Nadruk ligt sterk op het nationale verleden bij excuses voor slavernij

Slavernijverleden Of excuses voor het slavernijverleden geaccepteerd worden, hangt af van hoe ze worden aangeboden.

Een rondetafelgesprek over het Nederlandse slavernijverleden in Den Haag.
Een rondetafelgesprek over het Nederlandse slavernijverleden in Den Haag. Foto Bart Maat/ANP

Het kabinet zal op 19 december op acht verschillende plekken excuses maken voor de Nederlandse rol in de slavernij. Twee weken geleden lekte al uit dat het kabinet het besluit had genomen om excuses te maken, nu is ook bekend waar en wanneer dat precies zal gebeuren.

Bekend was ook al dat er 200 miljoen euro wordt uitgetrokken voor een fonds waar projecten uit kunnen worden betaald voor bewustwording van het slavernijverleden, plus 27 miljoen voor de oprichting van een slavernijmuseum. Voorstanders reageerden toen positief, maar voorzichtig. Want de grote vraag was: hoé biedt het kabinet excuses aan?

Vrijdag meldde NOS een deel van dat antwoord: zeven kabinetsleden reizen af naar Suriname en de Caribische eilanden – premier Mark Rutte biedt de excuses aan in Nederland. Dit (opnieuw uitgelekte) nieuws leidt tot tevredenheid én kritiek.

„Het is passend dat het Nederlandse kabinet juist in de landen waar mensen tot slaaf gemaakt werden excuses maakt”, zei Linda Nooitmeer, voorzitter van het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee) vrijdag tegen ANP. Maar zij had toch gehoopt dat de koning excuses zou aanbieden.

Dat sentiment leeft eveneens op de Nederlandse Antillen. Suzy Römer, oud-minister-president van de Nederlandse Antillen en voorvechter voor excuses en herstel, vindt het „een goede eerste stap” dat Nederland „politieke verantwoordelijkheid” neemt, maar vindt ook dat de koning excuses zou moeten aanbieden. „Hij is het staatshoofd van het Koninkrijk der Nederlanden. Daar komt bij dat de slavernij begon in een tijd dat er geen parlement was. Het instituut van het koningshuis was direct verantwoordelijk.”

We zijn er dus nog niet, zegt Römer. „Er moet ook nog gesproken worden over herstel van de gevolgen van de slavernij, die in het heden nog voelbaar zijn.” Volgens sommige voorstanders van herstelbetalingen, zoals de Surinaamse Armand Zunder, moet een herstelbedrag in de miljarden lopen. Het is een discussie die het kabinet vooralsnog voor zich uitschuift.

De locatiekeuze van het kabinet levert ook vragen op. Waarom geen excuses in Ghana, waar de tot slaaf gemaakten gekocht werden?

Volgens Karwan Fatah-Black, universitair docent aan de Universiteit Leiden, deskundige op het gebied van het Atlantische slavernijverleden, is het duidelijk dat de focus sterk op de nationale geschiedenis ligt in plaats van op de „internationale impact van de Nederlandse rol in de slavernij. Het legt ook de nadruk op de plekken waar men gevraagd heeft om de excuses.”

Het kabinet gaf vrijdag geen verdere toelichting op het uitgelekte nieuws. Minister Hanke Bruins Slot (Binnenlandse Zaken, CDA) bevestigde alleen dat het kabinet op 19 december met een reactie komt op het rapport van de Dialooggroep Slavernijverleden, waarin wordt geadviseerd om excuses aan te bieden, en dat „daarbij ook betrokkenheid van de eilanden en Suriname is.”

Zo blijven veel vragen nog onbeantwoord. Wat wordt de bewoording van de excuses? Wordt de excuustekst overlegd met Suriname en de Antillen, zoals het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden het kabinet adviseerde? En worden de excuses in een wet vastgelegd? Römer: „Of de excuses geaccepteerd worden hangt van die vragen af.”

Black Lives Matter

De excuses worden vlak voor het herdenkingsjaar 2023 gemaakt. Dan is het 160 jaar geleden dat de slavernij is afgeschaft, en 150 jaar geleden dat de slavernij in Suriname stopte – tot slaaf gemaakten moesten daar na de afschaffing nog tien jaar verplicht doorwerken omdat gevreesd werd dat de plantage-economie anders zou instorten.

De politieke discussie over excuses raakte pas vrij recent in een stroomversnelling. In 2020 was hierover nog een patstelling in het kabinet: de VVD en het CDA waren tegen, D66 en de ChristenUnie voor. Rutte noemde de zaak „complex” . Excuses zouden „te polariserend” zijn. En, vroeg hij zich af, kan je mensen die nu leven wel verantwoordelijk houden voor dingen die meer dan 150 jaar geleden gebeurden?

De Black Lives Matter-beweging zorgde ervoor dat de Nederlandse verhouding tot het eigen slavernijverleden bovenaan de politieke agenda kwam. Het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden werd opgericht en kwam in 2021 met een duidelijke conclusie: erkenning, excuses en herstel waren nodig. De gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag boden hun excuses aan. Evenals de Nederlandsche Bank, ABN-Amro en de provincie Noord Holland.

Tegelijkertijd onderzocht de Tweede Kamer het Nederlandse slavernijverleden. De commissie Binnenlandse Zaken hield rondetafelgesprekken en ging met een delegatie naar Suriname. In oktober kwam ook die delegatie (inclusief het CDA) tot de conclusie: er moeten excuses gemaakt worden. Voor het eerst was er een Kamermeerderheid vóór excuses voor het slavernijverleden. Twee weken later lekte uit dat het kabinet excuses zou maken.

Verdeeld

Hoewel in het kabinet en de Tweede Kamer binnen twee jaar een meerderheid werd gesmeed, blijft het draagvlak in de samenleving enigszins achter. Uit een onderzoek van I&O Research, in opdracht van NOS en Trouw, bleek vrijdag dat minder dan vier op de tien Nederlanders voor excuses is – 49 procent is tegen en de rest weet het niet. Het belangrijkste argument van tegenstanders? Het is te lang geleden. De meerderheid van de Nederlanders met een Surinaamse of Antiliaanse afkomst is volgens het onderzoek van I&O Research wél voor het aanbieden van excuses – 64 procent is voor, 19 procent is tegen.

Op Twitter gebruiken tegenstanders van excuses de hashtag #nietnamensmij. Partijen als de PVV lieten weten excuses „waanzin” te vinden. FVD spreekt van „een vernederingsritueel waar Nederland alleen maar slechter van wordt”. Ook bij gematigdere partijen zijn er tegenstanders. VVD-Kamerlid Pim van Strien reageerde begin november namens zijn partij verbolgen op het fonds dat gepaard gaat met de excuses: „Als dit waar is – is het waanzin.” De verwachting is dat tegenstanders via de Tweede Kamer nog zullen proberen de excuses, of tenminste het fonds, te stoppen.