‘Er is minder geld voor plezier’

Duurder leven De prijzen stijgen, of het nu gaat om energie of levensmiddelen. Leven wordt rap duurder. Wat betekent dat voor mensen?

In het overdekte winkelcentrum Gelderlandplein in het welvarende Amsterdam-Buitenveldert kun je de indruk krijgen dat de gestegen kosten voor het levensonderhoud de consument amper raken. Op een woensdagochtend wordt er flink gewinkeld in de Albert Heijn XL. Het filiaal van de Coffee Company, waar een kleine cappuccino 3,65 euro kost, zit vol.

Toch is de inflatie ook hier niet ver weg. Nahima Romero (38) uit Amstelveen is net met de kinderen bij de (betaalde) speelplaats geweest. Ze knikt direct instemmend op de vraag of ze de prijsstijgingen voelt. „Onze inkomsten zijn ongeveer hetzelfde gebleven, maar dingen zijn heel snel duurder geworden: gas, elektriciteit, eten.” Net nog merkte ze het bij de speelplaats. „Vroeger kostte een muntje 1 euro, nu al 1,50.”

Romero geeft als zzp’er manicure- en pedicurebehandelingen. Haar man heeft een vaste baan bij een bank. De klanten van Romero lijken te bezuinigen en boeken wat minder vaak behandelingen. „In plaats van één keer in de twee weken, komt iemand dan één keer in de drie of vier weken.” Haar inkomsten zijn „een klein beetje minder” geworden. Haar man heeft een bescheiden loonsverhoging gekregen, maar dat weegt niet op tegen wat zij elke maand extra moeten betalen.

‘Nu gaan we misschien één keer in de drie weken uit’

„Het leven is duurder, dus er is minder geld voor plezier”, zegt ze. „Vroeger gingen we ongeveer één keer per week uit, naar de bioscoop of naar een restaurant. Nu misschien één keer in de drie weken.”

Ze pakt ook minder vaak de auto naar de stad om parkeerkosten te sparen. „Als we met de auto gaan, proberen we alle inkopen in één route te plannen.”

Buiten is het acht graden, maar bij Romero thuis staat de cv nu niet aan, om gas te sparen. „Het is zeker heel koud. We hebben een kleine elektrische radiator die we twee uurtjes aanzetten, elektriciteit is ook duur. En we douchen heel kort.”

Op boodschappen bespaart het gezin eveneens. „Vroeger aten we drie keer per week vis, nu één keer per week. We kopen goedkopere merken. We gaan vaker naar de Dirk of de Lidl, minder vaak naar Albert Heijn.”

„Zoals het vroeger ging,” zo vat Romero haar ervaringen samen, „kan het niet meer.”