Kannibalisme is in ‘Bones and All’ sterk verbonden met erotiek

Kannibalisme in de film Eigenlijk is het verbluffend dat een film over menseneters zo romantisch kan zijn. In ‘Bones and All’ zijn de kannibalen jong, gedoemd en gewoonweg verrukkelijk.

Kannibalen Maren (Taylor Russell) en Lee (Timothée Chalamet) delen in de steppe van Nebraska hun diepste geheimen.
Kannibalen Maren (Taylor Russell) en Lee (Timothée Chalamet) delen in de steppe van Nebraska hun diepste geheimen.

Eigenlijk is Bones and All een onmogelijke film. Een romance van twee kannibalen die Amerika’s hartland in de jaren tachtig doorkruisen op zoek naar hun identiteit, en eten wie er zoal voorhanden is.

‘Fine young cannibals’ zijn het wel: Maren en Lee worden vertolkt door de opkomende supersterren Timothee Chalamet en Taylor Russell. Maar we zien hoe ze hun tanden zetten in een zojuist overleden bejaarde en een stuiptrekkende kermisklant. Met vette smakgeluiden, de snoetjes bebloed, de handen vol orgaanvlees. Siroop als bloed en spieren en ingewanden geboetseerd uit maraschino-kersen, chocolade en fruit roll-ups maakten die scènes voor de acteurs behapbaar.

Toch ervaar je Bones and All nooit als grotesk, maar als waarachtige, droefgeestige romantiek. Een mirakel: op het prestigieuze filmfestival van Venetië won de film in september de prijs voor beste regie (Luca Guadagnino) en beste nieuwkomer (Taylor Russell). Weer een teken dat horror status krijgt; vroeger kwam zo’n kannibalenfilm niet in aanmerking voor filmcompetities, laat staan prijzen. Dat taboe op horror lijkt van de baan sinds seriemoordenaarsfilm Titane in 2021 de Gouden Palm won in Cannes.

Roofdieren

Wat maakt Bones and All tot meer dan een morbide roadtrip? Regisseur Luca Guadagnino heeft andere interesses dan schrijver en veganistisch lifestyle-coach Camille DeAngelis, die in 2015 de gelijknamige young adult-roman publiceerde. Aanvankelijk schreef ze dat boek als een grap, stelt ze in een blogpost: „verliefde kannibalen!” Maar haar onbewuste drijfveer, beseft ze nu, is schuldgevoel over haar eigen verleden als carnivoor. „Ik was een roofdier.” En wellicht het mengsel van afschuw en mededogen waarmee ze nu naar vleesetende vrienden en familie kijkt.

Lees hier de recensie van ‘Bones and All’

Die veganistische invalshoek speelt geen rol in deze verfilming; Guadagnino wil zich in Venetië sowieso niet wagen aan duiding. Werkt hij met thema’s dan loopt hij altijd vast, vertelt hij de filmpers. Het gaat hem om personages, hun psychologie. Om wat kannibalisme met mensen doet, niet om waarvoor hun kannibalisme staat.

Zijn frêle hoofdrolspeler Timothée Chalamet wil wel een poging tot duiding wagen. Hij brak in 2017 door in Guadagnino’s gay romance Call Me By Your Name, waar ze nu in Venetië liever even niet over praten: Chalamets tegenspeler van toen, Armie Hammer, is inmiddels persona non grata vanwege seksueel sadisme en een kannibalistische fetisj.

Chamalet denkt dat de film gaat over jongeren die de wereld intrekken om hun ‘tribe’ te vinden. Zoals kids horen te doen, tot de pandemie en de lockdowns dat onmogelijk maakten. Toen kreeg het script vorm, aldus Chalamet: iets van die frustratie en isolatie sijpelt in de film door. „Ik heb trouwens nog steeds het gevoel dat een sociale implosie in de lucht hangt, het ruikt ernaar. Daarom is deze film zo belangrijk.”

Taboe en verval

Kannibalisme associeer je met taboe en verval. In films trekken menseneters doorgaans in groepen op: als zombies, ontaarde hillbillies of bizarre stammen diep in de Amazone of een post-apocalyptische woestenij. De kannibaal staat – anders dan beschaafde monsters als de weerwolf of de vampier – voor het eind van de beschaving. Wat ze pikant maakt, is dat kannibalisme echt voorkomt: uit noodzaak, als primitief ritueel of als perversie.

