Kwallen in de Oosterschelde pieken eerder door klimaatverandering

Biologie Jaarlijks terugkerende processen in de natuur verschuiven, nu het klimaat opwarmt. Dat is ook te zien in de Oosterschelde.

Een oorkwal in de Oosterschelde. Deze kwal verschijnt als eerste in het jaar.
Een oorkwal in de Oosterschelde. Deze kwal verschijnt als eerste in het jaar. Foto Linda Raaphorst/ANP

De levenscyclus van volwassen kwallen in de Oosterschelde is de afgelopen decennia verschoven als gevolg van klimaatverandering. Hun moment van verschijnen, pieken en weer verdwijnen vond in 2018 drie tot zeven weken eerder plaats dan in 1995. Dat blijkt uit onderzoek van de stichting Anemoon, dat is verschenen op de website Nature Today.

Door klimaatverandering gaan jaarlijks terugkerende processen in de natuur verschuiven. In Nederland komt een boom als de eik nu begin tot half april uit het blad, drie weken eerder dan in de jaren 60. En in de herfst werpt hij zijn bladeren nu later af. Rupsen komen ook eerder uit het ei, om de jonge, groene eikebladeren te eten. Koolmezen op hun beurt zouden hun eileg moeten vervroegen – hun jongen eten rupsen. Maar dat gebeurt niet overal even snel. Er kunnen zogeheten mismatches optreden.

Kwallen maken een levenscyclus door. Na de bevruchting van een eicel door een zaadcel vormt zich een larve die zich vestigt op de bodem, op een steen of een schelp. De larve groeit uit tot een poliep, die op een gegeven moment kleine kwalletjes begint af te snoeren. De kwallen groeien uit tot volwassen, mannelijke en vrouwelijke exemplaren, die voortplantingscellen aanmaken. Van de vier onderzochte kwallensoorten leven de volwassen exemplaren ongeveer een half jaar.

Kennis van het onderwaterleven

Stichting Anemoon onderzocht, op basis van gegevens van sportduikers, vier algemeen voorkomende kwallensoorten in de Oosterschelde: de oorkwal, de blauwe haarkwal, de kompaskwal en de zeepaddestoel. In de Oosterschelde wordt veel gedoken, licht voorzitter Adriaan Gmelig Meyling van de stichting toe. „En de meeste duikers zijn bioloog. Ze hebben veel kennis van het onderwaterleven.”

Van de onderzochte soorten verschijnt de oorkwal als eerste in het jaar, daarna de blauwe haarkwal, de kompaskwal en als laatste de zeepaddestoel. Uit het onderzoek blijkt dat alle vier de soorten over de periode 1995-2018 steeds eerder in het jaar verschijnen. Voor drie soorten geldt dat ook het moment van pieken steeds vroeger valt. Alleen bij de zeepaddestoel bleef dat gelijk – begin september. „Het moment van verdwijnen is weer bij alle vier naar voren geschoven”, zegt Gmelig Meyling. „Het is dus niet zoals bij de eik, die steeds later in het jaar zijn blad verliest.”

Het moment van verdwijnen is naar voren geschoven

Adriaan Gmelig Meyling

Lodewijk van Walraven, marien ecoloog bij Wageningen Marine Research, zegt dat de resultaten min of meer gelijk zijn aan die van hem, uit 2015. Hij baseerde zich op volwassen exemplaren van kwallen die in een fuik waren gevangen, aan de zuidkant van Texel. Hij werkte destijds bij het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee. Er is één ding dat bij hem anders was, zegt hij. „De kompaskwal bleef langer. Over de jaren heen verdween hij later in het jaar.”

In hoeverre de levenscyclus van andere soorten in de Oosterschelde ook is verschoven, is niet bekend, zeggen Van Walraven en Gmelig Meyling. „Maar de basis van het voedselweb is het plantaardig plankton”, zegt Van Walraven. „Dat zal waarschijnlijk niet vroeger in het jaar verschijnen, want dat moment is grotendeels afhankelijk van de hoeveelheid licht.”