Royal IHC blijft een probleemgeval: overheid loopt schade op van 100 miljoen euro

Scheepsbouwer De kwakkelende scheepsbouwer Royal IHC liep de afgelopen jaren vertraging op bij de bouw van schepen. Dat kost de overheid 100 miljoen euro.

Scheepsbouwer Royal IHC in Kinderdijk. Het bedrijf richt zich op het ontwikkelen, ontwerpen en bouwen van schepen en materieel voor de bagger- en offshore-industrie.
Scheepsbouwer Royal IHC in Kinderdijk. Het bedrijf richt zich op het ontwikkelen, ontwerpen en bouwen van schepen en materieel voor de bagger- en offshore-industrie. Foto Peter Hilz/ANP/HH

Zeker 100 miljoen euro is de averij die de Nederlandse overheid heeft opgelopen bij de steun aan de geplaagde scheepsbouwer Royal IHC. De schade kan nog minstens 67 miljoen euro hoger uitpakken.

Dat blijkt uit de Monitor Exportkredietverzekering 2021 die het ministerie van Financiën eerder deze maand publiceerde. Het Financieele Dagblad schreef er maandag als eerste over.

In het rapport staat dat de overheid voor 100 miljoen euro schade moet vergoeden die Royal IHC de afgelopen jaren heeft opgelopen, onder meer doordat de werf forse vertraging had opgelopen bij de bouw van een aantal bagger- en offshoreschepen. Voor 67 miljoen euro staat ook nog „niet-definitieve schade” in de boeken.

Een ‘exportkredietverzekering’ is financiële hulp die de overheid bedrijven geeft bij risicovolle opdrachten in het buitenland. In 2021 keerde de staat in totaal 209 miljoen euro uit aan exportkredieten. Daarvan ging 167 miljoen naar Royal IHC.

Concurrentie Zuid-Korea, China

De miljoenenschade past in het beeld dat de scheepsbouwer uit het Zuid-Hollandse Kinderdijk al jaren laat zien. Royal IHC, waarvan de voorgangers al sinds de zeventiende eeuw actief zijn in de scheepsbouw, kwakkelt al veel langer. Door de grote concurrentie van Zuid-Koreaanse en Chinese werven, de coronacrisis en meer recent ook de oorlog in Oekraïne heeft Royal IHC grote moeite om nieuwe orders binnen te halen.

Royal IHC heeft grote moeite om nieuwe orders binnen te halen

In 2019 leed het maritieme bedrijf een verlies van 227 miljoen euro op een omzet van 1,1 miljard. Een jaar later was het verlies 300 miljoen op een omzet van 738 miljoen. De resultaten over 2021 zijn nog niet gepubliceerd.

Medio 2020 dreigde een faillissement voor de scheepsbouwer. Maar de Nederlandse regering schoot te hulp samen met een consortium van Nederlandse en Belgische bagger- en offshorebedrijven. De overheid steunde de scheepsbouwer met een pakket van 400 miljoen euro aan uitkeringen, garanties en kredieten. Zo wilde de staat voorkomen dat 395 miljoen euro aan eerder verleende exportkredieten verloren zou gaan.

De Algemene Rekenkamer uitte in november 2020 forse kritiek op deze redding van IHC. Volgens de toezichthouder had toenmalig minister Eric Wiebes (Economische Zaken, VVD) het parlement „gebrekkig” geïnformeerd. De Rekenkamer stelde dat de overheid veel meer risico liep dan Wiebes beweerde.

Lees ook: ‘Justitieel onderzoek naar scheepsbouwer IHC om steekpenningen’

Een geopolitiek argument om Royal IHC te redden, was destijds ook dat de bagger- en offshorebedrijven die de werf overnamen, niet wilden dat de innovatieve technologie van IHC en de kennis van complexe baggerschepen in handen zouden komen van Chinese concurrenten. Een Chinese staatsbedrijf zou eerder belangstelling hebben getoond om de scheepsbouwer over te nemen.

Amazon en Spartacus

De bouw van twee complexe schepen zorgde de afgelopen jaren voor veel kopzorgen bij IHC. In september leverde de werf de enorme pijpenlegger Amazon op, voor het Amerikaanse bedrijf McDermott International. Het gerenoveerde schip kan overweg met in totaal 10.000 ton pijpleiding. De Amazon gaat buisleidingen leggen in zeer diepe wateren voor de kust van West-Afrika. Hoe dieper, hoe complexer. „Het voltooien van de Amazon was soms een uitdaging”, stelde bestuursvoorzitter Jan-Pieter Klaver. Zo ontwierp het bedrijf een nieuw geavanceerd computersysteem waardoor minder personeel nodig is om het werk te overzien.

In augustus 2021 voltooide IHC eindelijk de Spartacus. De bouw van ’s werelds grootste snijkopzuiger, die dankzij de snijkop kan baggeren in zeer harde zeebodem, duurde vier in plaats van twee jaar. Dat kwam onder meer door constructieproblemen. Het schip dat vaart op het duurzamere vloeibare aardgas (liquefied natural gas, LNG) was „een van de meest uitdagende projecten die Royal IHC ooit heeft ondernomen”, aldus het bedrijf. De Belgische baggeraar DEME zet de Spartacus op dit moment in voor de uitbreiding van het Egyptische havencomplex Abu Qir. Half november fantaseerde de Egyptische president Al-Sissi hardop over nog grotere uitbreidingen van het project. New Abu Qir zou een kunstmatige eiland moeten worden, voor de kust van de stad Alexandrië, zoals de opgespoten eilanden voor de kust van de Golfstaten.

Maar ondertussen kijkt Royal IHC naar een behoorlijk leeg orderboek. Het bedrijf heeft te maken met „tegenvallende marktontwikkelingen”, meldde de scheepsbouwer onlangs. Om het bedrijf „wendbaarder” te maken, kondigde IHC eind september opnieuw ontslagen aan. 250 banen werden geschrapt. Bovendien wordt de scheepswerf in Krimpen aan den IJssel tijdelijk gesloten. De werf gaat in de slaapstand, aldus het bedrijf.

Een jaar eerder ontsloeg Royal IHC al driehonderd medewerkers in Nederland en driehonderd in het buitenland (Verenigd Koninkrijk, Dubai). Van zevenhonderd tijdelijke medewerkers werd het contract niet verlengd. Waar IHC in 2019 nog meer dan 3.000 medewerkers telde, krimpt het bedrijf nu naar 1.900 werknemers.

Het concern wordt mogelijk nog kleiner. Royal IHC overweegt om zijn winstgevende dochter IQIP te verkopen. Dat bedrijf bouwt onder meer materieel om fundamenten voor windmolens op zee te bouwen. De verkoop zou mogelijk al voor het eind van dit jaar worden afgerond. IQIP haalde in 2020 een omzet van 122,8 miljoen euro en een winst van 27,1 miljoen.