Recensie

Recensie Film

Uitzonderlijke roadtrip met melancholieke menseneters

Romantiek In het uitzonderlijk romantische ‘Bones and All’ trekken twee jonge kannibalen door het Mid-Westen in de jaren tachtig.

Tussen buitenbeentjes Maren (Taylor Russell) en Lee (Timothée Chalamet) ontstaat iets moois, in ‘Bones and All’.
Tussen buitenbeentjes Maren (Taylor Russell) en Lee (Timothée Chalamet) ontstaat iets moois, in ‘Bones and All’. Foto Yannis Drakoulidis / Metro Goldwyn Mayer Pictures

‘Je hebt toch niet…?’, vraagt Marens vader als ze buiten adem en met bebloede mond thuis komt. Ja, dat heeft ze wel. Tijdens een pyjamafeestje bij vriendinnen kluift Maren opeens de vinger van een schoolgenoot tot op het bot af – tot schrik van het slachtoffer én de toeschouwer. Dus moeten Maren en haar vader in het holst van de nacht vliegensvlug weer eens naar een andere Amerikaanse staat vluchten.

Het is overduidelijk niet de eerste keer dat Maren haar kannibalistische neigingen botviert. Het verklaart ook dat haar deur op slot zat en haar raam was dichtgeschroefd. Als haar vader haar achterlaat, gaat de 18-jarige Maren (gevoelvol gespeeld door Taylor Russell) op zoek naar haar moeder. Haar tocht voert door midden-Amerika, waarbij zij lotgenoten ontmoet, ‘Eaters’. Onder hen de zonderlinge Sully („Sully is never dully”) en leeftijdsgenoot Lee (Timothée Chalamet met paarse kleurenspoeling). Tussen buitenbeentjes Lee en Maren ontstaat iets moois: Bones and All ontpopt zich tot een uitzonderlijk romantische, melancholieke kannibalenfilm. Tegelijk is het ook horror, opgroeifilm, road movie.

Bones and All is de verfilming van het gelijknamige jongvolwassenenboek uit 2015 van Camille DeAngelis. Het verhaal speelt zich eind jaren tachtig af, het tijdperk van president Reagan. Op de soundtrack is onder meer Joy Divisions doemvolle ‘Atmosphere’ te horen, dat perfect de zwart-romantische gevoelens onderstreept van de gekwelde hoofdpersonen, door hun honger naar mensenvlees verschoppelingen. Naast onsmakelijke kauw- en smakgeluiden hebben de tokkelende gitaren van Trent Reznor en Atticus Ross de boventoon op de geluidsband. Sfeervolle muziek, met af en toe een duistere ondertoon, die goed past bij zowel de romantische als de road movie-aspecten van Bones and All, dat diverse arme Amerikaanse staten doorkruist. We zien bij schemerlicht gefotografeerde diners, sfeervol in hun sfeerloosheid. En verveloze trailerparks, lelijke supermarkten, eindeloos voortrollende landschappen. Ondertussen voedt het gelaagde scenario van David Kajganich de kijker mondjesmaat informatie: waarom wil Lee niet over zijn vader praten, wat is er met Marens moeder gebeurd?

Lees ook een achtergrondartikel over kannibalisme in de film: De kannibaal heeft de toekomst

Net als bij Guadagnino’s vorige film, zijn remake van Suspiria, kun je de vraag stellen wat hij voor ogen heeft: wat wil hij zeggen? Bones and All is vooral meerduidig. Lee is biseksueel, waardoor je makkelijk een ‘queer’-interpretatie op de film kunt plakken, met kannibalisme als symbool voor ‘afwijkende’ seksualiteit. En met de non-eater als ‘groupie’, gefascineerd door kannibalen, een sterke metafoor voor de hetero die wel eens wil experimenteren met homoseksualiteit.

Hoe dan ook is Bones and All een film die het anders-zijn omarmt. Het is een eenzaam bestaan. Lee en Maren zijn samen gelukkig in plekken waar niemand is: het desolate landschap weerspiegelt hun tragische natuur. Als Lee een Kiss-album ontdekt waarop de bandleden zonder make-up staan, is hij opgetogen. Maar Kiss zonder make-up ís geen Kiss. Juist als de band er normaal uitziet, voelt dat als camouflage. Zoals bij Lee en Maren.

Film Bekijk een overzicht van onze recensies over film