CBS: aantal Nederlandse kinderen dat in armoede leeft opnieuw gedaald

Armoede Uit cijfers van het CBS blijkt dat een op de vier mensen met armoederisico in Nederland kind is.
Vrijwilligers zamelen cadeaus in voor kinderen die opgroeien in armoede.
Vrijwilligers zamelen cadeaus in voor kinderen die opgroeien in armoede. Foto Remko de Waal/ANP

Het aantal kinderen dat in Nederland in armoede leeft, is wederom gedaald. In 2021 maakten 891.000 mensen deel uit van huishoudens met een inkomen onder de lage-inkomensgrens. Een kwart hiervan, of 209.000, was minderjarig. Dit houdt in dat 6,6 procent van alle kinderen leeft met armoederisico. In 2020 was dit 6,8 procent (218.000). Dat blijkt uit vrijdag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het CBS hanteert inkomensgrenzen om het niveau van armoede in Nederland af te bakenen. In 2021 ging dat om 1.130 euro netto per maand voor een alleenstaande, 1.590 euro per maand voor een koppel zonder kinderen en 2.170 euro per maand voor een stel met twee minderjarige kinderen.

Het aantal mensen in Nederland dat risico heeft op langdurige armoede, is iets gedaald. In 2021 leefden 370.000 mensen in Nederland, of 2,3 procent, minstens vier jaar in een huishouden met een laag inkomen. Het risico op langdurige armoede zakte hiermee van 3,1 procent naar 2,4 procent. Het risicopercentage onder kinderen daalde ook licht: van 3,1 procent in 2020 naar 2,9 procent in 2021.

Het armoederisico onder de zzp’ers in 2021 is gestegen, van 5,5 procent in 2020 naar 6 procent in 2021. Bij zelfstandigen met personeel (zmp’ers) was wel sprake van een daling in het armoederisico: van 3,4 procent in 2020 naar 2,5 procent in 2021. Ook vond er een lichte daling plaats in het aandeel werknemers met een laag inkomen. In 2021 hadden 74.000 werknemers een laag inkomen, tegen respectievelijk 1.000 zmp’ers en 60.000 zzp’ers.