COA kritisch over nieuwe asielwet, zorgen over de bonussystematiek en minderjarige asielzoekers

Consultatieperiode Volgens het COA is de spreidingswet weliswaar „een belangrijke stap” om tot stabiele opvang te komen, maar moet het wetsvoorstel „beter en scherper” worden uitgewerkt.
Grote drukte bij het aanmeldcentrum van het COA in Ter Apel deze zomer.
Grote drukte bij het aanmeldcentrum van het COA in Ter Apel deze zomer. Foto Kees van Veen

Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) is kritisch op de nieuwe asielwet van staatssecretaris Eric van der Burg (Asiel en Migratie, VVD). In een brief aan de staatssecretaris laat de uitvoeringsorganisatie weten dat de wet „op onderdelen beter en scherper moet”. Met het wetsvoorstel wil Van der Burg asielzoekers „eerlijker” over het land verdelen.

De asielwet, die naar verwachting per februari volgend jaar gaat gelden, lag tot en met 21 november ter consultatie voor. In deze periode hadden betrokken organisaties de mogelijkheid te reageren op het wetsvoorstel, dat afgelopen maand door de Tweede Kamerfractie van de VVD na aanvankelijke tegenstand werd goedgekeurd. De Tweede Kamer als geheel moet nog over de wet stemmen, al zal vermoedelijk de gehele coalitie ermee akkoord gaan.

Kritiek

Het COA is onder meer kritisch op de verdeel- en bonussystematiek in het voorstel. Gemeenten krijgen 2.500 euro per extra aangeboden opvangplek. En als bepaalde gemeenten in een provincie méér asielzoekers opvangen dan ze moeten doen, hoeven andere gemeenten in die provincie minder asielzoekers op te vangen. Het uitgedachte systeem draagt een „reëel risico van ongewenste effecten” in zich, aldus de uitvoeringsinstantie. De financiële prikkel zou er bijvoorbeeld voor kunnen zorgen dat gemeenten minder geneigd zijn om asielzoekers te laten doorstromen naar woningen, wat de druk op de asielopvang alleen maar zal verhogen. Het COA vreest ook dat het voor gemeenten aantrekkelijk is om het creëren van opvangplekken lang uit te stellen in afwachting van wat andere gemeenten doen.

Het COA wil ook dat een groot deel van de opvanglocaties voor langere tijd („vijfentwintig tot dertig jaar”) inzetbaar wordt voor alle asielzoekers, en niet voor ten minste vijf jaar, zoals nu in het wetsvoorstel staat. Momenteel werkt de organisatie veel met tijdelijke opvanglocaties die gesloten of geopend worden naar gelang het aantal asielaanvragen. Ook heeft het COA zorgen over de opvang van bijzondere doelgroepen als alleenstaande minderjarige vluchtelingen (amv’ers). Zij worden vaak op kleinschalige locaties opgevangen en het COA wil dat daar meer aandacht voor komt in de nieuwe wet. Verder merkt het COA op dat er met de zogenoemde spreidingswet meer personeel nodig zal zijn. „Immers, er is meer personeel nodig voor bijvoorbeeld vier locaties met ieder vijftig plekken dan voor één locatie met in totaal tweehonderd plekken.” Het COA heeft al lange tijd moeite om aan nieuw personeel te komen.

Geen verlichting voor 2024

Eind volgend jaar zijn volgens het COA zo’n 75.500 opvangplekken nodig. De nieuwe wet, die moet zorgen voor zo’n 40.000 plekken, zal volgens de organisatie „niet eerder dan 2024 tot verlichting” van de huidige druk op de opvangsituatie leiden. Dat wijt het COA aan het feit dat nog niet zeker is wanneer de wet ingaat en dat áls de wet ingaat, gemeenten en provincies vervolgens maanden de tijd krijgen om de opvangplekken aan te bieden.

Ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) was in een reactie op het wetsvoorstel al kritisch op de spreidingswet. Volgens de koepelorganisatie zal die niet bijdragen aan een stabiel opvanglandschap. Ook provincies en het Veiligheidsberaad lieten al weten twijfels te hebben bij de effectiviteit van de wet, die binnenkort wordt voorgelegd aan de Tweede Kamer.