altijd rond. Waarom houden virologen nu dan hun hart vast?