Recensie

Recensie Boeken

Gaat Habermas ons helpen bij ons sociale mediagebruik?

Filosofie Sociale media beloven een vrije uitwisseling van gedachten onder burgers, maar volgen louter de logica van de markt en de privé-sfeer. Jürgen Habermas, nestor van de democratie-filosofie, zoekt een uitweg.

Frans Timmermans maakt een ‘stemfie’ bij het referendum over het handelsverdrag met Oekraïne
Frans Timmermans maakt een ‘stemfie’ bij het referendum over het handelsverdrag met Oekraïne Foto ANP/Marcel van Hoorn

Op de zestigste verjaardag van Strukturwandel der Öffentlichkeit van de Duitse socioloog en filosoof Jürgen Habermas verschijnt Ein neuer Strukturwandel der Öffentlichkeit und die deliberative Politik. Volgens de inmiddels 93-jarige nestor van de democratie-filosofie brengt het platformkarakter van sociale media nieuwe bedreigingen voor het publieke domein met zich mee, en dus voor de democratie.

Hebben we inderdaad te maken met een nieuwe structurele verandering van het publieke domein? Om daar antwoord op te kunnen geven, willen we weten wat de ‘oude’ dan precies inhield, en daarvoor moeten we terug naar 1962. Toen verscheen Strukturwandel der Öffentlichkeit – in het Nederlands vertaald als De structuurverandering van het publieke domein – het eerste en nog altijd meest invloedrijke boek van Habermas. Hij schetst hierin hoe de moderne publieke sfeer verschoof van de koffiehuizen en literaire salons in de achttiende eeuw tot de massamedia in de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw.

Het levert een pessimistisch verhaal op: een democratie valt of staat bij een gezonde deliberatieve publieke sfeer. Dat is het domein waar burgers in vrijheid met elkaar van gedachten kunnen wisselen over zaken van algemeen belang. Een democratische rechtsstaat beschermt de publieke sfeer met rechten en instituties. Maar de publieke sfeer komt in een kapitalistische samenleving steeds meer onder druk te staan: aan de ene kant van de markt – de private sfeer – en aan de andere kant van de staat – de politieke sfeer.

Habermas wijst in 1962 op een uitweg uit de benarde situatie waarin de publieke sfeer verkeert. Hij ziet de mogelijkheid om in kleinere subsystemen van de samenleving toch functionele publieke sferen uit te slijpen, overal waar burgers elkaar ontmoeten. Wanneer het lukt om die kleinere publieke sferen met elkaar te verbinden, kan er toch uitwisseling van argumenten over het algemeen belang plaatsvinden.

Er is geen enkele garantie dat het zo zal gaan. De publieke sfeer loopt reëel gevaar opgeslokt te worden door de markt of de staat. Maar de mogelijkheid voor zinvol verzet is er, volgens Habermas. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Strukturwandel der Öffentlichkeit een inspiratiebron was voor de studentenprotesten van 1968. Habermas wijst de lezer op de mogelijkheden, maar laat zich niet verleiden tot een antwoord op de vraag ‘Hoe moeten we dat dan doen?’. Een lezer die het probleem werkelijk begrijpt kan dat namelijk zelf uitzoeken. Het gebrek aan concrete voorbeelden en het taaie academische proza maakt Habermas’ werk weinig toegankelijk en een tikkeltje onbevredigend.

Goed nieuws

Het is dan ook goed nieuws dat Ein neuer Strukturwandel slechts 109 pagina’s telt, en geen 1200, zoals we van hem gewend zijn in andere werken. Het bestaat uit een kort voorwoord, het eigenlijke essay, een interview dat in 2018 verscheen in The Oxford Handbook of Deliberative Democracy en een kort hoofdstuk waarin Habermas wat misverstanden over zijn begrip van deliberatieve democratie uit de weg ruimt, want die ontstaan al snel als je zo ingewikkeld schrijft. Minder goed nieuws is de boodschap die Habermas in zijn essay brengt: onze publieke sfeer is er niet best aan toe.

