Opinie

Voor grote statements in Qatar is het nu wel te laat

WK voetbal

Commentaar

Van gaan of niet gaan, kijken of niet kijken naar de armband dragen of niet dragen: zelden is een wereldkampioenschap voetbal zo politiek beladen als het huidige WK in Qatar. De discussie over de mensenrechtensituatie in de Golfstaat is na anderhalve week voetballen nog altijd niet verstomd, al zijn de autoriteiten nu wel klaar met wat de Qatarese emir Tamim bin Hamad al-Thani „voortdurende kritiek” op zijn land noemde. Niet alleen in woord, maar ook in daad.

De aanvoerders van een aantal deelnemende Europese voetballanden, waaronder Nederland, zouden tijdens hun WK-optreden de regenboogkleurige OneLove-band om de arm dragen, als statement tegen alle vormen van discriminatie. Vlak voor de openingswedstrijd zette wereldvoetbalbond FIFA, onder druk van gastland Qatar, daar een streep door: het dragen van de armband zou bestraft worden met een gele kaart. Tot woede van de Europese voetbalbestuurders, die zich in het pak genaaid voelen door FIFA-voorzitter Gianni Infantino.

Als reactie op het verbod bedekten spelers van het Duitse voetbalelftal bij het poseren voor de groepsfoto hun mond. Armband of geen armband, „mensenrechten zijn niet onderhandelbaar”, verklaarde de Duitse bond. De Deense bondsvoorzitter dreigde vanwege de actie uit de FIFA te stappen. Nooit eerder was de relatie tussen Europese voetbalbonden en de FIFA zo beroerd.

Lees ook: En toen trok de FIFA geel voor een boodschap van liefde

Namens Nederland zit dinsdagmiddag minister Conny Helder (Sport, VVD) op de eretribune, samen met de emir, bij de laatste groepswedstrijd van Oranje tegen Qatar. Waar haar Belgische en Duitse collega’s de OneLove-band om de arm droegen is het de vraag of Helder hetzelfde gebaar zal maken. De KNVB-leiding gaf al eerder aan bij de wedstrijd tegen Qatar een OneLove-speldje te dragen in plaats van de armband. In aanwezigheid van de emir lijkt het de voetbalbond „chiquer” om het statement subtiel te uiten. Ostentatief een armband dragen zou „onnodig” provocerend kunnen overkomen, aldus directeur betaald voetbal Marianne van Leeuwen.

De discussie over mensenrechten lijkt bij andere deelnemende landen helemaal niet te spelen

De ‘OneLove’-kwestie tekent het ongemak rond dit controversiële WK. Althans, het ongemak voor westerse landen. De discussie over mensenrechten lijkt bij andere deelnemende landen helemaal niet te spelen. Zodoende is ‘Qatar’ meer een spiegelpaleis geworden voor westerse landen, met statements (of pogingen daartoe) die een signaal moeten afgeven aan het kritische thuisfront: kijk, mensenrechten worden hier wel degelijk geadresseerd, het ligt niet aan ons maar aan de organisatoren.

De cynische toeschouwer zou hier misplaatste superioriteitsgevoelens van het Westen kunnen bespeuren. Het is immers makkelijk scoren tegen het kleine Qatar, niet alleen sportief maar ook moreel; een conservatief Arabisch land waar rechten van arbeidsmigranten en seksuele minderheden zelfs op papier non-existent zijn. De whataboutisms liggen ook op de loer: arbeidsmigranten worden ook in West-Europa uitgebuit, in Oost-Europa zijn de lhbti-rechten ook niet gewaarborgd en lange tijd namen westerse landen vrij kritiekloos deel aan toernooien in dubieuze landen. Het WK in Rusland in 2018 was protestvrij, ondanks de bezetting van de Krim en de wet ‘anti-homopropaganda’.

Natuurlijk moet men waken voor cynisme, maar de westerse opstelling in dit stadium van het WK is een achterhoedegevecht. Voor grote statements is het nu te laat. Dat laat onverlet dat mensenrechten inderdaad niet onderhandelbaar zijn, zoals de Duitsers aangaven. Die boodschap mag Conny Helder dinsdag, al dan niet subtiel, aan de emir meegeven.