Er wankelt iets in Hilversum, maar wat is er nodig voor een echte cultuurverandering?

Hilversum Prestatiedruk in de tv-wereld leidt achter de schermen vaak tot grensoverschrijdend gedrag. Wat is er nodig voor een veiligere werksfeer? Minder flexibele contracten en meer medezeggenschap, zeggen betrokkenen.

In de cultuur- en mediasector worden niet zelden fysieke en mentale grenzen opgerekt, concludeerde de Raad voor Cultuur deze zomer.
In de cultuur- en mediasector worden niet zelden fysieke en mentale grenzen opgerekt, concludeerde de Raad voor Cultuur deze zomer. Foto Getty Images

Topsport, de Champions League, werken op het scherpst van de snede. Het zijn de woorden die misschien wel het meest bleven hangen nadat De Volkskrant onthulde dat er jarenlang een angstcultuur heerste bij talkshow De Wereld Draait Door (2005-2020). Presentator Matthijs van Nieuwkerk bleek extreme woedeaanvallen te hebben, veel werknemers kampten met psychische klachten, zoals burn-outs, angsten en depressies. De top van omroep BNNVARA greep al die tijd niet in, want een harde werksfeer, die hoorde toch bij het maken van een goed bekeken dagelijkse talkshow. Redacteuren durfden zich niet uit te spreken – bij hen had zich ondertussen een stemmetje in hun hoofd genesteld: misschien kun jíj de druk gewoon niet aan.

Lees ook: Raad voor Cultuur: extra risico grensoverschrijdend gedrag in de cultuursector

Zo kreeg het gesprek over grensoverschrijdend gedrag in Hilversum afgelopen week opnieuw een zwengel. Want dat er niet alleen in Hilversum, maar in de gehele cultuur- en mediasector een prestatiecultuur heerst, die grensoverschrijdend gedrag in de hand werkt, concludeerde de Raad voor Cultuur deze zomer al in zijn rapport Over de grens. „Het streven naar excellentie, het telkens de lat nog hoger leggen, kan leiden tot grote kunst”, schreef de Raad in juni. Maar in die mentaliteit schuilt ook een risico. Niet zelden worden fysieke en mentale grenzen opgerekt, omdat „in zo’n prestatiecultuur weinig ruimte is voor (zelf)kritiek. Vooral wanneer deze aanpak tot succes leidt – volle zalen, mooie kritieken, hoge verkoopcijfers – zal er minder snel worden bijgestuurd.”

Maar eigenlijk wankelt er al iets sinds de verhalen van grensoverschrijdend gedrag bij The Voice of Holland, onthuld door televisieprogramma BOOS, bijna een jaar geleden naar buiten kwamen. Staatssecretaris Gunay Uslu van Media en Cultuur (D66) ging daarop in gesprek met de NPO, RTL en met Talpa, waarop die zich aansloten bij Mores – het meldpunt voor ongewenste omgangsvormen in de culturele sector. Mores heeft van het ministerie inmiddels ook de opdracht gekregen voorlichting te geven over preventie. Maar belangrijker: mensen begonnen zich uit te spreken. Tegen seksisme op het Mediapark, en, zoals deze week: tegen een cultuur die (seksueel) grensoverschrijdend gedrag in de hand werkt.

Zo vertelde Rowan Blijd, programmamaakster voor toen KRO-NCRV, en nu Libelle TV, in augustus in NRC: „Het gevaar in ons werk is dat er al snel van je wordt verwacht meer te doen dan je op papier hebt beloofd. Er zijn veel ongeschreven regels: altijd bereikbaar zijn, beschikbaar zijn, echt die extra mile willen gaan. En dat wordt dan niet één keer, maar tig keer van je verwacht. Dat is óók grensoverschrijdend. Je creëert een basis voor wat normaal is om van werknemers te vragen. ‘Het hoort erbij’, wordt er vaak gezegd, en minstens zo vaak gedacht.” Deze woensdag beschreef televisieredacteur Tamar Bot in haar podcast Mediameiden hoe de organisatie van de televisiewereld bijdraagt aan machtsongelijkheid. „Redacteuren zitten vaak een paar maanden, soms zelfs weken, bij een redactie of programma. De doorstroom is groot. Dat vergroot het gevoel: voor jou tien anderen, je bent inwisselbaar. Het is de voedingsbodem voor een angstcultuur.”