De problemen zijn als volgt samen te vatten: sociale media zijn in handen van multinationals met een verdienmodel dat draait op de ruil van gebruikersdata voor gratis toegang tot de dienstverlening van hun sociale platformen. Dat platformkarakter van sociale media maakt dat iedere gebruiker tevens auteur is van ongeredigeerde, publiek toegankelijke uitingen. De algoritmes waarop het verdienmodel van de mediabedrijven is gebaseerd, benaderen gebruikers echter niet als burgers die argumenten uitwisselen over het algemeen belang, maar als consumenten met persoonlijke voorkeuren. Dat leidt ertoe dat gebruikers zichzelf ook zo gaan zien en het platform vooral gebruiken als een publicatiekanaal van persoonlijke leefstijlkeuzes en meningen. Ze spreken zichzelf en elkaar niet langer aan als burgers die standpunten onderbouwen met het oog op het algemeen belang.

Dit maakt de openbaarheid van sociale media een vreemd gedrocht. Het is een sfeer die vrije uitwisseling belooft, maar de logica en taal van de private sfeer volgt. Uitingen lijken meer op ontboezemingen zoals je in een brief aan een intieme vriend zou doen, en minder op opiniestukken of verslagen van feiten zoals je in kranten zou verwachten. Het verdienmodel van social media stimuleert zelfexpressie en zakelijke marketing. In de logica van marktwerking bestaan er alleen producenten en consumenten, maar er is weinig ruimte voor de vrije uitwisseling van argumenten over het algemeen belang.

Sterker nog, wie sociale media werkelijk als democratische publieke sfeer probeert te gebruiken, wordt genadeloos gestraft. Wie iets probeert te zeggen over het algemeen belang wordt hypocrisie verweten; wie van standpunt verandert na overtuigd te zijn door een beter inzicht is zwak of onbetrouwbaar. Resultaat: gebruikers beroepen zich op niets anders dan hun eigen ervaringen, belangen en perspectieven en zetten daarbij hun hakken in het zand, want hun identiteit staat op het spel.

Een uitstekende voedingsbodem voor nepnieuws, aldus Habermas. Omdat de bedrijven geen redactie voeren op kwaliteit, en elke uiting geoorloofd is omdat het niet meer pretendeert te zijn dan een persoonlijke expressie, is bij het delen van nieuwsberichten de feitelijkheid van ondergeschikt belang aan de resonantie met persoonlijke voorkeuren.

Regels van ruilhandel

In de logica van de deal waarop sociale media is gebaseerd – gratis, ongereguleerde toegang tot publiciteit in ruil voor gebruikersdata – is de bijdrage van een wetenschapper of journalist evenveel waard als die van iedere andere consument van sociale media. Dit is de logica van de kapitalistische vrije markt, waarin vrijheid gelijkstaat aan ongereguleerdheid, de vrijheid om te zeggen en te doen wat je kunt en wilt, zonder dat iemand je aan regels houdt die voorbij de regels van de ruilhandel gaan.

De democratische publieke sfeer volgt een heel andere logica. Vrijheid betekent daar niet vrij te zijn van regels en normen – een goed functionerende publieke sfeer staat juist bol van de regels en normen – maar vrij te zijn van manipulatie in het belang van iets anders dan het algemeen belang en vrij te zijn om je ideeën te laten meewegen in politieke besluitvorming die jou aangaat, zonder angst voor onderdrukking of uitsluiting.

Het is verleidelijk om moedeloos te worden van Habermas’ analyse. Als we onszelf zien en gedragen als consumenten in plaats van burgers, wat blijft er dan nog over van de democratie? Biedt Habermas een uitweg? Jazeker: bedrijven moeten, net als uitgevers van kranten, verantwoordelijk gehouden worden voor wat er op hun platforms gebeurt. Het is volgens Habermas begrijpelijk dat de Eurocommissaris van mededinging de markt voor sociale media wil reguleren, maar het mededingingsrecht is volgens Habermas niet het juiste instrument.

Het juiste instrument is de grondwet, want die beschermt onze democratische rechten: ‘Het is een grondwettelijke plicht een mediastructuur overeind te houden, die het inclusieve karakter van het publieke domein en het deliberatieve karakter van de openbare menings- en wilsvorming mogelijk maakt.’ Het inzicht dat we gebruikers van sociale media moeten gaan zien als democratische burgers en niet als consumenten maakt dit korte essay van Habermas een waardevolle bijdrage aan het debat over de staat van onze democratie.

Lees ook de recensie van het boek Reset. Reclaiming the Internet for Civil Society