50 jaar Pong: tafeltennisgame stond aan de wieg van een miljardenindustrie

Eerste gamehit Het ongekend succesvolle Pong werd vijftig jaar geleden gelanceerd, en leverde het bewijs dat met games geld viel te verdienen.

De Ierse voetballer Steve Heighway en een onbekende vrouw spelen Pong, de eerste commercieel succesvolle videogame.
De Ierse voetballer Steve Heighway en een onbekende vrouw spelen Pong, de eerste commercieel succesvolle videogame. Foto Getty Images

Binnen een week nadat ze de eerste Pong-machine in een bar in Sunnyvale, Californië, hadden geïnstalleerd, moesten makers Allan Alcorn en Nolan Bushnell weer terugkomen. Of ze de kapotte machine wilden repareren. De twee techneuten trokken het apparaat open en vonden de fout: het betaalkastje zat zo vol met kwartjes dat er níks meer in paste.

Dit verhaal is inmiddels zo vaak verteld dat het aanvoelt als een scheppingslegende. Ja, het computerspel werd geboren op universiteitscomputers in de jaren 50 en 60, maar pingponggame Pong sleurde de technologie uit de niches, naar het grote publiek. Het spel viert deze dinsdag zijn vijftigste verjaardag.

Het kastje dat in die Californische bar zoveel bekijks trok, was ook niet de eerste van zijn soort, maar wel de simpelste. Het bestond uit een scherm met twee draaiknoppen, één voor elke speler. Stopte je er een kwartje in, dan kreeg elke speler de controle over een rudimentair pingpong-batje in de vorm van een streepje. De ‘bal’ was een wit puntje. Uitleg was niet nodig. Iedereen snapte instinctief hoe Pong werkte.

Bliepjes

Bushnell nam Alcorn in juni 1972 aan, en stelde hem voor een uitdaging. Er zou een contract liggen van industriegigant General Electric, voor een spel dat thuis te spelen was en slechts 15 dollar zou kosten. Lastig, schreef Alcorn later in zijn memoires. Net nadat Alcorn de machine – licht over budget – af had, kwam Bushnell terug: zou hij er ook geluid aan kunnen toevoegen? Alcorn wist de bekende bliepjes uit de al bestaande onderdelen te wringen. „Als je mooier wil, dan moet je zelf maar iets beters gaan zoeken”, zei hij tegen Bushnell. Later bleek Bushnell het contract met General Electric totaal uit de duim te hebben gezogen.

Ook een tafeltennisgame was toen al geen nieuw idee. Sterker, Bushnell zou jaren later worden aangeklaagd omdat hij het idee voor Pong van de eerste spelcomputer, Magnavox Odyssey, zou hebben afgekeken. („Ik heb ‘m gezien, maar ik vond dat het er dom uitzag”, zei hij jaren later.) Maar Magnavox wilde met zijn spelcomputers vooral televisies verkopen – een marketingfout pur sang, waardoor de Odyssey commercieel flopte.

De eerste Pong-arcadekast in 1973 met helemaal rechts Allan Alcorn en de tweede van rechts Nolan Bushnell. Foto Allan Alcorn

Banken wilden niks van Alcorn en Bushnell weten. Pong was een arcadekast en arcadekasten waren het terrein van de maffia, dachten ze: flipperkasten waren al decennia een geliefde investering onder de Amerikaanse georganiseerde misdaad, onder andere omdat het vrijwel onmogelijk was voor de belastingdienst om het verdiende muntgeld op te sporen. Uiteindelijk besloot Bushnell de inkomsten uit verkoop maar meteen weer in de fabricage te stoppen.

Tien machines per dag

De honger van arcadehallen naar Pong was veel te groot voor het jonge Atari, dat zo’n tien machines per dag kon bouwen. Werknemers werden overal vandaan gesleept om maar meer machines te kunnen bouwen. Ze troffen bij Atari een feestcultuur – ex-hippies Bushnell en Alcorn hielden wel van een joint, biertje en een sprong in het bubbelbad. Zo wist Atari in zijn eerste jaar zo’n 2.500 keer Pong te verschepen, het jaar daarop 8.000. Kopieën met namen als Pro Tennis en Tennis Tourney schoten als paddestoelen uit de grond in arcadehallen wereldwijd.

Maar hoeveel machines kun je aan arcadehallen verkopen? Bushnell had grootse plannen, maar het geld en de mankracht ontbrak. Hij stapte met Alcorn naar winkelketen Sears met een idee: Pong, maar dan thuis op de bank. Het leidde tot een contract voor meer Pong-games dan ze konden bouwen, daarna gingen ze op zoek naar financiering.

Het werkte. Home Pong werd hét kerstcadeau van 1975. Ruim 150.000 exemplaren van de thuisversie van het spel vlogen over de Sears-toonbanken. De hele electronica- en speelgoedwereld keek jaloers mee: Atari bewees dat met games daadwerkelijk geld viel te verdienen.

Vijftig jaar later spreken we van een industrie die goed is voor 175 miljard euro omzet per jaar. Hoewel ‘Atari’ niet langer synoniem is met games, blijft de invloed van Bushnell voelbaar – in duizenden versies van Pong, en in de ontwikkelaars die Atari voortbracht, van Apple-oprichter Steve Jobs tot gamegigant Activision Blizzard.