De autosloper kocht een waakhond, maar heeft geen last van de asielzoekers op het cruiseschip

Asielboten Nieuwste locaties voor asielopvang: cruiseschepen van soms wel honderden meters lang. De autosloper, de volkstuinders en de buurtwinkeliers waren vooraf bezorgd. „Het is toch een hoop onbekend volk.”

De asielboot in Velsen-Noord, tegenover een volkstuinencomplex.
De asielboot in Velsen-Noord, tegenover een volkstuinencomplex. Foto Olivier Middendorp

‘Loop maar mee.” Tussen de tientallen autowrakken, boven elkaar opgehangen tot drie hoog in de lucht, stapt Marcel Wit (39) langs verwrongen staal en gebutste portieren, tot achterin, om het hoekje. „Daar is-ie”, zegt hij, wijzend op een stevige hond die begint te kwispelen vanachter de tralies van zijn kennel. „Dit is Cooper, de bewaking.”

Cooper is een bullmastiff. Een jaar oud en vijftig kilo zwaar. Eén bonk spieren. De ideale waakhond. „En het mooie is”, zegt Wit, „dit beestje kent heel goed het verschil tussen goed en kwaad. Nu is-ie rustig, maar als jij vanavond over het hek springt...”

Marcel Wit heeft de hond een maand geleden aangeschaft, tegelijk met extra camera’s en betere buitenverlichting. Want zijn zaak Bentie’s Autodemontage, een sloperij met tweedehands onderdelen voor allerhande BMW’s, ligt in een uithoek van de Amsterdamse haven. Een uitgestrekt, desolaat gebied met overslagbedrijven, zware en lichte industrie en, sinds vorige maand, een nieuwe buur. De MS Galaxy, een cruiseschip aangemeerd langs de kade vlakbij, met nu achthonderd en straks duizend asielzoekers.

Mensen denken nu eenmaal in stereotypen. Over een asielboot net zo goed als over een autosloperij

Marcel Wit autosloper

„Tot nu toe is het rustig”, zegt Wit. En ja, hij snapt heus wel dat die boot érgens moet liggen. Deze mensen – begrijp ’m niet verkeerd – verdienen ook een plek. En ach, wat moet een vluchteling met het differentieel van een versnellingsbak? „Maar je weet gewoon niet wat je kunt verwachten. Heel simpel. En als je dan op tv die beelden van Ter Apel ziet… ik zit gewoon niet te wachten op tien man voor m’n poort.”

Nederland telt ruim 48.000 asielzoekers en het aantal groeit gestaag door een toename van aanvragen en achterstanden in de behandeling ervan. Kloosters, kazernes, gevangenissen, bungalowparken, sporthallen, caravans: zowat alles voldoet als opvang. De nood is hoog, het aantal opvangplekken schaars. Nieuw in het rijtje zijn de asielboten. Vaak zijn het riviercruisers met namen als Princess of Formidable die voorheen bestemd waren voor een meerdaagse rondvaart over de Donau of de Rijn en nu zijn omgebouwd tot opvanglocatie voor honderd tot honderdvijftig vluchtelingen. Ze liggen intussen onder meer in Utrecht, Deventer, Meppel, Zwolle, Huizen en Haarlem.

Maar het kan ook veel groter. Een heel cruiseschip, twaalfdeks, 212 meter lang, 40 meter hoog. Zoals de MS Galaxy, die sinds oktober in de Amsterdamse haven ligt, een cruiseferry die voorheen tussen Zweden en Finland voer. Of de MS Silja Europa, dit jaar nog in de vaart tussen Estland en Finland en sinds een maand aangemeerd in Velsen-Noord. Iconische cruiseschepen met blauwwitte trechters die boven alles uittorenen en omwonenden tot in de verre omtrek attenderen op hun nieuwe bestemming.

Niet vakantie, maar de opvang van vluchtelingen. Duizend per boot, mogelijk straks meer.

Twee worsten op één broodje

„Komen ze aan hoor… de Spaanse armada.” Cor en Mirjam Dijk zetten zich schrap vanachter de toonbank. „Morning!” „Hello!”

Zes bonkige kerels in grote jassen. Ze lopen De Parlevinker in, hét buurtwinkeltje van het Amsterdamse havengebied en gelegen aan dezelfde kade als de MS Galaxy. De mannen trekken de koeling open, graaien in het schap en roepen: „hotdog!”. „burger!”.

