Opinie

Oog in oog met een kerk vol dampende streekgenoten

Marcel van Roosmalen

Het ‘te koop’-bord in onze voortuin leidde tot een paginagroot artikel in het Noordhollands Dagblad en daarna was het hek van de dam. We werden ongewild middelpunt van gesprek in Wormer. Bij slagerij Gijs Tange viel de winkel stil toen ik binnenkwam voor een ons Herz salami.

Tegelijkertijd stond er al langere tijd een openbaar interview in de Bullekerk in Zaandam in mijn agenda. Het werd georganiseerd door ‘de Culturele Raad’, een initiatief dat cultuur en Zaankanters dichter bij elkaar moet brengen.

Zaterdagavond stond ik dan oog in oog met een kerk vol dampende streekgenoten. Ik wist nog niet of ik een thuis- of uitwedstrijd speelde, maar dat was buiten de interviewer gerekend. René Sman zei op het podium maar eerlijk dat hij van het slag was dat een interview graag in het honderd liet lopen.

Hij had eigenlijk geen vragen voorbereid.

Op een sheet verscheen mijn CV.

Wilde ik daarop reageren?

We vonden elkaar in diepgevoeld zwijgen, op een gegeven moment toverde hij uit zijn zak een envelop met trefwoorden.

Ik trok het woord ‘discipline’.

Had ik daar wat mee?

Ik stelde zelf maar voor om vragen uit de zaal te beantwoorden, dan kon de interviewer zich er eventueel ook in mengen, maar hij zei al meteen dat hij het waarschijnlijk zou laten lopen. Hij was benieuwd naar het proces dat zou ontstaan.

Ik zei dat ik niet snapte waarom ze in de Zaanstreek historische gebouwen slopen voor afzichtelijke nieuwbouw. Voor die stelling werd geklapt. De interviewer zei dat hij in een comité zat dat een molen wilde laten herbouwen. Daarna ging het nog een tijd over de Zaanse mentaliteit, die behalve door de inwoners door weinig mensen wordt begrepen.

„Wij zijn eigen”, werd gezegd.

En: „Je moet door ons heen prikken.”

Een ander: „Wel een paar keer prikken.”

De interviewer knikte.

Na afloop deed iedereen tevreden.

Het was legendarisch ongemakkelijk geweest.

„René was weer heel erg René”, zei een vrouw, die de interviewer goed kende.

René zelf kwam ook nog even babbelen, opgelucht dat het voorbij was. Ik had gewonnen, maar ook verloren. Eigenlijk was het gelijkspel, zei hij.

„0-0, ik ben wel tevreden.”

We vonden elkaar in de conclusie dat de spelopvatting verschilde. Ik ga altijd uit van de nederlaag, hij wilde niet verliezen en was tevreden met een bloedeloos gelijkspel.

Daarna werd ik aangesproken door tientallen Zaankanters, ze onderschreven zonder uitzondering fluisterend mijn klachten over het gebied.

Ik heb ze aangeraden om met elkaar in gesprek te gaan.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.