Regeringspartij Taiwan weet niet electoraal te profiteren van de angst voor China

Taiwan Na het teleurstellende resultaat van haar DPP bij lokale verkiezingen is de Taiwanese president Tsai Ing-wen teruggetreden als partijleider. Kiezers bleken lokale thema’s belangrijker te vinden dan de opgelopen spanning met China.

De Taiwanese president Tsai Ing-wen vorige maand tijdens de viering van de nationale feestdag. Foto Daniel Ceng Shou Yi / EPA
De Taiwanese president Tsai Ing-wen vorige maand tijdens de viering van de nationale feestdag. Foto Daniel Ceng Shou Yi / EPA

De gok van de Taiwanese president Tsai Ing-wen en haar Democratische Progressieve Partij (DPP) is zaterdag verkeerd uitgepakt. Daar vonden de eerste verkiezingen plaats sinds Nancy Pelosi, de voorzitter van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, begin augustus een controversieel bezoek bracht aan Taiwan. Na dat bezoek liepen de spanningen tussen China, Taiwan en de VS sterk op.

Tsai probeerde hierna om de Chinese bedreiging van de veiligheid en soevereiniteit van het eiland tot hoofdthema van de plaatselijke verkiezingen van deze zaterdag te maken. Dat is mislukt: haar DPP behaalde een teleurstellend resultaat. Tsai stapte daarna op als partijleider, maar blijft wel aan als president tot de presidentsverkiezingen in 2024. Dat jaar is zij geen kandidaat meer: ze heeft er dan de maximale periode van twee ambtstermijnen op zitten.

„Het is niet zo dat de DPP nooit eerder heeft gefaald”, zei ze na de verkiezingen. „We hebben geen tijd voor spijt. We zijn gevallen, maar we zullen weer opstaan.”

De Kuomintang (KMT), de belangrijkste oppositiepartij, won 13 van de 22 zetels voor nieuwe burgemeesters en districtsmagistraten, waaronder ook die van de burgemeester van de hoofdstad Taipei. Ook bij de verkiezingen van 2018 won de KMT overtuigend, maar toch wist Tsai daarna in 2020 bij de presidentsverkiezingen een klinkende nationale overwinning te behalen. Op landelijk niveau speelt het thema van de Chinese dreiging wel prominent.

Lees ook: Chinese analisten: Taiwan binnenvallen is te riskant voor Xi Jinping

Lokale thema’s belangrijker

De uitslag van zaterdag laat vooral zien dat lokale verkiezingen in Taiwan nog steeds vooral dat zijn: verkiezingen die draaien om plaatselijke thema’s als de aanpak van corona, van criminaliteit en van luchtvervuiling. Vooral op de aanpak van corona is kritiek sinds Taiwan dit jaar te maken kreeg met een nieuwe golf besmettingen. Maar de nieuw gekozen bestuurders hebben geen zeggenschap over Taiwans nationale beleid, en dat beseft de bevolking heel goed.

Dat de DPP er niet in slaagde om kiezers ervan te overtuigen dat de dreiging vanuit China het meest acute thema is, geeft aan dat veel mensen het zien als een kunstmatig bij de verkiezingen ingebracht thema, dat afleidt van de werkelijke problemen op lokaal niveau en van het mogelijke falen van de DPP op die thema’s.

De DPP-kandidaat-burgemeester van Taiwans hoofdstad Taipei bracht het maar een enkele keer op. Toen hij merkte dat het weinig weerklank vond, richtte hij zich weer op de plaatselijke politiek. Dat kon overigens niet voorkomen dat hij werd verslagen door KMT-kandidaat Chiang Wan-an, die de achterkleinzoon is van Taiwans eerste president Chiang Kai-shek.

Traditioneel was de KMT altijd voor hereniging met het vasteland, zij het niet onder een communistisch bestuur. Mede omdat er in Taiwan steeds minder mensen over zijn die daar nog naar streven, profileert de partij zich niet meer op dit punt. Wel vindt de KMT dat de DPP een te confronterende koers vaart ten opzichte van Beijing. China van zijn kant ziet de KMT als een partij waarmee te praten valt, in tegenstelling tot de „separatisten” van de DPP.

‘Vrede in de regio’

Eric Chu, partijvoorzitter van de KMT, zei na de verkiezingen: „We zullen aandringen op het verdedigen van de Republiek China [de officiële landsnaam van Taiwan, red.], en op het beschermen van democratie”, om aan te geven dat hij niet zal heulen met China. „We zullen ook hard werken aan het bewaren van vrede in de regio”, zei hij verder.

Lees ook: Millennials in Taiwan lachen om dreigende taal uit China

Afgewezen werd zaterdag het voorstel om de kiesgerechtigde leeftijd te verlagen van 21 naar 18 jaar. Die afwijzing is wel van belang voor 2024: veel jongeren zijn meer anti-Chinees dan hun ouders, en China had dan ook veel moeite met het idee dat zij zouden mogen stemmen bij de volgende verkiezingen.

Al met al is de uitslag een geruststelling voor Beijing: het is de DPP niet gelukt deze keer electoraal te profiteren van de angst voor China. Het Bureau voor Taiwanese Zaken stelde dat uit de resultaten blijkt dat de hoofdmoot van de Taiwanese publieke opinie voor vrede, stabiliteit en een „goed leven” is, dat Beijing zal blijven werken met het volk van Taiwan en zich zal blijven verzetten tegen onafhankelijkheid voor Taiwan en buitenlandse inmenging.