RvS: wachtende asielzoekers moeten dwangsom kunnen vragen bij de rechter

Uitspraak Sinds juli 2021 kunnen asielzoekers in Nederland geen dwangsom meer afdwingen bij de rechter als hun asielprocedure langer duurt dan de wettelijke termijn. Volgens de Raad van State is dit in strijd met Europees recht.
Een man slaapt buiten bij het asielzoekerscentrum in Ter Apel.
Een man slaapt buiten bij het asielzoekerscentrum in Ter Apel. Foto Aurelien Goubau / Hans Lucas

Asielzoekers die wachten op uitsluitsel over hun asielaanvraag moeten via de rechter een dwangsom kunnen afdwingen, wanneer de overheid niet tijdig beslist. De Raad van State oordeelt woensdag dat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, die sinds juli 2021 van kracht is, in strijd is met het Europees recht. Het kabinet mocht wel de automatische dwangsom afschaffen voor asielzoekers die langer dan de wettelijke termijn wachten op uitsluitsel.

Een asielaanvraag moet volgens Europese regels binnen zes maanden zijn behandeld. Wanneer de besluitvorming deze termijn overschrijdt, kan de asielzoeker beroep instellen bij de bestuursrechter. Deze kon in het verleden besluiten een zogenoemde rechterlijke dwangsom op te leggen, als de overheid bij behandeling van het beroep nog geen besluit had genomen. Ook was de overheid de asielzoeker automatisch een geldbedrag verschuldigd als de wettelijke termijn werd overschreden.

Met de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND kwam in 2021 een einde aan zowel de rechterlijke als de bestuurlijke dwangsom. Volgens de Raad van State is het besluit om de mogelijkheid van een rechterlijke dwangsom bij asielprocedures af te schaffen „in strijd met het beginsel van effectieve rechtsbescherming”. Zonder een rechterlijke dwangsom bestaat er voor de vreemdeling „geen effectief middel” om de staatssecretaris te dwingen een tijdig besluit te nemen. Dit kan grote gevolgen hebben voor de asielzoeker, die in een onzekere situatie verkeert en belang heeft bij snelle integratie dan wel terugkeer naar het land van herkomst.

Het afschaffen van de automatische bestuurlijke dwangsom is daarentegen niet in strijd met het beginsel van effectieve rechtsbescherming, oordeelt de Raad van State. Omdat dit geldbedrag de burger automatisch toekomt, is het geen middel voor de burger om zelf de overheid ertoe te bewegen tijdig een besluit te nemen. Ook is het niet in strijd met het beginsel van gelijkwaardigheid, dat vereist dat op vergelijkbare procedures dezelfde regels van toepassing zijn. Volgens de Raad is een asielprocedure niet vergelijkbaar met andere Nederlandse procedures en is een andere regeling gerechtvaardigd.