„Ketchup, mayo, curry?”, vraagt Mirjam Dijk, terwijl ze achter elkaar worsten in de magnetron stopt.

De mannen knikken. Eén van hen zet met ferme hand een blik Amstel naast de kassa.

Lees ook: Ministerie verwacht volgend jaar meer asielzoekers, blijkt uit interne stukken

More sausage? Fully equipped?

Geknik. „And one banana and one apple flap.”

Apple flap? „Ja, dat hebben we ze geleerd”, knipoogt Cor Dijk als het gezelschap vertrokken is. De Spanjaarden zijn tijdelijke inhuurkrachten van een fabriek verderop. Ze komen hier sinds twee maanden elke dag. „Prima kerels. Maar de eerste keren was handen-en-voetenwerk hoor.”

De Parlevinker

Het is maandagochtend en flink druk in De Parlevinker. Hier vind je werkkleding, veiligheidsschoenen en een keur aan broodjes in het formaat korte bol, lange bol, korte pistolet en lange pistolet. De menukaart begint met broodje worst, worst op twee broodjes, broodje bal, bal op twee broodjes, hamburger, cheeseburger, cheeseburger twee keer kaas en zo nog even verder. Al zijn er ook klanten, zegt Mirjam Dijk, die zelf hun broodje samenstellen. „Zoals twee worsten op één broodje.”

De Parlevinker is een familiezaak, opgericht door de overgrootvader van Cor, varend met een houten roeisloep als een echte parlevinker de binnenvaart bediende. Ook Cor en Mirjam hebben nog gevaren, tot 2001. Daarna rukte de industrie op ten koste van de scheepvaart en maakten ze van hun magazijnschip langs de kade een winkelschip – je kunt er nog steeds langszij.

Met de transformatie van de haven veranderde ook hun klandizie. Bonkige schippers werden bonkige arbeiders, werkzaam bij de veevoerfabriek, als sloper van een voormalig kolencentrale, of bij de cacaofabrieken verderop. Mannen die cacaobalen van 75 kilo versjouwen. Ruige gasten veelal, arbeidsmigrant.

Intussen loopt de zaak zo goed, dat Cor en Mirjam niet zitten te wachten op nóg meer klandizie. Sterker, ze willen de zaak verkopen en met pensioen. Dus toen vorige maand de MS Galaxy aan dezelfde kade kwam te liggen, de looproute pal langs hun winkeltje, maakten ze zich aanvankelijk zorgen om de verkoopbaarheid van de zaak. Ze hebben de Coca Cola-vlag weggehaald en het bordje met ‘welkom’. Niet omdat asielzoekers niet welkom zijn, maar omdat De Parlevinker niet wil opvallen. „We zagen ze hier al binnenkomen met dertig man…”

De asielboot in de Amsterdamse haven voor uiteindelijk duizend asielzoekers. Foto Olivier Middendorp

Protestmars en vuurwerk

Angst voor wat komen gaat. Dat speelde ook in Velsen-Noord, 25 kilometer verderop. Daar hoorden de inwoners al in juni van de plannen voor een cruiseschip met duizend asielzoekers, een kilometer buiten de dorpskern. Er volgde een protestmars met honderden deelnemers en toen de boot er eenmaal lag, begin vorige maand, werd de pendelbus naar Beverwijk bekogeld met vuurwerk.

Jan Broersen (60), die een kruiwagen vol hout verrijdt, was ook „wat huiverig”. De boot ligt pal tegenover zijn volkstuin, als een blauwwitte muur schijnend door het groen. Nooit lag hier op steenworp afstand van volkstuinencomplex V.T.V. Wijkeroog een schip aangemeerd. En nu plots zo’n reusachtig gevaarte met zoveel mensen. Broersen doet sindsdien z’n tuinpoort op slot, voor de zekerheid. „Het is toch een hoop onbekend volk.”

Sommige tuinders waren bang dat ze hun groenten zouden jatten

Julia Anderies Volkstuinencomplex. Wijkeroog

En zo zijn er wel meer op het tuincomplex die hun bedenkingen hadden. Het complex met 260 tuinen bestaat sinds 1961 en is ooit opgezet voor de arbeiders in Velsen-Noord, het armere deel van Velsen. Een groot deel werkte bij de Hoogovens aan het Noordzeekanaal. In de weekenden kwamen ze hier groenten verbouwen: aardappelen, snijbonen, sperziebonen, sla, andijvie, rode biet. De percelen zijn ruim opgezet en veel oude huisjes hebben namen als Ons stekkie of Ons domein. En al verandert de populatie hier in rap tempo – mensen van buiten het dorp met siertuinen en luxe huisjes – zit ook de oude garde er nog.

