Opinie

Gelukzalige herinnering aan wat je niet hebt meegemaakt

Marjoleine de Vos

Ze doet net zo als wanneer ze een jurk verstelt, zegt Prousts verteller over de huishoudster Françoise die stukjes later bijgeschreven tekst aan zijn manuscript hecht.

Proust keerde zich hevig tegen het terugbrengen van literatuur tot biografische feiten, of tot het verklaren van een werk uit de biografie. Niemand weet ooit genoeg van wat er ten diepste in iemand leeft. Het is niet de ons omringende wereld die ons ‘werkelijke’ leven uitmaakt, maar datgene wat men in zijn eigen ziel beleeft, of zou kunnen beleven – want vanzelf gaat het niet.

Hoe verkeerd het dus ook zou zijn om Prousts werk terug te brengen tot de historische persoon, niemand kan het laten. Op de tentoonstelling in de Parijse Bibliothèque François Mitterand die nu, vanwege de honderdste sterfdag, gehouden wordt, kun je dus zien hoe dat verstellen van ‘Françoise’, belichaamd door huishoudster Céleste Albaret, in zijn werk ging: uitvouwbare strookjes vol van het moeilijk leesbare handschrift van Proust die aan andere al even moeilijk leesbare vellen zijn bevestigd. Heel die tentoonstelling maakt eigenlijk maar één ding overweldigend duidelijk: dat het een wonder is dat Prousts werk tot leesbare boeken heeft geleid. De auteur kon geen stukje tekst met rust laten, geen drukproef ging onveranderd terug, geen handschrift kon blijven zoals het was, overal kwamen bellen tekst aan te hangen, werden doorhalingen gemaakt, verbeteringen, toevoegingen. Natuurlijk ging er met deze werkwijze ook wel eens wat fout. Personages zijn dood en even later weer niet, sommige passages worden herhaald, gegevens sluiten niet helemaal op elkaar aan. Het kan ook niet anders als iemand zo’n krankzinnig omvangrijk werk ter hand neemt en er zo voortdurend in blijft werken.

Wat bezielde die doodzieke man, om jarenlang in bed te blijven en te schrijven tot zijn laatste snik? Je bent geneigd om schrijven niet als ‘leven’ te beschouwen, eerder als een afgeleide ervan, maar dat is een voorstellingsfout. Scheppen is leven. In een meeslepend artikel in De Parelduiker betoogt essayiste en vertaalster Hein Groen, dat het Proust uiteindelijk ging om ‘het verhelderen van dit geluksraadsel’, namelijk het raadselachtige dat teruggekeerde herinneringen een glans en een intensiteit krijgen die de werkelijk beleefde tijd niet had. En die intense geluksmomenten geeft de schrijver aan ons door, hij bezorgt ze ons, lezers, als het ware ook.

Familieportretten in het Marcel Proust Museum in het Franse Illiers Combray. Foto YOAN VALAT / EPA

Dat kan nogal overdreven klinken, maar het wonderlijke is dat dat soms werkelijk gebeurt. Bijvoorbeeld als Proust beschrijft hoe de eetzaal in Balbec, al gedekt, het zilver op tafel, lag te wachten in het namiddaglicht, alle ramen open naar de boulevard waar de zon begon te dalen en waar de scheepjes op zee langgerekte tonen lieten horen. Heel dat beeld wordt opgewekt door een geluid in het heden, het effect waar Proust zo om bekend is, maar bij de lezer gebeurt het óók, de taal van Proust bezorgt je een herinnering die je niet kunt hebben en toch hebt.

Even ben je buiten de tijd geplaatst, dat wat je kent van ooit ergens, valt helemaal samen met het gelezene, en alles is gehuld in een paradijselijke gloed.

Dat verhevigde herbeleven is een kortstondige maar intense vorm van leven, alsof je nu pas, achteraf, voelt hoe het was – maar zo was het toen niet. De tijden vloeien in elkaar over, de man in het bed en de jongen in de eetzaal, de lezer met de bril op de neus en het gelukkige wezen dat je ooit was, en nu weer bent.