Reportage

Door een late gelijkmaker weet Duitsland vroegtijdige uitschakeling te voorkomen

WK voetbal De Duitse voetballers maken na het gelijkspel tegen Spanje (1-1) nog kans op een plaats in de achtste finale. Maar het spel zal beter moeten, weet bondscoach Hansi Flick. En snel ook.

De Duitse bondscoach Hansi Flick met verdediger Leon Goretzka na de wedstrijd tegen Spanje (1-1).
De Duitse bondscoach Hansi Flick met verdediger Leon Goretzka na de wedstrijd tegen Spanje (1-1). Foto John Sibley / Reuters

Een vinnig applausje van bondcoach Hansi Flick na het laatste fluitsignaal. Met een benauwd gelijkspel tegen Spanje (1-1) heeft Duitsland het, met nog een groepswedstrijd te gaan, niet meer helemaal in eigen hand op dit WK in Qatar. Maar een overwinning op Costa Rica, donderdag, zou normaal gesproken genoeg moeten zijn voor een plek in de achtste finale. Flick weet: het zal beter moeten. En snel ook.

Na de onverwachte nederlaag in de eerste wedstrijd tegen Japan (1-2) lag de Duitse ploeg meteen zwaar onder vuur. Bild begon vast te speculeren over een opvolger van bondscoach Flick (Thomas Tüchel of Jürgen Klopp), andere media vroegen zich af of de teamgeest wel in orde was omdat middenvelder Ilkay Gündogan na afloop zijn medespelers flink had bekritiseerd. En, opmerkelijk, het elftal van Flick werd óók veroordeeld omdat het de hand voor de mond hield op de teamfoto, uit protest tegen de FIFA, die even daarvoor had aangekondigd het dragen van de OneLove-aanvoerdersband met geel te bestraffen.

Terwijl de Duitse spelers in andere Europese landen werden geprezen voor hun moed en inventiviteit, werd de actie in Duitsland door velen juist als lafhartig weggehoond. „Het maakt niet uit hoeveel woorden we aan onze acties vuil maken, ik heb het gevoel dat we altijd als verliezer van het veld stappen, in ieder geval in de Duitse publieke opinie”, zei de ervaren middenvelder Thomas Müller daarover. Het chagrijn leek de dag voor de wedstrijd nog niet verdwenen. Flick nam maar een speler mee naar de persconferentie, tegen de voorschriften van de FIFA in.

Mindere jaren

Maar de onvrede zit dieper dan de teleurstellingen van de eerste WK-week. Het gaat al jaren niet goed met het Duitse elftal. Bij het WK in 2018 werd de viervoudig wereldkampioen in de groepsfase uitgeschakeld, de ploeg eindigde als laatste in een poule met Mexico, Zweden en Zuid-Korea. Drie jaar later, tijdens het EK, stelde die Mannschaft opnieuw teleur. Tegen Engeland (0-2) ging het al in de achtste finale mis, net als deze zondagavond met Danny Makkelie als scheidsrechter. De uitschakeling betekende het einde van het tijdperk van Joachim Löw, de man die na het WK in eigen land, in 2006, bondscoach werd en Duitsland in 2014 naar de wereldtitel leidde in Brazilië.

Onder Hansi Flick krabbelde Duitsland weer wat op. Maar echt overtuigend was het dit jaar nog altijd niet. Van de zes wedstrijden die Duitsland speelde in de Nations League verloor het er weliswaar maar een, er werd ook maar een keer gewonnen. En hoewel het Duitse elftal veel kwaliteit heeft – zes van de basiself tegen Spanje spelen bij Bayern München, aangevuld met spelers van onder andere Real Madrid (Antonio Rüdiger) en Manchester City (Gündogan) – zijn er toch zorgen voor de toekomst.

Want de ploeg is op leeftijd. Duitsland begon de wedstrijd tegen Spanje in het Al Bayt-stadion ten noorden van Doha met het oudste elftal sinds de finale tegen Brazilië in 2002. De meeste spelers zijn achterin de twintig, Thomas Müller, Ilkay Gündogan en keeper Manuel Neuer zijn de dertig ruim gepasseerd. Alleen aanvaller Jamal Musiala is jong (19) en veelbelovend. Vergelijk dat met Spanje, dat met talenten Pedri (20) en Gavi (18) aan de aftrap verscheen, en Ansu Fati (20), Nico Williams (20) en Alejandro Balde (19) op de bank had zitten.

Vol op de aanval

Vooraf was duidelijk dat Spanje een totaal andere tegenstander zou zijn dan Japan. Sterker, natuurlijk, maar misschien ook een ploeg die de Duitsers beter zou liggen. Duitsland speelt onder Flick vaak vol op de aanval, met een laatste linie die bij voorkeur ver van het eigen doel staat. Japan profiteerde van die ruimte met ballen in de diepte, terwijl Spanje juist combinerend en vanuit lange periodes in balbezit een weg naar het vijandelijk doel zoekt.

Probleem is: daar is Spanje nogal goed in, zoals bleek tijdens de veegpartij tegen Costa Rica (7-0). Ook zondagavond liet Spanje al vroeg zijn klasse zien. Na een minuut of vijf begon de ploeg van bondscoach Luis Enrique achterin te combineren. Anderhalve minuut en een stuk of vijf driehoekjes later was Dani Olmo vrijgespeeld op de zestien. Boem. Met 150 kilometer per uur, via een hand van doelman Neuer, op de lat. Even later kwam Jordi Alba op dezelfde manier vrij, hij schoot naast. Spanje bleef vervolgens de betere ploeg, maar Duitsland slaagde er wel steeds beter in de opbouw van de tegenstander te frustreren.

Als dat lukte op de helft van Spanje, kon Duitsland af en toe gevaarlijk worden. Vlak na rust leidde een mislukte combinatie rond het eigen strafschopgebied zelfs tot de eerste grote Duitse kans. Middenvelder Joshua Kimmich kwam in balbezit en schoot van dichtbij op keeper Unai Simón. Maar net toen je het idee kreeg dat Duitsland wat druk ontwikkelde op het Spaanse doel, maakte invaller Álvaro Morata uit een vloeiende aanval over rechts 1-0.

Duitsland moest meer risico nemen, een nederlaag zou een vroegtijdige uitschakeling akelig dichtbij brengen. Dat deed de wedstrijd ontbranden. Spanje kreeg kansen, Duitsland ook. Tien minuten voor tijd redde invaller Niclas Füllkrug (Werder Bremen) de Duitse ambities door na een snelle aanval van een meter of acht hard in de verre kruising te schieten. Daarmee heeft Duitsland nu twee punten minder dan Japan en ook Costa Rica, dat eerder op de dag verrassend het onderlinge duel won (0-1). Winst op de Midden-Amerikanen volstaat voor een tweede plaats in de groep, mits Japan niet met grote cijfers van Spanje wint.