Ondernemingskamer: geen wanbeleid bij SNS Reaal in aanloop naar nationalisatie

Uitspraak ondernemingskamer De banktop maakte fouten, maar van wanbeleid was geen sprake in de aanloop naar de nationalisatie in 2013.

Het voormalige hoofdkantoor in Utrecht van SNS Reaal, dat na de nationalisatie in 2013 werd omgedoopt tot de Volksbank. De verzekeringstak werd verkocht aan het Chinese Anbang.
Het voormalige hoofdkantoor in Utrecht van SNS Reaal, dat na de nationalisatie in 2013 werd omgedoopt tot de Volksbank. De verzekeringstak werd verkocht aan het Chinese Anbang. Foto Gerard Til/ANP

Het bestuur van SNS Reaal heeft zich in aanloop naar de nationalisatie in februari 2013 niet schuldig gemaakt aan wanbeleid. Dat oordeelde de Ondernemingskamer woensdag in een zaak die was aangespannen door beleggersvereniging VEB.

Door de Ondernemingskamer wanbeleid bij de genationaliseerde bank te laten vaststellen, hoopte de VEB de deur te openen naar schadevergoedingen voor gedupeerde beleggers. SNS was bij de beursgang in mei 2006 vele miljarden euro’s waard, maar bij de nationalisatie zeven jaar later was de waarde van het SNS-aandeel gedaald naar nul.

Volgens de Ondernemingskamer heeft het bestuur van SNS „op onderdelen fouten gemaakt” in de jaren sinds de beursgang, maar mag dat „niet verbazen gelet op de duur van de onderzoeksperiode en de uiterst roerige tijden waarin het bestuur en de raad van commissarissen probeerden de onderneming van de ondergang te redden”. Van wanbeleid was daarom volgens de Ondernemingskamer geen sprake.

Gebrekkige interne controle

De Ondernemingskamer baseert zich in zijn oordeel op een eerder onderzoek dat vorig jaar verscheen, waarin drie onderzoekers onder andere gebreken in de interne controle vaststelden, evenals een te grote bereidwilligheid om kredieten te verstrekken aan financieel zwakke partijen. Ook werden beleggers niet altijd goed geïnformeerd over de gang van zaken binnen de toenmalige bank en verzekeraar. De grootste fout die de banktop maakte, was echter de overname van Bouwfonds-dochter Property Finance in 2006. Dit bedrijfsonderdeel, dat zich richtte op de financiering van grote vastgoedprojecten, kwam in grote financiële problemen na het uitbreken van de kredietcrisis in 2008. Als SNS Reaal Property Finance niet had gekocht, had de overheid de bank niet hoeven nationaliseren om een faillissement te voorkomen, oordeelden de onderzoekers vorig jaar.

Maar omdat het telkens ging om incidentele fouten of verkeerde inschattingen, is van stelselmatig wanbeleid volgens de Ondernemingskamer geen sprake. De VEB reageerde woensdag nog niet inhoudelijk op de uitspraak; de beleggingsclub zei het vonnis eerst te willen bestuderen.

Obligatiehouders wonnen wél

Voor de voormalige aandeelhouders van SNS Reaal lijkt de kans op een schadevergoeding geslonken, maar dat geldt niet voor een groep beleggers die ten tijde van de nationalisatie een lening of achtergestelde obligatie bij SNS had uitstaan. Begin vorig jaar oordeelde de Ondernemingskamer dat deze groep wél recht heeft op een vergoeding, van in totaal 804 miljoen euro.

De Rijksoverheid ging tegen deze uitspraak in beroep; de Hoge Raad doet in januari 2023 naar verwachting een definitieve uitspraak. Afgelopen zomer adviseerde de advocaat-generaal de Hoge Raad dat de schadevergoeding voor de obligatiehouders in stand kan blijven.

SNS Reaal gaat sinds de nationalisatie in 2013 door het leven als de Volksbank. De verzekeringstak werd in 2015 verkocht aan het Chinese Anbang. De overheid is niet van plan de aandelen in De Volksbank eerder dan in 2025 te verkopen.