Eerste Kamer neigt naar steun voor abortuspil bij huisarts

Eerste Kamer Het wetsvoorstel moet abortus toegankelijker maken, maar abortusartsen vrezen ‘versnippering’ van de zorg. Als de senaat instemt, betekent dat de tweede grote wijziging van de Abortuswet binnen een jaar.

Een huisartsenpraktijk in Opheusden.
Een huisartsenpraktijk in Opheusden. Foto Flip Franssen

Een meerderheid van de Eerste Kamer lijkt te kunnen instemmen met het voorstel van GroenLinks, D66, PvdA en VVD om ook de huisarts de mogelijkheid te geven de abortuspil voor te schrijven.

Als de senaat volgende week akkoord gaat betekent dat de tweede grote wijziging van de Abortuswet binnen een jaar tijd. Eerder dit jaar stemden de Tweede en Eerste Kamer al in met het afschaffen van de wettelijke bedenktijd van vijf dagen, een verplichting die veel partijen als betuttelend zien en per 1 januari verdwijnt.

Ook bij het voorstel rond de abortuspil staat het belang en de keuzevrijheid van de vrouw centraal. De vier partijen willen de abortuszorg laagdrempeliger maken en vrouwen de optie geven de abortuspil ook bij hun huisarts te halen. Nu moet iedere vrouw nog verplicht naar een abortuskliniek of ziekenhuis. De abortuspil is tot negen weken zwangerschap een alternatief voor de curettage, het wegzuigen van de vrucht.

Binnen de abortuszorg is het wetsvoorstel omstreden. Abortusartsen vrezen „versnippering” van de abortuszorg als ook huisartsen de pil mogen voorschrijven. Zij betwijfelen of huisartsen genoeg expertise hebben en abortusklinieken vrezen de financiële gevolgen als een deel van hun behandelingen naar de huisarts verdwijnt.

‘Onnodig’

Voor een meerderheid in de Eerste Kamer zijn 38 zetels nodig; de vier partijen die het voorstel hebben ingediend hebben er samen al 33. Binnen de VVD-fractie – nu de grootste partij in de senaat met twaalf zetels – wordt over medisch-ethische onderwerpen nog weleens verdeeld gestemd, maar senator Reina de Bruijn-Wezeman laat aan NRC weten dat haar fractie unaniem kan instemmen. In het debat zei De Bruijn-Wezeman dat het voor vrouwen „een onnodige extra stap” is dat zij voor de abortuspil nu verplicht naar een kliniek moeten.

Om zeker een meerderheid te halen hebben de vier partijen de steun nodig van bijvoorbeeld het CDA (negen zetels) of de SP en de Partij voor de Dieren (samen zeven zetels). SP-senator Arda Gerkens sprak namens beide linkse partijen en zei al direct dat dit voorstel „voor vele vrouwen het verschil kan maken”. De verwachting is daarom dat beide partijen kunnen instemmen.

Lees meer over dit onderwerp: Abortuspil via de huisarts: goed plan of niet?

Het CDA heeft ook „een positieve grondhouding”, zei senator Greet Prins voor het debat. De partij heeft nog wel een aantal kritische vragen, bijvoorbeeld of het voorstel de keuzevrijheid voor vrouwen wel echt verbetert nu huisartsen niet verplicht worden de abortuspil voor te schrijven. „De autonomie van de vrouw wordt volledig afhankelijk van de huisarts. Hoe weten vrouwen welke keuze hun huisarts heeft gemaakt?”

De ChristenUnie en de SGP waren uitgesproken kritisch. CU-senator Maarten Verkerk ziet in het voorstel „een verstoring van de balans” tussen het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw en de bescherming van het ongeboren leven. Verkerk ziet vooral dat het proces rond abortus „gemakkelijker moet verlopen”. Ook de SGP vreest dat abortus „nog verder genormaliseerd” wordt. In andere landen waar de abortuspil al eerder via de huisarts beschikbaar kwam, zoals Frankrijk en Zweden, is het aantal abortussen overigens niet gestegen.

Vrijwillig

De initiatiefnemers zeiden in een reactie dat huisartsen net als abortusartsen in de kliniek moeten toetsen of de abortuswens van vrouwen vrijwillig en weloverwogen is. Om zo’n gesprek goed te kunnen voeren krijgen huisartsen een verplichte bijscholing. Tweede Kamerlid Corinne Ellemeet (GroenLinks) denkt dat juist een huisarts zo’n gesprek heel goed kan voeren. „De huisarts kent vaak de patiënt, de sociale context en haar medische geschiedenis.”

PvdA’er Attje Kuiken noemde vragen over de financiële gevolgen voor abortusklinieken terecht, maar wees erop dat minister Ernst Kuipers (Volksgezondheid, D66) al beloofd heeft die te monitoren. In het debat wilde Kuipers niet het voortbestaan van iedere abortuskliniek verzekeren, maar hij gaf wel „de garantie voor een goed landelijk dekkend netwerk”. Kuiken denkt dat een verschuiving van behandelingen van de klinieken naar de huisarts „langzaam” zal verlopen. „De klinieken zullen niet zomaar omvallen.”