Te afhankelijk

Ook de Raad voor Cultuur beschrijft in zijn rapport allerlei factoren die ervoor zorgen dat het risico op grensoverschrijdend gedrag in de media- en cultuursector groot is. Veel medewerkers concurreren er bijvoorbeeld om weinig plaatsen, waardoor leidinggevenden onevenredig veel macht hebben. Bovendien is het aantal mensen met een tijdelijk contract in Hilversum groot, zegt Joop Daalmeijer, adviseur voor de Raad voor Cultuur. En dat maakt ze volgens hem veel te afhankelijk.

Johan Reijnen, eindredacteur bij BNNVARA en sinds zeven jaar voorzitter van de ondernemingsraad, zegt dat hij de geruchten over een angstcultuur bij De Wereld Draait Door wel kende, maar toch geschrokken is van de omvang ervan. Wat ook hij ziet is dat het telkens verlengen van een tijdelijk contract „roofbouw” pleegt op mensen. Volgens de cao-afspraken van omroepen is het mogelijk dat medewerkers tot maximaal zes tijdelijke contracten krijgen, en pas na vier jaar in dienst moeten worden genomen. Meer regel dan uitzondering is vervolgens dat mensen er een half jaar worden uitgestuurd, om weer opnieuw aan een reeks tijdelijke contracten te beginnen.

Lees ook: De machtsongelijkheid op de werkvloer is groot in Hilversum

„Vroeger bepaalde de omroep de televisieprogrammering nog grotendeels”, legt Reijnen uit. „Nu liggen zulke beslissingen bij de NPO, en dat betekent dat omroepen vaak pas relatief laat worden ingelicht of een programma doorgaat of niet.” Het gevolg is dat omroepen veel minder goed kunnen inschatten hoe hun budget eruitziet, en voor welke programma’s ze mensen nodig hebben. „Omroepen zijn daarom veel terughoudender dan ze ooit waren met het uitdelen van een vast dienstverband. Dat maakt redacteuren onzeker, en zorgt ervoor dat ze minder snel aan de bel trekken als ze vastlopen in hun ontwikkeling. Of erger: als ze zich onveilig voelen.”

Het rondreizende circus van redacteuren, producers en cameramensen – telkens werkzaam op een andere redactie, bij een ander televisieprogramma, ligt bovendien besloten in de programmering zelf: maar weinig programma’s zijn het jaar rond op televisie. De meeste stoppen, zoals ook bij De Wereld Draait Door het geval was, in de zomer en rond Kerst. Veel andere programma’s lopen überhaupt niet langer dan één seizoen, of soms slechts een paar maanden.

Toch neemt dat volgens Reijnen niet weg dat je die mensen binnen een omroep gewoon in dienst zou kunnen nemen. „Je kunt je organisatie als omroep best zo inrichten dat mensen multi-inzetbaar zijn – dat je ze kunt doorschuiven. Bij de VARAgids, waar ik zelf werk, zit nu bijvoorbeeld iemand die bij Khalid en Sophie vandaan komt.” Dat programma houdt een korte winterstop tot 7 januari.

De directie van BNNVARA onderschrijft dit overigens voor „een flink deel”, constateert Reijnen. Ooit, lang geleden, zegt hij, klotste het geld bij de publieke omroepen tegen te plinten. „Daarna voerde de efficiëntie lang de boventoon en nu komt er langzaam weer meer bewustwording over wat zo’n tijdelijk contract met werknemers, en daarmee ook met de kwaliteit van programma’s doet.” Niet voor niets sprak ook NPO-baas Frederieke Leeflang zich bij haar aantreden deze zomer al expliciet uit tegen de vele tijdelijke contracten van jonge redacteuren in Hilversum. Deze week deed zij dat opnieuw in een interview met Nieuwsuur.

