Europa wordt het maar niet eens over een prijsplafond voor Russische olie

Sancties De EU wil de prijs waarvoor Rusland zijn olie kan verkopen aan banden leggen. Voorstanders willen Rusland zo beroven van belangrijke inkomsten voor zijn oorlogskas, maar tegenstanders zien juist grote risico’s voor Europa zelf.

De EU werkt aan een prijsplafond voor Russische olie om de inkomsten van Rusland stevig te drukken, maar zo'n plafond zal ook flinke economische consequenties hebben voor de EU zelf.
De EU werkt aan een prijsplafond voor Russische olie om de inkomsten van Rusland stevig te drukken, maar zo'n plafond zal ook flinke economische consequenties hebben voor de EU zelf. Foto Stephanie Lecocq/EPA

Terwijl de deadline snel nadert, proberen EU-landen het tevergeefs eens te worden over de precieze hoogte van een prijsplafond voor Russische olie. Die maximumprijs moet de olie-inkomsten van het Kremlin stevig drukken, en de oorlogskas zo langzaam uithollen. Maar de Europese onenigheid toont hoezeer EU-landen, en op de achtergrond de Verenigde Staten, worstelen met de toenemende economische pijn van de sancties tegen Rusland.

Het prijsplafond dat ter discussie staat geldt niet eens voor de olie die EU-landen zelf van Rusland kopen – eerder dit jaar bereikte de EU al een akkoord over een totale boycot van alle Russische olie die per schip wordt vervoerd. Dat embargo treedt komende maandag in werking en betreft het leeuwendeel van de Russische olie die naar de EU gaat. De EU koopt straks dus nauwelijks nog olie van Rusland.

Maar om de impact van dit sanctiepakket te vergroten, besloten de EU-landen ook tot een verbod op het verzekeren van Russische olietransporten per schip. Op papier betekende dit dat bijna geen enkel land ter wereld nog Russische olie kon kopen, want vrijwel alle verzekeringen van zulke transporten wereldwijd lopen via de EU en het Verenigd Koninkrijk. Het plan stuitte echter op weerstand van de VS, die vrezen voor tekorten en hoge olieprijzen, waarna er in G7-verband een ‘truc’ werd bedacht: als transporten van Russische olie tegen een in het Westen afgesproken prijs gebeuren, zouden die toch mogen worden verzekerd.

Maar over de hoogte van het plafond liggen EU-landen nu dus al maanden in de clinch. De Europese Commissie stelde onlangs een prijsplafond van 65 dollar (62 euro) per vat voor, maar met name Polen vindt die prijs veel te hoog, daarin gesteund door de Baltische landen. Warschau eist dat het plafond veel dichter bij de productiekosten van Russische olie komt te liggen, die naar schatting rond de 15 dollar per vat schommelen. Binnen de EU loopt Polen wel vaker voor de troepen uit als het gaat om een zo ferm mogelijke opstelling richting Moskou.

Aan de andere kant staan EU-landen met een invloedrijke scheepvaartindustrie: met name Griekenland, Malta en Cyprus. Zij vrezen dat een te laag prijsplafond hun rederijen de nek om draait. Ook andere EU-landen zonder sectorbelangen vrezen de effecten die een te laag plafond heeft op de mondiale olieprijs.

Lees ook: De energiecrisis in Europa is nog lang niet voorbij

‘Gedoemd te mislukken’

Een maximumprijs van 65 euro is ook volgens marktkenners in elk geval geen keiharde sanctie. Want tegen die prijs verkoopt Rusland zijn olie nu ook al aan landen als China en India. Die landen kochten de Russische olie die Europese landen niet meer willen hebben de afgelopen maanden gretig op. Zij maakten daarbij dankbaar gebruik van Ruslands slechtere onderhandelingspositie – het land wil zijn olie natuurlijk liefst kwijt – en bedongen een fikse korting, van zo’n 30 procent. Maar extreem veel pijn heeft die korting Rusland ook weer niet gedaan. De prijs is nog altijd ruim boven de prijs waartegen Rusland de olie uit de grond haalt, en dagelijks verdient Rusland ook met die gereduceerde prijs nog steeds enkele honderden miljoenen dollars aan zijn olie, omdat het zo enorm veel olie exporteert (circa 4,5 miljoen vaten per dag).

Een plafond zoals Polen dat voorstelt, heeft veel grotere consequenties voor de Russische schatkist. Ja, er zijn allerlei sluiproutes waarlangs Rusland zijn olie toch kan vervoeren naar landen als China en India als het verzekeringsverbod er eenmaal is. Er zijn bijvoorbeeld ook rederijen die zonder westerse verzekering varen, de zogeheten ‘dark fleet’. Maar ook met die vloot komt Rusland niet aan genoeg schepen om al zijn olie te vervoeren. En dus zal de Russische olie-export inkrimpen, denken experts, en daarmee de inkomsten.

Maar zo’n laag plafond heeft voor Europese landen óók gevolgen, en geen geringe. De mondiale olieprijzen zullen de lucht in schieten, vrezen analisten, en dat kunnen Europese economieën er niet bij hebben. Veel EU-landen staan aan de vooravond van een recessie. Alternatieven zijn er weinig. OPEC-landen zoals Saoedi-Arabië schroeven juist de productie terug, omdat ze hogere prijzen willen.

Het Internationaal Energieagentschap waarschuwt dat zulke prijsstijgingen dan weleens het „kantelpunt” kunnen zijn voor een wereldeconomie die toch al wankelt.

Het verklaart waarom ook de VS druk uitoefenen op Europa om het plafond niet al te laag te leggen. Stijgende olieprijzen zorgden de afgelopen maanden in Amerika voor politieke onrust en het Witte Huis vreest de gevolgen van grotere marktschommelingen.

De EU-landen hebben zonder het prijsplafond ook al een probleem. Zij moeten nog steeds alternatieven vinden voor veel Russische olie voordat het importverbod maandag ingaat. Twee maanden geleden hadden ze nog niet eens de helft ervan vervangen, constateerde het IEA. De hamvraag is dus of EU-landen bereid zijn de consequenties van een prijsplafond te dragen. Een olie-analist van financieel persbureau Bloomberg denkt van niet. En daarom is het plafond volgens hem „gedoemd om te mislukken”.