De inflatie daalde in november. Is dit een trendbreuk?

Discussie binnen ECB In november nam de inflatie voor het eerst in maanden af, zowel in Nederland als in de eurozone. Tegelijk blijft de onderliggende inflatie hoog. Het zet de discussie binnen de ECB op scherp.

Het oplopen van de inflatie werd voor een groot deel veroorzaakt door de exploderende energieprijzen. Nu de energieprijzen in november minder hard zijn gestegen ten opzichte van een jaar geleden, neemt de inflatie dus af.
Het oplopen van de inflatie werd voor een groot deel veroorzaakt door de exploderende energieprijzen. Nu de energieprijzen in november minder hard zijn gestegen ten opzichte van een jaar geleden, neemt de inflatie dus af. Foto Ramon van Flymen/ANP

Omhoog, omhoog, omhoog. Dat was maandenlang de trend van de inflatiecijfers. Tot deze maand. Woensdag viel het Nederlandse inflatiecijfer voor november, gerapporteerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek, fors lager uit dan dat van oktober. De inflatie op jaarbasis, gemeten volgens de Europese rekenmethode, daalde van 16,8 naar 11,2 procent. In de eurozone viel de inflatie terug van 10,6 in oktober naar 10 procent in november, zo meldde statistiekbureau Eurostat. Die daling in het eurozonecijfer werd, behalve door de terugval in Nederland, ook gedreven door afgenomen inflatie in onder meer Duitsland en België.

Zien we hier een trendbreuk? Enige voorzichtigheid is geboden. Het gaat om eerste berekeningen, op basis van data die nog onvolledig zijn. Nauwkeuriger inflatiecijfers volgen begin december. Bovendien is het de vraag of de daling de komende maanden doorzet. In Nederland daalde de inflatie afgelopen voorjaar al even, om daarna weer de hoogte in te schieten. Maar de voorlopige cijfers zijn wel opvallend: het patroon van toenemende geldontwaarding wordt op zijn minst even onderbroken. In de eurozone gaat het om de eerste daling van de inflatie sinds juni 2021.

Zoals het oplopen van de inflatie de afgelopen maanden voor een groot deel kwam door de geëxplodeerde energieprijzen, zo is nu de daling van die inflatie een gevolg van energieprijzen die minder hard zijn gestegen ten opzichte van een jaar geleden. In oktober lag de prijs van energie in Nederland, inclusief motorbrandstoffen, nog 99,7 procent hoger dan een jaar eerder. In november was dat 41,6 procent.

Het energie-effect

Wim Suyker, oud-econoom bij het Centraal Planbureau en bij denktank de OESO, merkt op Twitter op dat de prijzen van gas en elektriciteit een jaar geleden nog fors maand-op-maand toenamen: tussen oktober en november 2021 met 19,8 procent. Dit betekent dat het verschil tussen de energieprijzen op jaarbasis in oktober een stuk groter was dan in november. Dit verklaart de daling van het inflatiecijfer op jaarbasis, dat het CBS woensdag publiceerde.

Overigens bestaat er over de door de CBS gemeten energieprijzen flinke onzekerheid. Het CBS berekent de inflatie nu nog op basis van de prijzen die huishoudens betalen voor nieuwe energiecontracten. Dit terwijl veel van de daadwerkelijk betaalde tarieven nog zijn gebaseerd op oude contracten die doorlopen. Veel mensen hadden daarom te maken met kleinere prijsstijgingen dan die gemeld door het CBS. Andere Europese statistiekbureaus meten de daadwerkelijke energieprijzen effectiever. Vooral om deze reden lag de inflatie in Nederland de voorbije maanden een stuk hoger dan in de meeste landen van de eurozone. En eveneens hierom valt de daling van de inflatie in Nederland in november nu relatief hoog uit. Het CBS broedt nu op een nieuwe meetmethode, die medio volgend jaar gereed moet zijn.

Behalve de energie-inflatie daalde in Nederland ook de inflatie in de dienstensector, van 6,5 procent op jaarbasis in oktober naar 5,4 procent in november, net als de prijzen die de industrie rekent, van 7,8 naar 7,1 procent. De stijgingen in de prijzen van voedsel, dranken en tabak zetten overigens wel door: in deze categorie steeg de inflatie van 11,5 naar 12,5 procent op jaarbasis.

Lees ook: Moet de rente zo hard blijven stijgen? De ECB is verdeeld

Debat bij ECB op scherp

De jongste inflatiecijfers zetten de discussie binnen de Europese Centrale Bank over de aanstaande renteverhoging, die gepland staat voor een vergadering op 15 december, op scherp. De ECB is sinds juni bezig met een serie renteverhogingen om de inflatie te temmen. Hoe hoger de rente, hoe hoger de leenkosten voor burgers, bedrijven en overheden. Dit moet de consumptie en uiteindelijk de prijsstijgingen afremmen.

Dat de inflatie nu wat af lijkt af te vlakken, geeft munitie aan ECB-bestuursleden die vinden dat het tempo van renteverhogingen omlaag moet. De ECB verhoogde de rente met 0,5 procentpunt in juli, met 0,75 procentpunt in september, en met nog eens 0,75 procentpunt in oktober. Binnen het ECB-bestuur bestaat verdeeldheid over de te volgen koers. Een nieuwe renteverhoging in december geldt als onvermijdelijk, omdat de inflatie ver boven de ECB-doelstelling van 2 procent ligt. Maar met hoevéél de rente omhooggaat, is onderwerp van onenigheid.

Philip Lane, hoofdeconoom van de ECB, lijkt voorstander te zijn van een verhoging van 0,5 procentpunt, evenals enkele Zuid-Europese bestuursleden. Zij vrezen dat een te hoge rente de economie te veel schaadt. Isabel Schnabel, een ander invloedrijk directielid, lijkt meer te voelen voor een verhoging van 0,75 procentpunt.

Kerninflatie

Binnen de ECB wordt vooral gekeken naar de zogeheten ‘kerninflatie’, waar de wispelturige energie- en voedselprijzen uit zijn gefilterd. Dit geldt als een indicator van de onderliggende inflatiedruk. Deze kerninflatie bleef in november in de eurozone ongewijzigd, op 5 procent. In Nederland nam de kerninflatie af van 6,8 naar 6,1 procent. Pas wanneer de kerninflatie een stevige dalende lijn inzet, komt het ECB-doel van 2 procent inflatie in zicht.

Daarvoor is afkoeling van de economie nodig, of zelfs een recessie. Tekenen daarvan zijn er steeds meer. De consumptie van Nederlanders in de winkelstraat daalt nu, zo bleek woensdag uit andere CBS-cijfers. Het verkoopvolume van de detailhandel was in oktober 5,2 procent lager dan een jaar eerder.