Dat er in Hilversum langzaamaan meer moeite wordt gedaan om minder mensen in een flexibele schil onder te brengen, ziet ook Thomas Bruning, algemeen secretaris van de Nederlandse Vereniging voor Journalisten. „Bij de laatste cao hebben we bijvoorbeeld afgesproken dat alle omroepen naar 70 procent vaste contracten moeten.” Maar wat hem betreft is dat nog steeds een druppel op een gloeiende plaat. Want, zegt Bruning: bij omroepen waar dat aandeel nu nog rond de 65 procent ligt, zoals bij de EO en KRO-NCRV, of zelfs nog lager, zoals bij Omroep Max en WNL, zal dat weliswaar tot meer mensen in vaste dienst leiden, „dan nog is 30 procent tijdelijke arbeidscontracten ontzettend veel.” Bovendien is de flexibele schil in werkelijkheid een stuk groter, benadrukt hij. Makers die als zzp’er worden ingehuurd vallen buiten deze cijfers. „Zou je die meerekenen, dan kom je uit op zo’n 50 procent.”

Reijnen noemt het overigens zinloos om „eeuwig over percentages te blijven praten”. Als werk structureel is, of als iemand continu inzetbaar is, moet daar gewoon een vast contract tegenover staan, vindt hij. Gaat het daarentegen om werk aan een documentaire van vier afleveringen, dan blijft een tijdelijk contract logisch.

Uit de gratie raken

Toch is het dan nog steeds de vraag in hoeverre minder tijdelijke arbeidscontracten overal voor een veiligere werksfeer zullen zorgen. Goed, het verkleint het risico dat mensen angstvallig hun mond houden, maar in een cultuur waarin altijd nét een tandje harder lopen de standaard is (‘het ligt vast aan mij dat ik deze druk niet aankan’) en waarin, zoals in Hilversum, een relatief kleine groep van eindverantwoordelijken de dienst uitmaakt, kan het nog steeds moeilijk zijn om je uit te spreken.

Bovendien zijn beoordelingscriteria nooit in beton gegoten. Wat de een mooi programma of een fijne studiogast vindt – kan de ander maar niks vinden. Uit de gratie raken bij degene die boven je staat, zou dus zomaar kunnen betekenen dat ook je werk slechter wordt beoordeeld. En dat zijn allemaal factoren die, zo beschrijft de Raad voor Cultuur, kunnen bijdragen aan een cultuur waarin mensen zich stil houden.

In de media- en cultuursector heerst vaak een scherpe hiërarchie, zegt Janke Dekker, voorzitter van meldpunt Mores. „In de televisiewereld heb je bijvoorbeeld te maken met sterren, die op een voetstuk worden geplaatst, die privileges hebben, en die als onmisbaar voor het programma worden beschouwd.” Onder hen werkt een grote groep mensen die enorm ambitieus zijn, maar doorlopend te horen krijgen: voor jou tien anderen. Dat maakt het potentieel erg onveilig, zegt Dekker.

Mores kreeg deze week, na de onthullingen over een angstcultuur bij De Wereld Draait Door, ongebruikelijk veel meldingen binnen. „Wij zien altijd het topje van de ijsberg”, zegt Dekker. Dit soort verhalen maken weer nieuwe verhalen, van mensen die zich erin herkennen, los.

Maar wat als de leiding zich zelf misdraagt, of weigert in te grijpen, zoals bij De Wereld Draait Door, staat een meldpunt als Mores dan niet machteloos? Nee, zegt Dekker. „We hebben hier een casus gehad waarbij het bedrijf totaal niet wilde luisteren. Uiteindelijk hebben we gelijk gekregen bij het College van de Rechten van de Mens. Ja, degene die de melding deed was al weg bij dat bedrijf, maar het wangedrag kon in ieder geval niet doorgaan. Voor veel melders is dat ook een motivatie: zorgen dat het anderen niet overkomt.”

Resumerend, zegt Johan Reijnen, is 95 procent van de dossiers waarmee zijn ondernemingsraad zich bezighoudt terug te voeren op personeelsbeleid. Dat is allemaal maatwerk, vindt hij, en dat is een gesprek dat je moet blijven voeren. Om een angstcultuur te voorkomen hamert Bruning, naast het aanpakken van de vele tijdelijke contracten, ook op medezeggenschap – bijvoorbeeld in de vorm van een redactieraad. Volgens Joop Daalmeijer zou de directie zich vaker op een redactievloer moeten laten zien, „om even de thermometer erin te steken”. „Zonnegodjes hou je toch, maar als je die zonnegodjes goed controleert, zullen die zich ook voorzichtiger gedragen.”

Met medewerking van Wilfred Takken.