Met antivries in het lichaam weerstaat dit insect de vorst

Beestjes Sneeuwspringers paren dagenlang in hetzelfde standje, ziet
Sneeuwspringer Boreus hyemalis
Sneeuwspringer Boreus hyemalis Foto Benjamin Fabian

Als het kouder wordt, zien we buiten minder mensen, want die zitten massaal binnen warmere tijden af te wachten. Sneeuwspringers komen daarentegen juist dan tevoorschijn. Alleen iets minder massaal. De sneeuwspringer, Boreus hyemalis, zul je ’s zomers nooit zien. Het is een donkerbrons gekleurd insect van ongeveer een halve centimeter. De kop loopt uit in een verlenging die nogal snavelachtig aandoet. Aan het uiteinde daarvan zitten kaakjes waarmee hij mos eet, maar die ook dode dieren kunnen verwerken. Zoals de naam al doet vermoeden, kan hij goed springen – zomaar een centimeter of twintig – wat hem in staat stelt stukjes sneeuw te overbruggen. Maar hij kan het ook als er geen sneeuw ligt. Door dit gedrag zou je zomaar kunnen denken dat je een sprinkhaantje voor je voeten weg ziet wippen. Die zijn echter niet actief in de winter. En een vlo is het evenmin, hoewel de sneeuwspringer ook wel onder de naam sneeuwvlo door het leven gaat.

Schorpioenvliegen

Hier moet ik even een zijsprongetje maken, want die naam sneeuwvlo is nog niet eens zo idioot als hij lijkt. Wetenschappers hebben aangetoond dat vlooien verwant zijn aan de orde waartoe de sneeuwspringers behoren: Mecoptera, ofwel schorpioenvliegen. Dat zijn dan weer geen vliegen. En schorpioenen zijn het natuurlijk al helemaal niet.

Nu de verwarring compleet is, springen we terug naar stuifzand en droge heide met haarmos, al dan niet onder een laagje sneeuw, waar sneeuwspringers zich op hun plek voelen. Ze hebben twee jaar in de bodem doorgebracht als larve, zich voedend met zogeheten rhizoïden – wortelachtige structuren – van mossen, waarna ze verpopten. Aan het begin van de winter, wanneer het nog niet al te koud is, maar wel vochtig, komen ze als volwassen insect te voorschijn.

Nu de verwarring compleet is, springen we terug naar stuifzand en droge heide met haarmos

Dat sneeuwspringers in de winter actief kunnen zijn, komt doordat hun kleine lichaampje antivries aanmaakt. Hierdoor wordt de temperatuur waarbij ze kapotvriezen flink verlaagd en zijn ze in staat zich in dat seizoen voort te planten. Ze doen het zelfs uitsluitend tijdens het koude deel van het jaar. Dit is een vrij zeldzame eigenschap die sneeuwspringers echte winterinsecten maakt. Een andere typische aanpassing aan frisse omstandigheden zijn de gereduceerde vleugels. Vrouwen hebben niet meer dan schubjes, terwijl die van de mannen de vorm hebben van kale sikkels. Vliegen in de kou zou de insecten veel te veel energie kosten. Die energie besteden ze liever aan paren. Dat is waar de mannen die sikkelvormige vleugelrestanten voor gebruiken.

Legboor

Bij een copulerend koppel sneeuwspringers zit de vrouw bovenop. Zij is te herkennen aan de legboor aan het uiteinde van het achterlijf; een langwerpig aanhangsel dat in dit geval dus juist niet duidt op mannelijkheid. De man zit onder en omvat met zijn sikkeltjes de basis van haar poten. Hij kooit haar als het ware, zodat ze niet al te gemakkelijk van hem af kan springen. Dit standje kunnen ze dagenlang volhouden. Ook sneeuwspringers kruipen dus knus bij elkaar tijdens de koude wintermaanden. Maar de meeste mensen zien dit allemaal niet, want die zitten binnen te kleumen.