Het grondwater gaat omhoog, stikstof omlaag

Nederland in de rest van deze eeuw De grote problemen met klimaat, stikstof, woningbouw en energie zullen leiden tot grote ingrepen in het landschap.

Het landschap bij Overschie, met de A13 en Polder Schieveen op de achtergrond.
Het landschap bij Overschie, met de A13 en Polder Schieveen op de achtergrond. Foto Walter Herfst

Nu, in de jaren twintig, moet Nederland de knopen doorhakken voor de grote thema’s tot het jaar 2100 en verder, zei minister Mark Harbers (VVD, Infrastructuur en Waterstaat) deze week in de Tweede Kamer. Zoals wel of geen tweede kustlijn aanleggen, een hoge, brede dijk in zee als buffer tegen de zeespiegelstijging. Als we daar tenminste genoeg zand voor hebben, want ook de zee- en rivierdijken moeten worden versterkt.

„We weten van eerdere grote projecten in Nederland, de Zuiderzeewerken, de Deltawerken, dat die uiteindelijk van eerste plannen tot realisatie ook een jaar of tachtig hebben geduurd”, zei de minister.

Kan het kabinet dan niet wat meer haast maken, in plaats van onderzoek na onderzoek doen, vroegen ongeduldige Tweede Kamerfracties. De klimaatverandering en milieuvervuiling, maar ook de energiecrisis, woningnood en het fileprobleem lossen zich niet vanzelf op.

Het toont de frustratie over een regering die maar niet opschiet met ingrijpende, impopulaire ingrepen, in een tijd van politieke versplintering en fel maatschappelijk verzet.

Héél voorzichtig

Na een klein jaar begint het kabinet-Rutte IV nu héél voorzichtig aan die grote vraagstukken voor de toekomst. Vrijdag werd een dik pakket Kamerbrieven gepubliceerd: over stikstof en landbouw, het landelijke gebied en water en bodem.

In stapjes kondigt Rutte IV daarbij aan meer regie te nemen, omdat de grote vraagstukken centrale sturing vereisen. Geleidelijk wordt ook zichtbaar hoe ingrijpend de maatregelen worden voor hoe we wonen en leven, werken en bewegen.

Nederland strijdt al honderden jaren tegen „te veel water”, zei minister Harbers erover, maar de strijd tegen „te weinig water” komt daarbij. De voorraad zoetwater zal in de toekomst slinken, door meer droge zomers, de bevolkingsgroei van 17,5 miljoen naar bijna 19 miljoen inwoners in 2035 en economische ontwikkeling. Tegelijkertijd is er verzilting van oppervlakte- en grondwater door het stijgende peil van de zee, die dieper het land binnenkomt.

We zullen daarom veel zuiniger met drinkwater moeten zijn, volgens het kabinet. Nederland moet 20 procent minder drinkwater gaan verbruiken dan nu (100 liter in plaats van 125 liter per persoon per dag).

Er komt een bouwverbod in de diepste polders van Nederland

Hoe? Er komt een „nationaal plan van aanpak voor drinkwaterbesparing”, maar drinkwater zal ook duurder worden, „met waarborgen voor de betaalbaarheid”, schrijft het kabinet. De ‘vijf minuten douchen per dag’ wegens de huidige energieprijzen, wordt een blijvertje om op drinkwaterkosten te besparen.

Het bezuinigen op water zal grote gevolgen hebben voor drinkwaterbedrijven, boeren en tuinders, levensmiddelenproducenten en de industrie. De levering van drinkwater voor koeling aan grootverbruikers, zoals datacentra, wordt bijvoorbeeld beperkt, staat in de kabinetsbrief.

‘Onze nationale regenton’

Water en land zullen meer met elkaar gaan concurreren in dit kleine land. Er moeten meer zoetwatervoorraden worden aangelegd, en meer water worden opgeslagen in het IJsselmeer en het Markermeer: „onze nationale regenton”, zoals het kabinet ze noemt. Om genoeg ruimte in die ton te houden, mogen er geen nieuwe eilanden in deze meren worden aangelegd voor landwinning.

De ruimte in watergebieden voor woningbouw wordt meer beperkt – ook al heeft het kabinet de ambitie om landelijk 900.000 woningen tot 2030 te bouwen. Rondom dijken en dammen, duinen en ‘waterkerende kunstwerken’ bijvoorbeeld moet genoeg ruimte blijven, om deze te kunnen versterken, ook na 2050.

Nieuw is ook een toekomstig bouwverbod in 5 à 10 procent van de diepe polders in Nederland; deze gebieden wil het kabinet reserveren voor waterberging. Dat zet de maatschappelijke discussie op scherp over projecten als bijvoorbeeld het ‘Vijfde Dorp’ in de Zuidplaspolder. Hier, op het laagste punt van Nederland op circa 6,7 meter onder NAP, moeten de komende jaren 8.000 nieuwbouwwoningen komen.

De belangen van boeren en huizenbezitters botsen rond het waterbeleid. Uitgelekt was al deze week dat het kabinet het waterpeil in laagveengebieden wil verhogen. Grote delen van deze gebieden in West- en Noord-Nederland zijn ontwaterd om landbouw mogelijk te maken. In de landelijke gebieden daalt de bodem, en droogt het veen uit, waarbij schadelijk broeikasgas vrijkomt.

