Opinie

Wat je wil behouden en wat wel weg kan

Karin Amatmoekrim

Een verhuizing duurt altijd langer dan je denkt. Alweer vier maanden geleden ging ik over naar een nieuwe plek, maar nog steeds stonden er dozen onuitgepakt. Toen ik eindelijk besloot door de laatste spullen te gaan, bleek dat het voor het merendeel overbodige ballast was: dingen die ooit nut hadden maar inmiddels niet meer nodig bleken. In een van de dozen kwam ik een stoffen tasje tegen, met een versleten print. ‘Zwarte Piet is Racisme’, stond erop, met een sierlijk gekrulde staf van Sinterklaas ernaast.
Ik zag meteen weer voor me hoe mijn zoon, toen pas een jaar of zes, het tasje achteloos uit een stapel spullen trok en er zijn gymkleren in propte. Ik had getwijfeld of ik hem een andere tas moest geven. Het was november 2015 op dat moment, hij was pas zes en het debat over Zwarte Piet waarde in alle hevigheid rond in Nederland. Ik besloot niets te doen en hem ermee naar school te laten gaan. ’s Avonds vertelde hij dat een paar vriendjes zijn tas stom hadden gevonden. „Zwarte Piet ís helemaal geen racisme!” hadden ze gezegd. Dat hadden ze van hun ouders gehoord, zoals hij van mij en zijn vader het tegenovergestelde had meegekregen.

Ik weet niet goed meer hoe we het gesprek zijn geëindigd, maar wat ik nog wel weet, is dat in de jaren erna activisten werden gearresteerd, boze witte burgers Zwarte Piet op hun lichaam tatoeëerden, en hoe er een zwarte sint met dreadlocks door de stad reed, rode rozen uitdelend aan argeloze voorbijgangers. Een oudere buurvrouw wees op een foto van de zwarte sint in de krant en zei dat het allemaal best was, dat protest, maar een zwarte Sinterklaas?! Dat ging haar toch echt te ver.

Ik vraag me af hoe mensen die vasthouden aan de oude sint kijken naar de beelden uit Staphorst. Die grimmige witte mannen in volwaardig zwartepietkostuum. Dit is Zwarte Piet, ja, en dit is racisme, ten voeten uit. Zou dit voor hen ook te ver gaan? In de krant las ik dat mensen in Staphorst zich generen voor de gewelddadigheden, maar dat ze die boze witte mannen ook goed begrepen. Want dit was hun dorp, en zij zouden Sinterklaas vieren, zoals ze het gewend zijn.

Maar dat is eigenlijk toch wel een belangrijk detail, dat verlangen naar zelfbeschikking. Het is volkomen begrijpelijk dat mensen niets opgelegd willen krijgen van anderen. Dat zij zeggen, die westerlingen (en dan bedoelen ze, denk ik, randstedelingen) moeten ons niet komen vertellen wat wel of niet kan. Begrijpelijk, allemaal. Maar het probleem is dat de Kick Out Zwarte Piet-demonstranten helemaal de macht niet hebben om iets te verbieden of iets op te leggen. Het enige wat ze doen, is Nederland een spiegel voorhouden: kijk naar jezelf, en vertel me of het mooi is wat je ziet. Zoals dierenrechtenactivisten het gebruik van bont in de mode-industrie problematiseren, of de Spanjaarden doen nadenken over de houdbaarheid van stierengevechten. De spiegel voorhouden is een kans op zelfkritiek.

De mensen die anderen iets met geweld oplegden, waren dan ook niet de activisten. Het waren de boze pieterbazen met hun potsierlijk zwart geschilderde gezichten die een afslag blokkeerden, auto’s aanvielen met stenen en fakkels, portieren opentrokken en brandstof over mensen heen goten. Als ik een Staphorster was, dan zou ik me doodschamen voor de mensen die mijn zelfbeschikking op deze manier bevochten.

Maar goed, ik mag niet praten want ik woon in Amsterdam, de stad waar de zwarte Sinterklaas dit jaar weer door de grachten voer. Ik hoorde dat mijn oude buurvrouw inmiddels vanaf de kade lief naar hem terugzwaaide. In de tussenliggende jaren was ze gehecht geraakt aan het beeld van deze sint-met-dreadlocks. Ook zij heeft een verhuizing ondergaan, hoewel ze nog steeds op dezelfde plek woont. Het verleden is immers als een huis dat je hebt verlaten. Het is voor ons allemaal soms goed om de dozen uit te pakken, en om weg te gooien wat we niet meer nodig hebben.

Karin Amatmoekrim is schrijver en letterkundige. Ze schrijft om de week op deze plek een column.