Mens met fluitje

Woord Net als andere autoriteiten in de samenleving wordt ook de scheidsrechter geconfronteerd met wantrouwen, ziet

Schelden op de wedstrijdleiding is schering en inslag in veel sporten, op én van het veld. „Kijk eens uit je doppen!” Of: „Hey, mafkees, dat was geen buitenspel!” Arme scheidsrechter. Het woord betekent niet veel meer dan ‘beslechting van een geschil’. Maar onder de oppervlakte kolken duistere connotaties, waarvan wantrouwen – diepgeworteld in de hedendaagse maatschappij – het meest in het oog springt.

Ongeschreven regel

Mijn sport, rugby, draagt respect voor de scheidsrechter hoog in het vaandel. Van alle sporten is rugby technisch de meest complexe. Anders dan bij het veel eenvoudigere voetbal is het voor een rugby-arbiter onbegonnen werk om de meeste beslissingen correct te nemen.

Daarom is er die ongeschreven regel dat niemand behalve de aanvoerders tijdens de wedstrijd tegen de scheidsrechter praat. Lichamelijk is rugby zo zwaar dat geklets hoe dan ook averechts werkt. Vandaar het devies: je mond houden en doorspelen. En voor de toeschouwers geldt bij een contentieuze beslissing: het zij zo, op naar de volgende play.

Hoe meer we vertrouwen op technologie, des te groter onze argwaan jegens de mens met het fluitje

Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, zeker als de scheidsrechter onzeker of onkundig overkomt. Dan ruiken we bloed, gek genoeg tegenwoordig veel meer in rugby dan in voetbal. Dat komt door de introductie een paar jaar geleden van de television match official, de ‘televisiescheidsrechter’. Tijdens een rugbywedstrijd zijn er zoveel camera’s aanwezig dat een spelmoment van alle kanten en in slowmotion, frame voor frame, kan worden belicht. Dit ziet de scheidsrechter – die moet dan verder oordelen – maar dit zien ook miljoenen fans over de hele wereld. Gevolg: hoe meer we vertrouwen op technologie, hoe groter onze argwaan jegens de mens met het fluitje.

Je zal maar scheidsman zijn, sceitsman, deel van de sceitslûde, die zo’n rugby- of voetbalgeschil moet scheide of ‘beslechten’.

Abritrale samenhang

Vanaf de zestiende eeuw zeggen we ‘scheidsrechter’. En hoe nodig is die wel niet. Iemand moet beslissen, zou je denken, de weg wijzen. Maar, nee. Op het WK in Qatar was het meteen raak tijdens Engeland-Iran. Al vroeg werd verdediger Harry Maguire in het Iraanse penaltygebied neergehaald – met niets minder dan een rugby tackle, zo werd duidelijk in de herhaling. Verbazing alom als de video assistant referee in de ‘FIFA VAR Room’ zwijgt. Dan, laat in de wedstrijd. Penalty Iran. Een Engelse speler trok lichtjes aan het shirtje van een Iraanse aanvaller, en meteen kwam de VAR in actie. Strafschop.

Door gebrek aan arbitrale samenhang in zulke wedstrijden woekert het wantrouwen, terwijl overal om ons heen zoveel toch al op losse schroeven staat, van de door complottheorieën gecompromitteerde legitimiteit van verkiezingsuitslagen tot de vraag of geliefde publieke figuren wel koosjer zijn.

In zo’n nerveuze wereld zijn sceitslûde bij voorbaat kansloos. Als scheids op een zondagmiddag op een modderig veld ergens in het land heb je wel je fluitje als wapen. Dus keihard blazen, maniakale spelers en fans doordringend aankijken, en hopen op vertrouwen. Helpt dat niet, rest je alleen nog rennen voor je leven.