Grote verwarring over wat het kabinet op 19 december gaat zeggen over het slavernijverleden

Slavernijverleden In Suriname is kritisch gereageerd op berichten in de media dat het kabinet op 19 december excuses gaat aanbieden voor het slavernijverleden. Maar een formele bevestiging blijft uit.

Armand Zunder, voorzitter van de Nationale Reparatie Commissie Suriname, zegt dat Nederland op een „haastige en onzuivere” manier excuses wil aanbieden. Foto uit 2010.
Armand Zunder, voorzitter van de Nationale Reparatie Commissie Suriname, zegt dat Nederland op een „haastige en onzuivere” manier excuses wil aanbieden. Foto uit 2010. Foto Klaas Fopma/HH via ANP

Er is grote verwarring en irritatie ontstaan over het voornemen van het kabinet om op 19 december aanstaande „een reactie” te geven op het slavernijverleden van Nederland. In Suriname is uiterst kritisch gereageerd op vermeende excuses half december, vooral vanwege de timing en een gebrek aan overleg over de inhoud. En het kabinet in Nederland wil intussen niets meer zeggen over wat er die dag nou precies staat te gebeuren.

Daarmee is de erkenning van de rol van Nederland in het slavernijverleden, en de daaraan gekoppelde excuses en genoegdoening, nog voordat ze zijn uitgesproken al in politiek explosief vaarwater terechtgekomen.

Aanvankelijk meldden diverse media vrijdagochtend dat het kabinet op 19 december in Nederland, in Suriname en op de zes Caribische eilanden met excuses zou komen voor het slavernijverleden. Vrijdag na afloop van de wekelijkse ministerraad bleef een formele bevestiging daarvan uit en werd slechts in algemene termen gezegd dat het kabinet op 19 december met een reactie komt op het advies van de Dialooggroep Slavernijverleden, en dat Suriname en de eilanden daarbij betrokken zullen zijn.

‘Haastig en onzuiver’

In Suriname was vrijdag al een felle discussie losgebarsten over de vermeende excuses. Armand Zunder, voorzitter van de Nationale Reparatie Commissie Suriname (NRCS), zei in de Surinaamse krant De Ware Tijd dat Nederland op een „haastige en onzuivere” manier excuses wilde aanbieden. In een toelichting aan NRC noemt hij de uitgelekte plannen „volstrekt onaanvaardbaar”. „Daarmee zou afbreuk gedaan worden aan de ernst van de zaak”, zegt hij. Zunder is groot voorstander van excuses, maar pleit ervoor dat op 1 juli 2023 te doen, exact 150 jaar na de daadwerkelijke bevrijding van de laatste tot slaaf gemaakten in Suriname. Ook vindt hij dat niet een bewindspersoon de excuses zou moeten maken, maar koning Willem-Alexander. „Dat heb ik in september ook tegen premier Rutte gezegd”, aldus Zunder.

Volgens Zunder heeft Suriname de tijd tot 1 juli hard nodig om de bevolking voor te bereiden op de aanstaande excuses. Hij is zelf een programma gestart om de acceptatie van de excuses goed te laten landen. Zunder pleit er ook voor dat de tekst van de excuses van tevoren overlegd wordt met Suriname. „Als Nederland zou vasthouden aan excuses op 19 december organiseert ze haar eigen falen”, aldus Zunder.

Ambassadeur

In de loop van het weekend werd steeds onduidelijker wat Nederland nou precies op 19 december zal gaan doen. De Surinaamse ambassadeur in Nederland, Rajendre Khargi, liet weten dat „de Regering van Suriname nog niet officieel op de hoogte gesteld is” van voorgenomen formele excuses op 19 december. Suriname wil tot die tijd niet reageren op berichten over de excuses. Wel benadrukt de ambassadeur dat het „een belangrijke ontwikkeling en van historisch belang” is.

De verwarring over de status van de excuses lijkt daarmee de zaak geen goed te doen, constateert ook de voorzitter van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme, Joyce Sylvester. Zij reageerde zondag in het tv-programma Buitenhof op de ophef in Suriname en zei het „verbijsterend” te vinden dat het kabinet de plannen niet beter met betrokkenen had afgestemd. „Dit signaal dat nu uit Suriname komt, moeten we serieus nemen. We kunnen ons niet permitteren dat zo’n verzoeningspoging van excuses na 150 jaar uitloopt op een disaster”, aldus Sylvester.

Begin november lekte uit dat het kabinet op korte termijn excuses zou maken voor het slavernijverleden. Dat werd bevestigd door minister Franc Weerwind (Rechtsbescherming, D66) die sprak van „een groots moment en een mooi moment”, maar het kabinet is er later nooit formeel op teruggekomen. Een meerderheid van de Tweede Kamer had ook op excuses aangedrongen na een reis van een Kamerdelegatie naar Suriname, Curaçao en Bonaire.