Opinie

Gutmensch kijkt WK

Ernst-Jan Pfauth

Bij veel discussies heb ik het genoegen aan de juiste kant van de geschiedenis te staan. Ik eet vegaworstjes en drink sojamelk. Ik zeg ‘mensen van kleur’ en oefen op zinnen met genderneutrale voornaamwoorden. Als ik merk dat ik te veel boeken van witte mannen lees, corrigeer ik mijn koers. Mijn laatste vliegvakantie? Lang geleden. Aangenaam, Ernst ‘Gutmensch’ Jan is de naam. Laaf je aan mijn morele superioriteit.

Tot afgelopen maandag. Na het uitspreken van mijn afschuw over de uitbuiting van arbeidsmigranten. Nadat ik vloekte op de FIFA, die de OneLove-band verbood, en de lafheid van de KNVB, die een gele kaart een te groot offer vond. Nadat ik haarfijn uitlegde hoe Qatar het WK kocht.

Na al dat gebabbel, drukte ik op de knop van mijn tv. Juichen voor Cody. Juichen voor Davy.

In de woonkamer keek één iemand niet mee. Van tevoren had ze ge-appt moeite te hebben met het ‘doodleuk’ meebeleven van een WK in Qatar. Waarom ben je hier dan, vroeg ik me af. Ga ergens anders je heilige aura uitwasemen, niet in de ruimte waar ik mijn principes net in een hoekje heb geveegd.

In mijn hoofd liep ik haar gedrag na. Had ze ooit te kennen gegeven van voetbal te houden? Nee, niet dat ik me kon herinneren. Makkelijk offer dus. En vliegt zij niet heel vaak naar Zuid-Europa?

Ik moest denken aan een geweldige voorstelling die ik laatst zag. In Seksklimaat van Maria Goos houdt één vriend tijdens het ontbijt met twee andere vrienden maar niet op over klimaatopwarming. Elke bespreking van laakbaar gedrag eindigt met dezelfde apotheose: „Zit jij me nou de maat te nemen?” Die dame in de hoek, die niet meekeek, die zat mij de hele tijd de maat te nemen. Althans, zo voelde ik dat.

Op De Correspondent las ik dat voetbaljournalist Simon Kuper ook het WK kijkt. Het toernooi versterkt de gemeenschapszin. Onderzoekers vermoeden zelfs dat voetbaltoernooien vele honderden Europese suïcides voorkomen hebben. „Op de mooiste momenten zal je de vage omtrekken kunnen waarnemen van iets wat op een wereldgemeenschap lijkt”, schrijft Kuper.

Ik klamp me aan zijn essay vast om niet in schuldgevoel te verdrinken. Om niet te hoeven denken: zijn je principes dan zo weinig waard dat je niet eens wat voetbalwedstrijden kan overslaan? De oranjeloze voetbalzomers van 2002, 2016 en 2018 ben je toch ook prima doorgekomen?

De mensen in mijn Twitter-timeline die niet van voetbal houden hebben een geweldige tijd. De ene na de andere spitsvondige tweet vliegt de deur uit. Over de toegejuichte protesten van het Iraanse elftal: „Voetbal is geen politiek! Oh wacht, wel bij deze.” Ze zijn een spiegel van hoe ik eerder mijn morele superioriteit over andere onderwerpen in 280 tekens wist te vatten.

We leven in een tijdperk waarin je je engagement tentoonspreidt door het gedrag van anderen af te kraken. Ophef als zuurstof van vooruitgang.

Er was voor dit Gutmensch een WK nodig om me te realiseren hoe vrijblijvend dat is.

Ernst-Jan Pfauth schrijft om de week op deze plaats een column.