„Pas als je het onder woorden kunt brengen, herinner je je dingen'', zegt Cees Nooteboom

ZAP Twee dicht-bij-de-dood-levende schrijvers waren dit weekend op tv: Marjan Berk (90) en Cees Nooteboom (89). Ze blijven schrijven. Berk: „Ze moeten me doodtrappen wil ik stoppen.”

Schrijver Cees Nooteboom laat zich inspireren door de cactussen in zijn tuin.
Schrijver Cees Nooteboom laat zich inspireren door de cactussen in zijn tuin. VPRO

Als je offline bent overleden, ben je online dan ook dood? Goeie vraag, Quinty Misiedjan stelt hem in het jeugdprogramma De dikke datashow (VPRO), waarin kinderen uitleg krijgen over wat er gebeurt áchter hun schermen. Na de dood van TikTokker en YouTuber Tigo Zijlstra (20) bleef hij op al zijn sociale mediakanalen springlevend. Zelfs ná zijn overlijden kregen zijn volgers nog een nieuwe post van hem. Geen bericht uit het dodenrijk, zijn ouders gebruikten zijn account voor een in memoriam.

Overledenen kunnen online ook tot leven worden gewekt. Zo praat Quinty Misiedjan met haar opa die al negen jaar dood is. Zijn foto werd bewerkt tot bewegend beeld, een deep fake. Dus nee, online sterf je niet. Niet vanzelf.

Schrijvers mogen hopen dat ze voortleven in hun boeken. Twee dicht-bij-de-dood-levende schrijvers afgelopen weekend. Op vrijdag bij Özcan Akyol in De geknipte gast: Marjan Berk (90). Op zondag in het boekenprogramma Brommer op zee: Cees Nooteboom (89).

Ik hoorde overeenkomsten. Beiden memoreren hun vroeg gescheiden ouders, in 1936 (MB) en in 1943 (CN). Een jong overleden moeder (MB), een jong overleden vader (CN). De oorlog en hun heldere herinneringen daaraan. Nooteboom hoort nog altijd de „basso continuo” van vliegtuigen die ergens het „noodlot” brengen. Berk praat over onderduikers en de razzia bij haar thuis alsof het gisteren gebeurde. „Altijd maar lullen over die oorlog.”

Ik heb voor de zekerheid het gesprek tussen Eus en Marjan Berk twee keer gekeken, maar het gaat geen enkele keer over haar werk. Wel over haar verleden. Haar nare vader en flamboyante moeder. Over haar huwelijken. Eén kort, één lang. Mislukte huwelijken, vat Eus samen. Zo wil zij een huwelijk van 31 jaar niet noemen. Gestrand dan, corrigeert Eus. Hij lijkt haar levensloop bijna beter te kennen dan zij, graven als ze soms moet in haar hoofd naar herinneringen.

Zelfbevrediging

We zijn over de helft als haar boeken ter sprake komen. Pas toen haar vader was gecremeerd, zegt ze, kon ze schrijven. Eus vermoedt dat schrijven voor haar een manier was om met tegenslag om te gaan. Ze ontkent het niet. Vervolgens vraagt hij niet wát ze schreef, maar waarom. „Welk doel diende het?” Geen, geeft ze grif toe. „Zelfbevrediging.”

Cees Nooteboom slijt zijn dagen in zijn huis op Menorca. Presentator Wilfried de Jong spreekt hem in de tuin die hem thans stof tot schrijven geeft. Een plant vegeteert, begint De Jong. In wind, regen, licht. Of dat voor de schrijver ook geldt. „Ik ben geen plant”, zegt die. „Ik ben een schrijvende man.” En er gebeuren dingen. Aan de cactus ontluikt een gele bloem. De ezel eet een wortel. De amandelboom gaat niet dood.

Ook hij wordt gevraagd naar zijn verleden, maar hij heeft weinig herinneringen. „Pas al je het onder woorden kunt brengen, herinner je je dingen.” Eerst kon hij denken, en denken is voor hem schrijven. Werden woorden je vrienden?, informeert De Jong. Voelde je daardoor minder alleen? Nooteboom kan „dat soort vragen” niet beantwoorden, zegt hij. Hij was op enig moment klaar met schrijven. Een uitgever wilde het wel uitgeven. „Dan is er een boek, en ben je schrijver.”

Omgevallen cactus

De beelden op Menorca preluderen op de naderende dood. Een omgevallen cactus wordt door de tuinman omhooggehesen. Overleeft hij het, vraagt Nooteboom in vloeiend Spaans en grinnikt om het antwoord: „Langer dan wij.” De palmboom die hij vijftig jaar geleden plantte, kan hij niet meer zelf van bladeren ontdoen. „De boom is te groot, ik te oud.”

Nooteboom noch Berk lijkt het schrijven bij leven aan de wilgen te hangen. „Ze moeten me doodtrappen wil ik stoppen,” dreigt Berk. Haar column in het AD mag na veertig jaar beëindigd zijn, zij zet haar schrijvend leven voort op haar website en op Facebook.

Correctie 28 november: in een eerdere versie van dit artikel stond dat de column van Marjan Berk in het AD na vijftig jaar beëindigd is. Ze had veertig jaar een column in die krant.