Schotse voetbalbond: flinke vermindering koptrainingen

Hersenschade in de sport Uit Schots onderzoek bleek eerder dat oud-voetballers vaker dan gemiddeld dementie krijgen. De Schotse voetbalbond denkt dat koppen een oorzaak kan zijn en grijpt in.

Steven Davis (r) van het Schotse Rangers in duel met Ajacied Steven Berghuis.
Steven Davis (r) van het Schotse Rangers in duel met Ajacied Steven Berghuis. Foto Lee Smith/Reuters

Prof- en amateurvoetbalclubs in Schotland mogen voortaan niet vaker dan één keer per week trainen op kopballen. Ook mogen spelers op de dagen voor en na een wedstrijd niet meer koppen. Het gaat daarbij om trainingsvormen zoals corners of vrije trappen, waarbij er grote kans is dat er wordt gekopt. Dit heeft de Schotse voetbalbond maandagochtend bekendgemaakt, op basis van onderzoek naar het gevaar van kopballen voor de hersenen.

De maatregelen behoren tot de meest verregaande in de wereld om voetballers te beschermen tegen hersenletsel. De nieuwe richtlijnen komen ook tegemoet aan de wens van spelers in Schotland: in een enquête, uitgevoerd door de Schotse bond, gaf 64 procent van de voetballers aan dat er een limiet moest komen op kopballen tijdens trainingen.

Directe aanleiding voor de nieuwe richtlijn is een onderzoeksproject van de Universiteit van Glasgow naar hersenschade in het voetbal waarvoor achtduizend voetballers en 23.000 anderen zijn getest. In 2019 bleek daaruit dat voetballers een 3,5 keer grotere kans hebben om dementie te ontwikkelen dan de gemiddelde populatie. Later specificeerde dezelfde onderzoeksgroep dat verdedigers – die het meest koppen – een vijf keer grotere kans hebben op dementie. Voor keepers werd geen verschil gevonden met de gemiddelde populatie, volgens de onderzoekers vermoedelijk omdat zij zelden tot nooit koppen.

In 2020 besloot de Schotse bond het koppen voor kinderen al te limiteren. De Engelse voetbalbond FA besloot in de zomer van 2021 om voetballers, zowel profs als amateurs van alle leeftijden, nog maar maximaal tien keer per trainingsweek te laten koppen als ballen met een hoge snelheid worden aangespeeld. Het gaat dan om kopballen na bijvoorbeeld een lange pass of een voorzet. Die richtlijnen werden gezien als een doorbraak, maar zijn lastig na te leven. Want wanneer wordt een bal ‘met hoge snelheid’ gespeeld? De FA had het over ballen die gekopt worden nadat ze een afstand van minimaal 35 meter hebben afgelegd, maar ook dat is lastig in praktijk te brengen.

‘Radicale verandering’

De Schotse bond komt nu met duidelijkere richtlijnen. Slechts één keer per week een training waarin koppen een belangrijke rol speelt, en dan niet op een dag voor of na een wedstrijd. Dat betekent dat clubs in hun trainingsplanning rekening moeten houden met kopballen, en bovendien moeten ze in de gaten houden hoe vaak er wordt gekopt. Ian Maxwell, de voorzitter van de Schotse voetbalbond, noemt het onderzoek van de Universiteit van Glasgow een „katalysator voor een radicale verandering” in het denken over voetbal.

Lees ook: hoe verliep het onderzoek naar de hersenen van Wout Holverda? En wat betekent dat voor zijn familie, en voor het voetbal?

Over het mogelijke gevaar van kopballen voor de hersenen is veel nog onbekend. Wel zijn er wereldwijd verschillende voorbeelden van voetballers die ernstige dementie hebben gekregen na hun carrière, terwijl bekend was dat zij veel kopten en andere oorzaken (zo mogelijk) konden worden uitgesloten. Voor voormalig American football-spelers is dat bewijs nog veel harder: in de Verenigde Staten werd bij honderden oud-spelers een hersenaandoening gevonden die in veel gevallen leidde tot dementie of ernstige stemmingswisselingen.

In Nederland werd dit jaar voor het eerst bij een voetballer ontdekt dat hij hersenletsel had opgelopen, hoogstwaarschijnlijk door zijn voetbalcarrière. Het gaat om Wout Holverda, oud-speler van Sparta, die eind vorig jaar overleed. Hij leed de laatste jaren van zijn leven aan ernstige dementie. Artsen van het Amsterdam UMC onderzochten postmortaal zijn hersenen en zijn ervan overtuigd dat zijn voetbalcarrière (botsingen, kopballen) de doorslaggevende oorzaak was voor het ontwikkelen van de ziekte.

John MacLean, medisch consultant van de Schotse FA, zegt op de website van de bond dat er inderdaad nog volop onderzoek wordt gedaan naar de ontwikkeling van neurodegeneratieve ziekten bij oud-voetballers. Zijn er, bijvoorbeeld, erfelijke oorzaken? Heeft de ene voetballer meer risico dan de andere? Zijn kopballen een groot risico, of juist botsingen met de tegenstander?

Maar, zegt MacLean: „We hebben al onderzoek dat meetbaar geheugenverlies suggereert in de eerste 24 tot 48 uur na een serie kopballen.” In bloedmonsters en op hersenscans die korte tijd na het koppen zijn afgenomen bij proefpersonen zijn volgens MacLean ook bewijzen gevonden voor verandering in de hersenstructuur. Het doel van de Schotse FA, zegt hij, is daarom om de mogelijke schadelijke effecten voor te zijn door „de algehele blootstelling aan kopballen tijdens de training te verminderen.”