‘Eindelijk kreeg ik erkenning voor hoe ik in elkaar zit’

Mijn toekomst Naam: Noa Jansen (19)

Is: Bijna klaar met de mbo-opleiding HRM (personeel en organisatie) aan het Koning Willem I College in Den Bosch

Wil: dat autisme bij meisjes eerder herkend wordt

‘Op mijn voorhoofd stond een stempel: moeilijk kind. Pas sinds afgelopen maart weet ik waardoor ik me anders heb ontwikkeld dan andere kinderen. Een geschiedenis van een jaar of vijftien is hieraan voorafgegaan.

„Eindeloos ben ik behandeld door allerlei psychologen en pedagogen. Ik heb ooit de diagnose ADD gehad: concentratiestoornis. Kreeg ik medicijnen voor. Die hielpen me niet. Dus daarmee ben ik toen weer gestopt. Wat was er dan wel aan de hand?

„Eindelijk kreeg ik, afgelopen maart, de diagnose die me wel helpt: autisme. Nu krijg ik de goeie behandeling. Pas sinds dit voorjaar begin ik te snappen hoe ik in elkaar zit. Inmiddels gaat het zoveel beter met mij dan het ooit is gegaan.

„Er is een groot verschil tussen autisme bij jongens en bij meisjes. Dat is veel te weinig bekend bij ouders, leraren en hulpverleners. Daarom vertel ik hier nu dit verhaal. Voor de toekomst van meisjes met autisme is het zó belangrijk dat ze zo vroeg mogelijk de goeie diagnose en behandeling krijgen.

„De meeste jongens met autisme zijn naar binnen gekeerd. Ze zijn sterk gefocust op dingen: op treintjes bijvoorbeeld, of op gamen met hun telefoon.

„Meisjes kunnen hun autisme veel beter verbergen dan jongens. Ze compenseren het door het gedrag van andere meisjes na te bootsen. Dat kan een hoop frustratie geven, want je bent nu eenmaal anders dan anderen. Ik heb moeite met humor, om maar iets te noemen. Zegt iemand iets voor de grap, of is dat serieus bedoeld? Voor mij is het moeilijk dat onderscheid te maken. Dit kan allerlei misverstanden geven. Het is ook dodelijk vermoeiend om voortdurend te letten op het gedrag van meisjes in je omgeving.

„Ik ben opgegroeid met het gevoel dat ik altijd op m’n tenen moest lopen, thuis en op school. Voor mij zijn planning en duidelijkheid heel belangrijk. Zeiden mijn ouders bijvoorbeeld: we gaan winkelen in de stad, dan moesten we niet opeens een afslag nemen om een boswandeling te gaan maken. Zo’n onverwachte verandering roept bij mij een hele sterke reactie op. Daar word ik dan óf heel stil en somber van, of juist heel gestresst en hyperactief.

„De coronatijd was echt vreselijk voor mij. Lessen werden alleen online gegeven. Vaak gingen ze op het laatste moment niet door. Ik miste structuur. Thuis zaten we op elkaars lip. Dat gaf een hoop spanning – ruzies, misverstanden, elkaar niet begrijpen.

„De positieve kant hiervan is dat er uiteindelijk wel goed is uitgezocht waar mijn problemen vandaan komen. De diagnose autisme kwam in zekere zin als een opluchting. Eindelijk kreeg ik erkenning voor hoe ik in elkaar zit. Tegelijk was ik ook wel boos. Basisschool, vmbo, mbo: hoeveel leraren heb ik wel niet gehad, langs hoeveel hulpverleners ben ik gesleept? En niemand heeft ooit doorgehad wat er écht met mij aan de hand was!

„Ik was ongefocust. Ik had een kort lontje. Ik moest me beter gedragen, mezelf aanpassen, beter m’n best doen. Maar hoe?

„Sinds een half jaar praat ik eenmaal in de week met een psycholoog. Daar zijn onlangs sessies met een psycho-motorische therapeut bijgekomen, in een gymzaal. Alleen maar over m’n gevoelens praten, hielp me niet genoeg. Ik krijg nu ook fysieke training. Ik moet van een kast springen, waarbij de mat steeds verder weg wordt gelegd. Zo leer ik m’n grenzen aangeven. Wat gebeurt er met m’n hartslag als ik spanning voel opkomen? Kan ik dat tijdig herkennen? Hoe ontspan ik mezelf dan?

„Ik ben nu bijna klaar met m’n mbo-opleiding. Veel beter dan vóór de diagnose weet ik nu waarop ik moet letten bij het kiezen van een hbo-studie. Ik twijfel tussen ict en commerciële economie. Bij beide heb je een strak studieprogramma: je krijgt echt les-les.

„Voor het eerst kan ik keuzes maken waarvan ik denk: dit past bij mij. Dat geeft me zelfvertrouwen, wat ik niet eerder zo duidelijk heb gevoeld.”