Hoog en laag: maatregelen

Die bodemdaling leidt tot schade aan funderingen, waardoor huizen verzakken. In totaal lopen honderduizenden woningen risico, met name in West-Nederland, Noord-Friesland en Groningen. De schade aan huizen, maar ook infrastructuur, rioleringen en openbare ruimte, bedraagt tot 2050 enkele miljarden.

Ook het grondwaterpeil in hoger gelegen zandgronden in Oost-Nederland gaat omhoog. Bodems zijn hier aangetast door bijvoorbeeld mest, gewasbeschermingsmiddelen, of lozingen van rioolwaterzuiveringsinstallaties. Het kabinet wil verdroging tegengaan en de „sponswerking” van de bodem herstellen om water vast te houden en goed af te voeren.

Maar het verhogen van het grondwaterpeil in gebieden heeft ook nadelige gevolgen voor boeren. Op drassige gronden kunnen zij geen vee houden en zakken tractors weg. „Onaanvaardbaar”, noemt land- en tuinbouworganisatie LTO het in een reactie. „Door het nieuwe bodem- en waterbeleid worden vrijwel alle grondsoorten en belangrijke teelten in Nederland geraakt”, zegt LTO.

Verzilting

De beleidskeuzes van het kabinet raken niet alleen een beroepsgroep als de boeren, maar hele regio’s kunnen op termijn gevolgen ondervinden.

Op dit moment wordt extra zoetwater aangevoerd naar gebieden waar verzilting dreigt. 14 procent van het Nederlands grondgebied loopt kans te verzilten: met name het Waddengebied, de Zeeuwse eilanden, de kustgebieden en polders in het westen. De toename van zout in de bodem is een probleem voor boeren, de natuur en bijvoorbeeld drinkwaterbedrijven.

Bij droogte zullen veengebieden voortaan voorrang krijgen bij de verdeling van zoetwater, want hier moet het grondwaterpeil omhoog. Voor de Rijn-Maasmonding in het westen zal dan niet genoeg zoetwater zijn om verzilting tegen te gaan – en dat kan ook voor andere gebieden gelden. In feite zegt het kabinet: we moeten de transformatie van het landschap in deze regio’s maar accepteren.

Piekbelasters

Rond de aanpak van stikstof was eerder deze week al uitgelekt dat het kabinet 2.000 tot 3.000 grote vervuilers (‘piekbelasters’) wil gaan uitkopen, om de natuur te herstellen. Boeren of fabrieken die zich niet laten verleiden door het eenmalige uitkoopbod, kunnen vanaf 2024 gedwongen worden te stoppen.

Een adressenlijst of een top-100 van piekbelasters zegt het kabinet niet te hebben: de aanpak richt zich hoofdzakelijk op boeren en zo’n 50 tot 60 bedrijven uit de industrie.

De kabinetsbrief over het toekomstperspectief voor boeren is bewust vaag gelaten en bevat weinig nieuws. Landbouwminister Piet Adema (ChristenUnie) wil speelruimte houden om begin volgend jaar met de boeren tot een Landbouwakkoord te komen over de hervorming van de sector. Dat zal ongetwijfeld irritatie oproepen in de Tweede Kamer die zich buitenspel gezet voelt in dit proces. De voorganger van Adema, Henk Staghouwer, trad af omdat hij de boeren geen concreet toekomstperspectief kon geven.

Het Landbouwakkoord moet gaan over de aanpak van stikstof en de omslag naar duurzame ‘kringlooplandbouw’, maar ook als gewasbescherming, dierziekten en zoönosen, volksgezondheid, geur en fijnstof. Boeren staan „aan het roer” bij deze hervorming, maar het wordt een „mix van vrijwillige en verplichtende maatregelen”, schrijft Adema. „Bij onvoldoende harde afspraken zal ik niet schromen om deze wettelijke maatregelen richting de ketenpartijen aan te kondigen en in te zetten.”

Duidelijk is dat de hervorming van de landbouw niet alleen voor de agrarische keten, maar voor heel Nederland gevolgen gaat hebben. In 2040 moeten supermarkten alleen nog duurzame landbouwproducten verkopen, is het streven. „Mijn bedoeling is om de schappen met duurzame producten te vullen. En dat het geen keuzemenu meer is”, zei Adema vrijdag.

Al die hervormingen vragen om actief overheidsingrijpen, terwijl de wettelijke deadlines steeds dichterbij komen. Het was de coalitie van VVD, D66, CDA en ChristenUnie die het behalen van het stikstofdoel heeft vervroegd van 2035 naar 2030. Maar het is de Raad van State, de hoogste bestuursrechter, geweest die het illegale stikstofbeleid van datzelfde kabinet heeft moeten stoppen.

Al eerder, in 2027, zou een volgend juridisch debacle zich kunnen aandienen, vergelijkbaar met de stikstofcrisis. In dat jaar moeten het oppervlakte- en grondwater in Nederland schoon en gezond zijn en voldoen aan Europese eisen. Minister Harbers zegt dat het gaat lukken, GroenLinks denkt dat er „wonderen” nodig zijn om het te halen. Maar lukt het niet, dan krijg je opnieuw milieurechtszaken en dreigt de vergunningverlening voor boeren, bouwers en bedrijven opnieuw te worden ‘stilgelegd’, voorspellen Kamerleden.