Dat het onze macabere interesse kietelt, bewijst het succes van de Netflixserie over seriemoordenaar en menseneter Jeffrey Dahmer. Hij is een solitaire kannibaal, net als de ‘Eaters’ die we in Bones and All treffen. Ze ruiken elkaar van kilometers afstand, zoeken elkaars gezelschap zonder elkaar te vertrouwen – ze kennen zichzelf veel te goed. Helemaal menselijk zijn ze niet. Zo is de grootste extase van een Eater iemand met huid en haar – ‘bones and all’ – op te vreten: een lastige opgave voor gewone mensen.

De kannibalen Maren en Lee zijn outlaws. Luca Guadagnino’s films spelen zich doorgaans af in rijke, verfijnde milieus: een geraffineerde kannibaal als Dr. Hannibal Lecter lijkt meer zijn type. Hier verkent hij evenwel geloofwaardig een wereld van trailerparks, rednecks en krotten. Qua sfeer heeft de film wel iets gemeen met Bonnie and Clyde (1967) en Badlands (1973), waarin Martin Sheen als sexy seriemoordenaar met Sissy Spacek een bloedig spoor trekt door het Midden-Westen.

Maren en Lee stralen junkieglamour uit, ‘heroin chic’. Ze zijn bi, genderfluïde en geven met hun geverfde haar, gescheurde spijkerbroek en hoge pony vrij actuele modestatements af. Het is dat ze geen mobieltjes hebben, anders had Bones and All zich ook zomaar in het door de krediet- en opiatencrisis geteisterde Amerikaanse ‘heartland’ van nu kunnen afspelen.

In Bones and All is kannibalisme een erfelijke aandoening, een obsessie, een verslaving. Eaters overleven ook wel zonder mensenvlees, maar gaan dan al snel aan eigen ledematen knabbelen. Ze hebben codes en systemen voor zelfcontrole en morele rechtvaardiging, net als verslaafden. Zo beweert Sully, de would-be mentor van Maren, dat hij alleen natuurlijk overleden mensen eet en verslindt Lee louter hufters die niemand mist.

Kannibalenerotiek

Op elk feestmaal volgt zelfhaat en een soort postcoïtaal schuldgevoel: kannibalisme is in Bones and All sterk verbonden met erotiek. Wat elke kus onder hoogspanning zet: eindigt dit niet in knagen op elkaar tong en lippen? Maren, die aanvankelijk wil doorgaan voor een gewoon schoolmeisje, valt door de mand als ze op een pyjamafeestje in een bedwelmend moment van intimiteit haar tanden in de vinger van een vriendin zet.

Die link van intimiteit en kannibalisme is niet onlogisch. Geliefden zetten wel vaker de tanden in elkaars vlees. Regisseur Claire Denis verkende diezelfde link in 2000 in haar – mislukte – kannibalenfilm Trouble Every Day, waar gedoemde kannibalen hun seksuele partners in afschuwelijke scènes levend opeten. Bij een van hen begint dat met orale seks. Belangrijker is het briljante Raw van Julia Ducournau uit 2017, waar kannibalisme samengaat met seksueel ontwaken. In die film wordt een strikt vegetarisch opgevoede studente diergeneeskunde – ook daar zit het in de familie – tijdens haar ontgroening gedwongen een rauw konijnenniertje te eten en ontwaakt zo haar verslindende passie. Ook daar begint het met het kluiven op een vingertje; volgens Ducournau maakt dat kannibalisme invoelbaar. Veel mensen knabbelen immers wel eens aan hun eigen nagel of nagelriemen.

Kannibalisme is bij Guadagnino niet zozeer een metafoor, eerder een verkenning van een marginaal en macaber glamoreus bestaan. Maren en Lee zijn jong, gedoemd en gewoonweg verrukkelijk. Je kan ze wel opvreten.

Wordt Bones and All een succes – de film verdient het – dan zal de romantische kannibaal de komende tijd in meer films en series opduiken. Andere monsters – weerwolf, vampier – zijn uitgemolken, met de de menseneter kan je nog allerlei kanten op. De kannibaal heeft toekomst.