Necrologie

Hannes Meinkema (1943-2022) zag dat seksuele revolutie vrouwen niet bevrijdde

Overleden Auteur Hannes Meinkema, pseudoniem van Hannemieke Stamperius, wilde niet beoordeeld worden op haar sekse. Met ‘En dan is er koffie’ brak ze in de jaren zeventig door als feministische cultschrijver.

Hannes Meinkema, hier in 1981, verkocht meer dan 100.000 exemplaren.
Hannes Meinkema, hier in 1981, verkocht meer dan 100.000 exemplaren. Foto ANP/Kippa

Er waren in de jaren zeventig weinig Nederlandse vrouwelijke schrijvers die van hun werk konden leven. Hannes Meinkema (pseudoniem van Hannemieke Stamperius) die vorige week op 79-jarige leeftijd overleed, was een van hen. Ze schreef meer dan twintig literaire romans en verhalenbundels, naast detectives en literatuurwetenschappelijk werk. Het meest bekend werd ze met haar derde roman En dan is er koffie (1976), dat werd ontvangen als een feministisch cultboek. Ze verkocht er meer dan 100.000 exemplaren van.

De moeizame relaties tussen vrouwen en mannen en tussen moeders en dochters waren een kernthema in het werk van Stamperius. Ze werd op 12 september 1943 geboren in Tiel, als dochter van een nog ongetrouwde, in de Tweede Wereldoorlog getraumatiseerde moeder. Ze groeide op in een samengesteld artsengezin als Hannemieke Nelemans.

Dat ze weinig vertrouwen kende in familierelaties, kwam tot uiting in veel van haar romans. En dan is er koffie vertelt over de jonge lerares Nederlands Rosa, die leeft in een Amsterdams progressief milieu vol joints en vrije seks. Rosa moet zich verhouden tot het gezin waarin ze opgroeide en tot haar partners.

Het boek kreeg lovende kritieken en werd een bestseller. De Telegraaf noemde het boek „de alternatieve familieroman” waar sinds De avonden van Gerard Reve op werd gewacht.

Mannelijk pseudoniem

Ondanks het succes bleef de schrijver aanvankelijk uit zicht, zodat niet direct duidelijk werd wie de auteur was. Stamperius koos haar schrijversnaam Hannes Meinkema (een gedeeltelijk anagram van haar naam) bewust omdat die mannelijk klonk. Terwijl ze onder haar eigen naam promoveerde op Hendrik Marsmans ‘Verzen’ (1977, cum laude) schreef ze onder pseudoniem haar eerste boeken. Ze wilde beoordeeld worden „op goed en slecht, op kwaliteit, niet op sekse”, zei ze zelf destijds.

Feminisme, en gelijkwaardigheid in bredere zin, bleef ook in haar latere boeken een belangrijk thema voor Stamperius. Zelf zei ze in een interview in Vrij Nederland dat dat nog meer tot uiting kwam in haar latere boek Het binnenste ei (1978), waarin ze de in haar ogen opgelegde promiscuïteit van de jaren ‘70 hekelde. „Seksuele bevrijding heette het, maar ik denk dat het voor veel vrouwen helemaal niet zo bevrijdend was.”

Meinkema schreef haar laatste roman in 2007. In een interview in Trouw in 2009 zei ze dat ze nog steeds „zo feministisch als de pest” was. Ook buiten de literatuur maakte ze zich daarvoor sterk. Nadat ze een Braziliaans meisje had geadopteerd, voerde ze in de jaren negentig een proefproces om haar dochter ook officieel te kunnen adopteren – iets wat destijds als alleenstaande nog niet was toegestaan.