De oorlog en de troost die muziek kan bieden

Wagner over muziek Muziek bepaalt het leven van altvioliste . Deze week: Bach, Was Gott tut, BWV 100.
Wagner over muziek

Tijdens mijn orkestvrije week word ik gevraagd of ik een Bachcantateconcert honderd kilometer verderop wil meespelen. Zonder naar details te vragen, zeg ik spontaan toe en zie een schone kans me daarna een paar dagen in een bed-and-breakfast af te zonderen om mijn schrijfdeadlines te halen. De kerk is klein, het altaar te nauw maar voor Bach doe ik alles. In de cantate Was Gott tut, BWV 100, speelt normaal gesproken één altviool maar tot mijn verrassing deel ik de lessenaar vandaag met Lena. Zij is Oekraïense en vertelt dat dit project een initiatief van de kerk is om haar landgenoten te helpen. Ook een paar andere Oekraïense musici spelen op geleende instrumenten mee. Als Lena het over bombardementen, onmogelijke vluchttochten en ellende heeft, betuig ik mijn medeleven en mompel, „die stomme oorlog”. Maar haar ogen spuwen ineens vuur: „Goed dat Oekraïners nee tegen de Russen durven te zeggen!”

Toch botst het

Gelukkig zwaait de dirigent al een opmaat en mijn overtollige emoties vloeien in Bachs muziek. Toch botst het te vrolijke beginthema met mijn stemming. Als vervolgens de ene na de andere aria zonder reserve over Gods goedheid jubelt, voel ik me tegenover Lena ietwat bezwaard. Mijn ongemak nestelt zich in de vingerzetting en ik stoor me aan de ongepaste muziekkeuze wetend dat Bach zo veel troostrijke cantates geschreven heeft.

Mijn ongemak nestelt zich in de vingerzetting

In de pauze, als Lena weer over Kiev en haar achtergebleven broer vertelt, schiet ze vol. De woning van haar ouders bestaat niet meer. Ik bied haar impulsief mijn bed-and-breakfastkamer voor de rest van de week aan. Maar dat hoeft niet, ze is tevreden waar ze nu woont. Ik wil haar koffie betalen, helaas, die is gratis. Tot slot bied ik haar aan dat ze me om alles mag vragen. Ze kijkt meteen op: „Echt waar?”

Op de concertavond zit de kerk bomvol. Ik stel me de armoe en de onmogelijke leefcondities van de vluchtelingen voor, waar denkt Lena nu aan? In het programma stond dat Bach deze cantate schreef kort nadat zijn drie kinderen waren overleden. Was de keuze dus toch weloverwogen?

Weloverwogen?

Na afloop wens ik Lena veel sterkte maar ze laat mijn hand niet los. „Zou je me dan vanavond naar Amsterdam kunnen brengen?” Een ogenblik denk ik nog aan de bed-and-breakfast om de hoek, maar ik laat me niet kennen en we stappen in de auto. Onderweg vertelt Lena over de ellende in haar land maar ze verheugt zich op haar man die vanavond van een zakenreis in New York terugkomt. Hij is Nederlander en ze wonen al jaren in een vrijstaande villa op de Apollolaan.

Ewa Maria Wagner is altvioliste en schrijfster.