Portret van de man met rode baret nu toch weer wél een echte Rembrandt

Hertoeschrijving Het portret van de man met rode baret is toch een van de circa vijftig zelfportretten van Rembrandt, aldus Rembrandt-expert Gary Schwartz, die een boek schreef over het schilderij.

Rembrandt-expert Gary Schwartz bij het schilderij waarvan hij stelt dat het een uit 1643 daterend zelfportret van Rembrandt is.
Rembrandt-expert Gary Schwartz bij het schilderij waarvan hij stelt dat het een uit 1643 daterend zelfportret van Rembrandt is. Foto Bas Czerwinski

Een zelfportret van Rembrandt? Of een portret van Rembrandt van of naar Ferdinand Bol? De in New York geboren Rembrandt-expert Gary Schwartz (82) twijfelt niet. Het portret van de man met rode baret dat vanaf dinsdag in het Haagse museum Escher in Het Paleis hangt, is een van de circa vijftig geschilderde zelfportretten van Rembrandt.

Schwartz schreef een boek over het schilderij dat vrijdag verschijnt: Rembrandt met rode baret. De wilde avonturen van een bezadigd zelfportret. Daarin beschrijft hij uitgebreid de krankjorume omzwervingen van het schilderij. Ook bestrijdt hij de tegenwerpingen die ertoe hebben geleid dat het schilderij sinds 1969 door kunsthistorici niet meer als een Rembrandt werd erkend.

Onbekwame overschilderingen gaven een verkeerde indruk van de kwaliteit van het werk en hebben kunsthistorici op het verkeerde been gezet, stelt Schwartz in het boek. Zijn conclusie stoelt op nieuw technologisch onderzoek door een wetenschappelijk instituut in Zürich. Dat wijst uit dat alleen het gezicht op het schilderij nog van de originele schilder is. Schwartz: „En wie dat gezicht bekijkt, zal het moeilijk vinden iets anders te zien dan een zelfportret van de meester zelf.”

Portret van de man met rode baret dat volgens Rembrandt-expert Gary Schwartz aan Rembrandt toebehoort. Foto Wbooks

Speelbal tussen regeringen

Het schilderij, nu in bezit van een Duitse particulier verzamelaar, hangt tot eind januari in Escher in Het Paleis. Daarmee is het doek terug op de plek waar het tussen 1850 en 1894 hing. Destijds was het eigendom van prins Hendrik, zoon van koning Willem II, die het in zijn Paleis Lange Voorhout hing, het huidige museum.

Na Hendriks dood erfde zijn zus -Sophie het werk en verdween het uit Nederland. In 1921 werd het gestolen uit het Weimar Museum om in 1945 in de VS weer op te duiken. In de Koude Oorlog werd het een speelbal tussen de regeringen van de VS en Duitsland. De Amerikaanse overheid besloot het schilderij in 1967 aan Duitsland terug te geven, waar het met succes geclaimd werd door een erfgename.

Tot 1968 stond het schilderij te boek als een zelfportret van Rembrandt. Maar in dat jaar schreef de Duits-Nederlandse kunsthistoricus Horst Gerson het in zijn catalogue raisonné van Rembrandt-werken af als een portret van Rembrandt van of naar Bol.

Fantastische geschiedenis

Gersons toeschrijving werd door „geen enkele Bol-deskundige serieus genomen”, zegt Schwartz desgevraagd. De leden van het Rembrandt Research Project hebben onder leiding van Ernst van de Wetering in 1980 in het Rijksmuseum nog uitgebreid naar het portret gekeken. Schwartz: „Ze lieten zich leiden door hun eigen vooringenomenheid. Van de Wetering heeft uitgebreid over het portret geschreven en in mijn boek weerleg ik al zijn argumenten waarom het géén zelfportret van Rembrandt is. Vertel mij maar waarom het dat niet is.”

De toeschrijving aan Rembrandt vindt Schwartz niet het belangrijkste aan zijn boek, zegt hij. „Dat ik met tal van ongepubliceerde documenten, onder meer uit het Koninklijk Huis-archief en archieven van de Amerikaanse en Duitse overheden, de fantastische geschiedenis van dit schilderij heb kunnen reconstrueren, is veel belangrijker.”

Ook is hij blij dat het schilderij na bijna 125 jaar weer in Nederland te zien is. „Dat ik de eigenaar zo ver heb gekregen, vervult mij met trots.”