Moet de rente zo hard blijven stijgen? De ECB is verdeeld

Inflatie De directieleden van de Europese Centrale Bank geven tegengestelde berichten af over het tempo van de renteverhogingen. Op 15 december houdt de 25-koppige bestuursraad hierover een belangrijke vergadering.

Een vrouw loopt langs het hoofdkantoor van de ECB in Frankfurt
Een vrouw loopt langs het hoofdkantoor van de ECB in Frankfurt Foto Kai Pfaffenbach / REUTERS

Binnen de top van de Europese Centrale Bank bestaat onenigheid over de vraag hoe snel de rente verder omhoog moet om de inflatie te bestrijden. Dit valt op te maken uit uitspraken van diverse ECB-bestuursleden deze week. De ECB houdt op 15 december een belangrijke rentevergadering.

De 25-koppige ECB-bestuursraad bestaat uit zes directieleden, plus de negentien hoofden van de nationale centrale banken van de eurozone. Twee invloedrijke directieleden, de Duitse Isabel Schnabel en de Ier Philip Lane, gaven deze week verschillende boodschappen af over de aanstaande renteverhogingen. Ook de presidenten van de nationale centrale banken zijn het oneens over de rente.

Schnabel, een gezaghebbend econoom, zei donderdag in een speech in Londen dat de „ruimte” om het tempo van renteverhogingen te verlagen „beperkt blijft”, gezien de blijvend hoge inflatie. Die bedroeg in de eurozone in oktober 10,6 procent op jaarbasis.

De ECB verhoogde vanaf de zomer driemaal op rij fors de rentetarieven. In juni ging de rente met 0,5 procentpunt omhoog, in september met 0,75 procentpunt en in oktober nog eens met 0,75 procentpunt. Het ECB-tarief dat onder de huidige marktomstandigheden het belangrijkste is, de depositorente, staat nu op 1,5 procent.

Consumptie ontmoedigd

Renteverhogingen zijn het belangrijkste wapen van centrale banken tegen inflatie. Bij een hogere rente wordt het duurder voor consumenten, bedrijven en overheden om geld te lenen. Hierdoor worden consumptie en investeringen ontmoedigd, waardoor ook de prijsstijgingen moeten gaan afvlakken.

De ECB kan weliswaar niets doen aan de torenhoge energieprijzen, maar zij kan wel de vraag naar producten en diensten afremmen. Deze vraag explodeerde na de pandemie en wordt gezien als tweede oorzaak van de huidige inflatie, naast de gestegen energie- en grondstoffenprijzen.

Renteverhogingen werken met vertraging door in de economie, dus het effect ervan op de inflatie is nog niet zichtbaar. Volgens Schnabel is het „grootste risico voor centrale banken” dat ze de „hardnekkigheid” van de inflatie onderschatten.

Philip Lane, hoofdeconoom van de ECB, gaf deze week een andere boodschap: de inflatiedruk moet niet overschat worden, en het tempo van de renteverhogingen kan wel iets minder. Lane schreef vrijdag in een blog op de site van de centrale bank dat er nog veel effecten van de pandemie en van de oorlog doorwerken in het inflatiecijfer. De „atypische” omstandigheden vertekenen het inflatiecijfer, aldus de Ier. Maandag had hij al in een interview aangegeven dat „kleinere verhogingen” van de rente inmiddels op zijn plaats zijn.

0,5 of 0,75?

Gezien de meningsverschillen in de directie is het niet zeker of de ECB op 15 december zal besluiten tot een renteverhoging van 0,5 of 0,75 procentpunt. ECB-president Christine Lagarde zal een compromis moeten smeden. Dát er een nieuwe renteverhoging komt, geldt als zeker, omdat de inflatie nog altijd ver boven de ECB-doelstelling ligt. De ECB streeft naar inflatie van 2 procent binnen een periode van zo’n twee jaar.

Lees ook: Baas Franse centrale bank: ‘We moeten en zullen de inflatie terugdringen’

Het Oostenrijkse bestuurslid Robert Holzmann pleitte deze week in een interview met de Financial Times voor een renteverhoging van 0,75 procentpunt, om het publiek ervan te overtuigen dat de ECB de inflatie „serieus neemt”. Zijn Portugese collega Mario Centeno pleitte tegenover persbureau Reuters juist voor 0,5 procentpunt. Volgens Centeno is de onderliggende inflatiedruk niet erg hoog, omdat de lonen in de eurozone, anders dan in de Verenigde Staten, niet fors stijgen.

Klaas Knot, president van De Nederlandsche Bank, liet zich donderdag in een gesprek in de Tweede Kamer niet uit over de hoogte van de renteverhoging. Hij zei wel dat een milde recessie alléén niet genoeg zal zijn om de inflatie te beteugelen. „Ook de komende maanden zullen we het beleid verder moeten gaan verkrappen en de rente verder moeten gaan verhogen”, zei hij volgens persbureau ANP.

Knot zei dat op de financiële markten nu verwacht wordt dat de ECB-rente zal pieken op 3 procent in de eerste helft van 2023. Kenners denken dat mogelijk later dat jaar alweer een daling te zien zal zijn, maar „dat moet ik nog zien”, aldus Knot.

Knot voor lastenverhoging

Knot zei verder dat hij het „van belang” vindt dat de begrotingsdiscipline terugkeert. De begrotingstekorten van overheden, waaronder het groeiende tekort van de Nederlandse overheid, dragen bij aan de inflatie. Dit omdat er bij een tekort per saldo meer overheidsgeld in de economie vloeit, wat de prijsstijgingen aanjaagt. De Europese Commissie kapittelde Nederland deze week voor het voeren van een „expansief” begrotingsbeleid in tijden van inflatie. Het Nederlandse begrotingstekort zal oplopen van rond de 1 procent dit jaar naar rond de 3 procent volgend jaar. Dit komt met name door de steun van het kabinet aan huishoudens en mkb-bedrijven voor de gestegen energiekosten.

Tegenover Het Financieele Dagblad en BNR zei Knot dat hij lastenverhogingen in Nederland verstandig vindt in deze tijden van energieschaarste. „In de huidige situatie is bestaansonzekerheideen groot punt”, zei hij. „Dat is niet goed voor het maatschappelijk cement. Dan is er iets te zeggen voor een tijdelijk grotere rol van de overheid in de economie. En dan ook een hogere lastendruk.” Pas als de transitie naar duurzame, goedkopere energie een heel eind is gevorderd, kunnen de lasten weer omlaag, aldus Knot.