Een jonkie

Veel tuinders vonden het prima dat het schip er kwam, maar er was ook angst, merkte het bestuur. Voorzitter Frank Alkema en secretaris Julia Anderies vertellen erover in Het Praathuis, de kantine – waar je nog een ‘jonkie’ (jonge jenever) of ‘CB’ (citroenbrandewijn) kunt bestellen. „Sommige oudere tuinders waren bang dat de asielzoekers hun groenten zouden jatten”, zegt Anderies. „We hebben gezegd: ‘Wacht het maar even af. Die mensen daar op de boot krijgen genoeg te eten’.” En er was ook angst voor diefstal van snoeischaren, generatoren, accu’s voor de zonnepanelen. Alkema: „Wat moeten die mensen op de boot ermee?”

Het bestuur kan de zorgen van sommige tuinders best begrijpen. Ook hier kent iedereen „de beelden van Ter Apel”. Knokpartijen, winkeldiefstal. En op het tuincomplex zijn al meermaals inbraakgolven geweest. Zoals twee jaar terug: dertig accu’s in één seizoen. Het terrein is ’s avonds niet verlicht en openbaar toegankelijk en vanaf de boot is de kortste looproute richting stad (Beverwijk) dwars door de tuinen.

Lees ook: Zorg voor kleinschaliger opvang asielzoekers

Naast angst, zo blijkt uit een rondje over het complex, speelt nóg iets: woede over het asielbeleid. Waarom staan zíj, de Velsen-Noorders, met een uitkering tien jaar op de wachtlijst voor een huurwoning, terwijl die mensen daar op de boot gelijk een cruisehut kunnen bewonen? En natuurlijk is het zwembad en het casino dicht, en hebben die mensen er ook niet voor gekozen.

Maar leg een Velsen-Noorder niet uit wat een vooroordeel is, want die weet precies hoe het voelt om te worden veroordeeld door een ander. „Het afvoerputje” is Velsen-Noord door de omgeving wel genoemd. Zoals een oudere tuinder zegt: „Bij rottigheid wordt altijd naar ons gewezen.” En ooit, lang geleden, was Velsen één, maar toen kwam „die sloot” ertussen – het Noordzeekanaal – en ontstond er vanzelf een wij-zij-cultuur. ‘Wij’: Beverwijk en Velsen-Noord. ‘Zij’: Velsen-Zuid en IJmuiden. En daar, aan de overkant, voelt niemand zich hier thuis.

Verdwaald

Terug naar de Amsterdamse haven, waar ze ook met vooroordelen bekend zijn. Neem de nieuwe klandizie van De Parlevinker. Al die ruige gasten, in het begin dachten Cor en Mirjam Dijk wel even ‘oh-jee’. „Maar het zijn allemaal harde werkers. En als je ze een beetje kent, dan komen de grapjes.”

En dan de autosloperij van Marcel Wit: „In de film”, zegt hij kijkend naar zijn wrakken, „zie je altijd dat iemand een lijk uit zo’n auto trekt.” De branche, weet hij, heeft een slechte naam. Louche types, oplichting. Terwijl, de markt is nu veel transparanter dan vroeger, door internet. Je kunt bij hem nu ook garantie krijgen. „Maar mensen denken nu eenmaal in stereotypen. Over een asielboot net zo goed als over een autosloperij.”

De situatie nu, na een maand met de nieuwe buren? „Tot nu toe” geen incidenten, klinkt overal. Bij De Parlevinker zien ze de asielzoekers alleen langslopen of fietsen richting stad. „Soms hele gezinnen”, zegt Mirjam Dijk. „In het zonnetje.”

Ook op volkstuincomplex V.T.V. lijkt de angst voorlopig weggeëbd. Er heeft zich bij het bestuur één asielzoeker gemeld die vroeg of hij er kon werken. En bij tuinder Jan Broersen liep er laatst eentje zo zijn erf op. Verdwaald. Met opgelichte ogen: „Een prachtige vrouw uit Syrië. Kon heel goed Engels. Echt een blije meid.”

Hij heeft haar nog een kop koffie aangeboden. Maar nee, ze bedankte.