Schelpdieren in de Stille Oceaan produceren hun eigen antibioticum

Natuur Twee soorten Aziatische schelpdieren maken antibioticum. Mogelijk kan het worden ingezet voor menselijk gebruik.

Verse kokkels, te koop op een vismarkt.
Verse kokkels, te koop op een vismarkt. Foto Witthaya Khampanant

Ze worden vaak omringd door een grote hoeveelheid bacteriën en ontberen een geavanceerd immuunsysteem. Toch lukt het schelpdieren om te gedijen in potentieel ziekmakende milieus. Chinese en Amerikaanse biologen bestudeerden de Aziatische tweekleppige Meretrix petechialis om te achterhalen hoe dat kan, en ontdekten dat de soort zelf een antibioticum produceert: erytromycine.

Tot nu toe werd gedacht dat alleen micro-organismen die stof aanmaken, schrijven de onderzoekers in PNAS. Mogelijk kan het schelpdierantibioticum ook worden ingezet voor menselijk gebruik.

Meretrix petechialis is een tweekleppig schelpdier uit de familie van venusschelpen en komt voor in het noordwestelijk gedeelte van de Stille Oceaan, onder ander langs de Japanse en Chinese kust. De in de zeebodem levende soort wordt beschouwd als delicatesse en vormt zodoende een belangrijk exportproduct, maar nu blijkt de schelpensoort dus om nog een andere reden economisch interessant: de aanmaak van antibiotica.

Steenpuisten

Alle weekdieren hebben een zogeheten mantel, een zacht gedeelte waarmee ze onder andere een harde schelp of huisje kunnen produceren. Maar Meretrix petechialis produceert via speciale slijmcellen in de mantel ook erytromycine. Daarmee kan de soort de hoge hoeveelheid bacteriën in de omringende modder (tot wel 1 miljard per kubieke centimeter) te lijf gaan, aldus de auteurs. Ook de verwante schelpdiersoort Meretrix lyrata blijkt erytromucine aan te maken.

Erytromycine wordt al gebruikt als antibioticum bij onder andere luchtweginfecties, steenpuisten en geslachtsziekten. Nu blijkt dat ook schelpdierslijm antibacteriële eigenschappen heeft, is het in de toekomst mogelijk nog breder in te zetten, schrijven de auteurs.